Zoek de zin van je bestaan

"Handel zodanig, dat je het heden als zo zinvol mogelijk ervaart." John Dewey.
"Zij die een reden tot leven hebben, kunnen vrijwel alle levensomstandigheden verdragen." Friedrich Nietzsche.
'Geloven in een zinvol bestaan doet leven, zelfs in de meest barre omstandigheden kan je zinvol bestaan.' Victor Frankl.
https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/bibliotheek/functional-mapping/diagrammen/human-diagrams/zoek-de-zin-van-je-bestaan/Human-dynamics-artes-vitae-living-your-heartbeat-zinvol-zinledig-bestaan.JPG

(Concept, diagram in bewerking)

"Zoek de zin van je eigen leven" Trouw 28-07-2020.

Zo luidde de titel van een artikel in het dagblad Trouw, naar aanleiding van een interview met Frank Martela (1981), Fins filosoof, die een boek schreef, vertaald in het Nederlands, getiteld: Een prachtig leven. Hoe vind je zin in je bestaan? Ambo Anthos.

Hoe vind je de zin van je bestaan en of een zin in je leven, die voor jou persoonlijk leidt naar een betekenisvol leven? 
Waarom zoekt een mens naar de zin van zijn bestaan, waar haal je die zin vandaan en of kan je hem ergens vinden en of downloaden? 
Over deze zinvraag is al eeuwen lang gefilosofeerd en getheologiseerd. Talloze systemen zijn de revue gepasseerd. Werken ze nog of zijn ze inmiddels allemaal verleden tijd?

Je kunt heel lang filosoferen over de zin en onzin van een zinvol en of zinloos bestaan, maar het komt er kort gezegd erop aan, om het maar gewoon te doen in het leven van alle dag. Waar komt het dan op aan? 

Volgens Frank Martela moet een mens zijn aandacht verleggen van 'de zin van het leven' met algemene, voor iedere mens geldende antwoorden, naar de ervaring van 'zin in je eigen leven' krijgen en wel met het zoeken naar hoogst persoonlijke, mogelijk bijzondere antwoorden en betekenissen. Dat kan voor eenieder anders uitpakken. Ondanks zeer diverse uiteen lopende externe omstandigheden, kunnen mensen daar al of niet zinvol mee (leren) omgaan.  Ondanks alle mogelijke interne unieke invullingen, ontkomen mensen niet aan het gegeven, dat ze als mens existentieel toch onderhevig zijn aan een aantal cruciale basisbehoeften. Aldus Frank Martela, die zich in deze baseert op de zelfbeschikkingstheorie van Richard M. Ryan en Edward L. Deci, (Intrinsic motivation and self-determination in human behavior, 1985).

Zin en onzin zweven dan op een hoogst persoonlijke wijze tussen algemene en bijzondere condities en of voorwaarden. Het is maar waar deze of gene mens zin in of zin aan krijgt. Wat is dan in deze of gene mens de bepalende factor, die hem of haar kan leiden naar een zinvol en of zinledig bestaan of die hem al of niet doet zoeken naar een zinvol en betekenisvol leven? 

Blijkbaar hunkeren menselijke wezens naar een 'leven dat ertoe doet, dat waardevol is en dat betekenis heeft', aldus Roy F. Baumeister (1953), sociaal-psycholoog; mensen zijn min of meer 'geprogrammeerd, om te zoeken naar een of andere zingeving'. Betreft het een interne voorgeprogrammeerde hunkering? Of wordt de mens extern nageprogrammeerd door zijn opvoeders en of significante anderen? Nature of nurture, de aloude vraag, niettemin een mogelijke en ook noodzakelijke wisselwerking. Daarmee komen we terug op hetgeen Martela omschrijft als basisbehoeften.

