Human dynamics

`De mens is zo wijd als alle werkelijkheid´ (Herman Berger)


Allereerst behoeft de term human dynamics enige toelichting om verwarring en misverstaan te voorkomen.
 
Als je online zoekt op deze term kom je in vele variaties een model tegen waarin 9 typen zijn uitgewerkt door  drie aspecten in het menselijke functioneren te combineren: fysiek, emotioneel en mentaal. Aan die negen typen worden bepaalde gedragskenmerken toegedicht. Evenwel is deze typologie verder niet gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Op zich hoeft dat nog geen beletsel te zijn, mits je op basis van coherentie en consistentie inzichtelijk kan maken waarom en hoe de betreffende gedragskenmerken van elk type zich tot elkaar (kunnen) verhouden. 

De wijze waarop je bepaalde gedragskenmerken aan een bepaald type toekent, empirisch en of fenomenologisch, vraagt zo haar eigen verificatie en falsificatie methoden, het ene is niet beter dan het andere. Ze dienen wel complementair uitgewerkt te worden en het kunnen doorzien van hun wisselwerking, is minstens voorkomen dat `iets´ zo `is´, de vraag is altijd op grond waarvan?

Wanneer een model als human dynamics gebruikt gaat worden als een standaard typologie om bepaalde gedragskenmerken te herleiden tot een bepaald type, doet zich de vraag voor wat de waarheidsgehalte is van zo een standaard? Evenzeer doet zich de vraag voor, in hoeverre zo een standaard het gedrag van iemand kan karakteriseren dan wel in beeld brengen, we spreken in dit verband uitdrukkelijk niet van definiëren en bewijzen. Op zich kunnen zeer wel bepaalde gedragskenmerken overeenkomen met een persoon, maar betekent dat dan ipso facto ook, dat je zo een type bent?

Vandaar dat we zeer wel de term `human dynamics´ op een systeem dynamische wijze willen verstaan, dat wil zeggen hypothetisch onderzoekend naar eventuele feitelijke kenmerken en verbanden om die voor die ene persoon in beeld te brengen alvorens er een oordeel aan te verbinden al of niet typerend. Met een typologie dek je de werkelijkheid af, er zijn zoveel typen als er mensen zijn. Het is dus niet interessant om die veelheid terug te brengen naar 3, 5, 7, 9 of meer typen. Het is interessanter om die unieke veelheid in iedere mens zo in beeld te brengen, dat die mens en zeer wel ook iedere ander, gaat verstaan en begrijpen, wie hij/zij is en wat zij/hij heeft te doen en vaak ook op welke wijze, het waarom maar even daargelaten.

De term `human dynamics´ verstaan we als een onderzoeksgegeven: hoe de veelheid in iedere mens zo in kaart te brengen, dat het kan leiden tot beeld en tot begrip van de onderhavige mens. De mens in al zijn verscheidenheid zodanig in kaart brengen dat je door alle gedragskenmerken heen toch die unieke en feitelijke mens naar de mate van het mogelijke kan zien en doorzien, want er is niets veranderlijker dan een mens en zeer wel altijd in ontwikkeling, vandaar wat helpt het, hem of haar vast te leggen in typen. Een mogelijke identificatie kan even wat rust brengen in het stormachtige zoeken naar identiteit, maar het maskeert vaak meer dan het helpt te exploreren en te ontwikkelen.

Laten we het verschijnsel mens, in al zijn complexiteit, niet vastleggen, op het gevaar af een dynamische werkelijkheid te reduceren tot een statisch mechanisme. Van de andere kant is er op zich niets mis aan het ontwikkelen van statische modellen, die bepaalde gedragskenmerken op een coherente en consistente wijze in beeld en tot begrip brengen, mits we het model niet voor de werkelijkheid houden. Gezien de complexe gedragsvariabelen in het menselijke bereik, is het zelfs zeer nuttig, op grond van empirisch en of fenomenologisch onderzoek, en zeer wel in samenhang, bepaalde gedragskenmerken te modelleren, ze blijven echter altijd van hypothetische aard.

Maar juist de mogelijkheid zulke gevalideerde modellen te kunnen hanteren maakt dat we in de veelheid van gedragskenmerken, onderzoekend met en vanuit de diverse optieken en modellen een en ander kunnen ontwaren, want wat je niet kent, kan je niet zien. Een model geeft een mogelijk zicht op een eventueel samenhangend geheel van gedragskenmerken, mits we ze niet reduceren tot dit ene model, want dan wisselen we de werkelijkheid in voor het model. Het model is niet de werkelijkheid, maar het model kan de werkelijkheid helpen in beeld te brengen en tot begrip. Veelal wordt de waarneming in en door het model zodanig ingekleurd dat we niet anders meer kunnen zien dan wat het model verordonneert te zien. Het gevaar is juist, dat we die bril niet meer af kunnen zetten, laat staan dat we er ons van bewust zijn die bril op te hebben.

Naar een zelfde werkelijkheid met diverse gedragskenmerken van deze ene mens leren kijken, vraagt het kunnen hanteren van enerzijds tig onderscheiden en systeem dynamisch gerelateerde compatibele modellen; niet om de algemene deler te gaan ontwaren als wel de heel bijzondere karakteristieken en dynamieken die hier heel oorspronkelijk in en vanuit deze mens aan het licht komen. Anderzijds dienen we ook zonder modellen alle relevante karakteristieken, zodanig in kaart te kunnen brengen, dat daaruit iets gaat oplichten als zijnde mogelijk. 

Deze twee benaderingswijzen dienen complementair op een methodische wijze in het onderzoek gepositioneerd te worden. Past de conceptuele modelmatige benadering veel eerder in een opponerende onderzoeksroute, daar past de fenomenologische beeldvorming in een participerende onderzoeksroute.  

De eerste twee stappen in het action research model, zijnde open dating en axial dating, zijn voor deze fenomenologische onderzoeksroute de geëigende stappen. Hetgeen in en vanuit de feitelijke waarneming hypothetisch in beeld is gebracht, kan dan onderzocht worden op mogelijke analogieën, middels mogelijke voorhanden modellen; we zijn dan in de fase van conceptual dating aangeland.  

Wordt het zicht op en het inzicht vormgegeven dan kunnen we in de vierde stap van functional dating ook enigszins en bij benadering verstaan en begrijpen wat die gedragskenmerken laten zien dan wel waartoe ze kunnen leiden voor deze ene mens en niet zozeer voor elk ander, hoe die ook dezelfde gedragskenmerken kan spiegelen. De vraag is niet alleen wat zich voordoet, de vraag is evenzeer hoe zich dat voordoet en in een gegeven context, waar en wanneer.

De term human dynamics is binnen artesS verband ontwikkeld, om het verschijnsel mens op een dynamisch wijze te kunnen onderzoeken, niet vast te stellen. Je kunt wel een mooie term bedenken, maar het is ook goed om je rekenschap te geven van vele nadere invullingen van deze zelfde term, als je een zoekmachine nut. Op zich hoeven we daar niet wakker van te liggen, aangezien in de loop van de tijd, de ontwikkeling van een begrip vele betekenissen kan krijgen en vele pagina´s kan beslaan. De term is binnen onze benadering van systeem dynamiek te mooi om zo maar te laten voor wat ze waard is. We hopen dan ook dat we aan deze term een goede onderzoeksformule kunnen verbinden, die recht doet aan een dynamische menswording met het oog op humaniteit in de brede betekenis van het woord. 
Comments