Je kunt ze terugvinden in bovenstaand diagram: in het artikel nog los vast vernoemd, maar in het diagram verticaal in beeld gebracht als twee polaire krachten tussen autonomie, een mate van af gescheidenheid en heteronomie, een mate van verbondenheid. De mens is in zijn zijn, gelijk oorspronkelijk een medemens zijn. Sein als Mit-sein, aldus Martin Heidegger. Zin kunnen vinden, hangt dan ook samen met al of niet zin of onzin voorgeleefd krijgen van anderen. 

Vandaar een dynamiek tussen zelf en ander, weergegeven op de horizontaal, met de ander, rechts op oost, analoog aan de toekomst. De ander die mij tegemoet komt uit den hoge, aldus Emmanuel Levinas, Frans filosoof (1906-1995). Het zelf op west, analoog aan het verleden. Toekomst krijg je enerzijds van de ander, zodat je zelf, alleen en of met anderen, je zelf een toekomst kan bewerken. Je beweegt je dan voort in een dynamiek tussen enerzijds de mate van de wederkerige mogelijkheid een IK te worden en de mate van de wederkerige mogelijkheid een WIJ te vormen, zeer wel een polaire en en dynamiek, vandaar hun posities op de verticaal. Anderzijds de of of posities op de horizontaal tussen zelf of de ander, aangezien zij duaal staan in hun af-gescheidenheid. Juist en vooral om in vrijheid een wederkerige verbondenheid te scheppen en te onderhouden.

Het IK op de concentrische positie op de verticaal en het WIJ op de discentrische positie, immers af-gescheidenheid werpt je terug op je zelf en verbondenheid kan alleen ontstaan in relatie tot de ander, met elkaar al of niet een gemeenschap vormend. Daarmee wordt zichtbaar dat het oude wij in stam of groepsverband, deels uit het verleden, met de daaraan verbonden, deels opgelegde gemeenschappelijke normen en waarden, nu en in de toekomst alleen nog vorm kan krijgen vanuit een autonoom functionerend IK. Een persoonlijkheid, die de stadia van autoïteit, egoïteit, identiteit en authenticiteit zodanig heeft doorlopen, zij het met vallen en opstaan, dat zij een vrij IK heeft weten te vormen. Een altoos spel tussen onvrijheid en vrijheid. Het spel tussen onnadenkend en willoos kuddegedrag en of een behoedzaam zoekend gedrag naar wellevendheid, waarin het aloude zoeken naar het goede, schone en ware haar hoogst persoonlijke competente invullingen en antwoorden vermag te krijgen.

Levenskunst vormt dan ook het hart van dit diagram met als titel: 'leef je hartenklop'. Immers het hart als metafoor voor het aller eigenste zelf, dat zich een ik mag noemen, niet nadat het levensspoor dan ook een hoogst persoonlijke en bezielde invulling heeft kunnen krijgen of nog doende is daaraan vorm te geven, in deze is de mens nooit te oud om deze leerweg te bewandelen. Een leerweg waarop elke mens leerling blijft, ook al ontwikkelt deze mens, via het stadium van gezel en meester, zichzelf tot een leermeester van zichzelf en voor zichzelf. Zo een leerweg vraagt dagelijkse oefening, ze zijn velerlei te vinden waaronder de 8 zielenoefeningen van Rudolf Steiner en of het oefenen van de wilskracht zoals Baumeister dat heeft uitgewerkt in zijn boek, i.s.w.m. John Tierney. Centraal staat de vrije keuze daartoe, wil de mens een hoogst persoonlijke, bezielde en betekenisvolle levensweg gestalte geven.

Vandaar, een mogelijke zin kan niet ontwaard worden zonder haar tegendeel, de evenzeer alomtegenwoordige on-zin. Tegendelen zoals licht en donker, goed en kwaad helpen het onderscheid te ontwaren, al of niet in beeld en tot begrip te krijgen. Zo ook onzin en zinloosheid enerzijds (opponerend gepositioneerd) versus zin en zinvolheid anderzijds (participerend gepositioneerd), brengen de twee polaire dynamieken nader in beeld, er is geen af-gescheidenheid zonder verbondenheid en er is geen verbondenheid zonder af-gescheidenheid. Zo ook, er is geen overeenkomst zonder verschil en er is geen verschilsbetrekking zonder het overeenkomstige. Het recht op zelf-beschikking vraagt evenzeer de plicht tot Ik-realisatie en of vice versa.

Dit alles vraagt enerzijds om het verwerven van een functionerend mensbeeld en anderzijds om een vigerend wereldbeeld, dat je al of niet in vrijheid kan aantreffen, dan wel dat het je opgedrongen kan worden, zo ook het mensbeeld. Niets staat meer vast, maar tegelijk is er heel vaak niets nieuws onder de zon. Hoe verwerf je een persoonlijk mens- en wereldbeeld, zonder dat het ook ergens aangereikt kan worden, dan wel dat je het ergens weet te vinden? Duidelijk is, dat ze elkaar kunnen beïnvloeden, de wijze waarop je tegen de wereld aankijkt, in deze bijvoorbeeld als puur toeval, zo ook kan je naar je zelf kijken als puur toeval, samenhangend met een materialistische optiek. Ze staan hier duaal gepositioneerd, analoog aan zelf en ander, respectievelijk op de interne en de externe positie op de horizontaal.

Ondanks alle hoogstpersoonlijke bijzondere invullingen, beantwoordt elke mens ergens aan zeer wel algemene condities en of voorwaarden, als daar zijn de reeds vernoemde existentiële hoedanigheden, dat hij zichzelf altijd aantreft met en tussen anderen, al of niet in een zinloze en of zinvolle af-gescheidenheid en of dito verbondenheid. Daartoe rekent Martela zeer wel de welwillendheid, zowel in relatie tot de ander als tot zich zelf. Deze welwillendheid moet geleerd en geoefend worden en wel zo dat het een blijvend zoeken vooronderstelt. Een blijvend tastend zoeken naar het goede en vooral naar datgene wat de ander en of je zelf goed vermag te doen. Het ene is niet zonder het andere, ze staan beiden in een wederkerige duale betrekking, die juist en vooral door de hoogst persoonlijke polaire dynamiek tussen het IK en het WIJ haar invulling en vervulling kan verkrijgen. Niets is meer zeker.

Vandaar dat welwillendheid aangevuld dient te worden met een weldenkendheid en een welvoelendheid, respectievelijk met betrekking tot het ware en het schone. De drie beginselen, die van oudsher de metafysici hebben voortbewogen een metafysisch universum te creëren. Nu we niet meer weten wat het ware, het schone en het goede moet zijn en of worden, dienen we het al tastend te zoeken, want wat doet deze of geen goed? Dat kan hoogst persoonlijk zijn. En toch hebben we ergens weet of dat wat jou of de ander goed doet, ook wel ergens accordeert met dat goede, het goede. Dat wat de ander of mij zelf goed doet, is nawijsbaar een goed dat als een rode draad door de geschiedenis loopt, als een groot en achtenswaardig goed. Evenwel kan dat Goed niet meer opgelegd of afgedwongen worden, maar dient eenieder daartoe zelf, al of niet met anderen in samenspraak en of dialoog, een weg te vinden.

Ook al is de metafysica ter ziele, dan nog vraagt het een steeds opnieuw te initiëren bezieling, dat spoor van het goede, schone en ware als bovenpersoonlijke waarden te leren leven in en op een hoogst persoonlijke wijze van bestaan. Vandaar dat we dat benoemen als subject betrokken waarden en daar waar we toch uit dienen te monden op meer algemeen geldende normen, waaraan we elkaar dienen te houden, kunnen we spreken van object betrokken normen. Ook al rijd iemand heel graag 100 km/uur door het centrum van een stad of door het rode licht dan toch mag de norm gehandhaafd worden, dit aan banden te leggen, niet alleen omwille van de ander, maar zeer wel ook omwille van zichzelf. Onherstelbare schade berokkenen aan anderen en of aan je zelf komt niet alleen terug bij je zelf maar zeer wel ook terug bij de gemeenschap die dat dient te dragen, in deze is en blijft het onomkeerbaar en onscheidbaar afbreuk doen aan het streven, dat we trachten te verbinden aan het goede doen, dat zeer wel dient te beantwoorden aan object betrokken normen, deels vastgelegd in regels en wetten.

Heel dit zoeken naar het goede, schone en ware vraagt voortdurend om het beoefenen van een mate van onbevangenheid, dat precies in het voortdurende zoeken in welke vorm dan ook pas gestalte kan krijgen. Gelukkig is niets meer als ideaal zodanig waar, schoon en goed dat je ervoor ideologisch ter dood moet worden verklaard en of gebracht. Dat miljoenen daartoe zijn veroordeeld en of afgevoerd, zonder dat ze een vlieg kwaad hebben gedaan, maar slechts uit hoofde van een opgelegde ideologie werden geslachtofferd, markeert zeer wel de zwarte bladzijden uit de menselijke geschiedenis. Zelfs het wetenschapsbedrijf is heden ten dage een opgelegde ideologie geworden, met zo haar eigen wetten en regels, zonder werkelijk onbevangen zoekend onbaatzuchtig te blijven openstaan voor wat de werkelijkheid wil laten zien. Daarentegen zoekt het adagium 'kennis is macht' naar een wijze van omgang met feiten en ideeën die controle en manipulatie beogen in weerwil van een spreekwoordelijke en ín alle vrijheid te toetsen zinvolheid, waartoe ooit de wetenschapper de tegenbeweging inzette, tegen alle vermeende ideologieën in.

Het blijft dus een tastend zoeken en een prudent uitzoeken, op een al doende voortgaande weg, die nooit af is, noch naar je zelf toe als mens en persoon, noch naar hoe om te gaan met onze aarde en alle leven dat daarop mag groeien en bloeien. Elke handeling, die op één of andere wijze geweld met zich meebrengt en of in zich draagt en of iets of iemand aan doet, naar welk wezen dan ook, incluis de aarde, mag hoogstpersoonlijk een weerwoord verwachten, hoezeer die ook koud gesteld en of verdonkeremaand moge worden, vroeger of later zal de leugen en of het misdrijf achterhaald worden en dienen de betrokkenen rekenschap af te leggen voor hun daden.

Daar waar haast afgedwongen wordt zonder terdege de aard van de noviteit te onderzoeken en ook proefondervindelijk te toetsen, daar speelt een belang, vaak een economisch belang, een zeer grote rol, vaak ten koste van alles en allen. Daar waar grondig experimenteel onderzoek gedwarsboomd wordt, daar vindt het tegendeel van zin, zinvolheid en betekenis, plaats, daar ontstaat een zinledige verhouding tot de werkelijkheid, die vroeg of laat nodeloos haar slachtoffers voortbrengt. Daar blind voor te zijn en of te worden, is debet aan de nieuwe ideologie, die helaas wetenschap en menige wetenschapper niet meer vreemd is, in deze is de wetenschap nog steeds niet waardenvrij, ondanks al haar streven naar objectiviteit. Ze is en blijft subject betrokken soms al te vaak zeer wel in handen van hoogst onpersoonlijke ondeugden, die het oprechte streven naar het ware, schone en goede moedwillig vertrappen.

Levenskunst heeft dus alles te maken met het toetsend kunnen kennen, zich bewegend tussen kunst en kennis, de kunst van kennis en de kennis van kunst. Waar deze kunst in velerlei vorm gebannen wordt als niet meer ter zake dienend, daar verschraalt het kennisbedrijf zeer wel tot een monocausaal denkend imperium, waar het leven verschraalt tot een bloedeloos bestaan, zeer wel verre van een naar zin en betekenis zoekend spoor van welwillende, welvoelende en weldenkende hoogst persoonlijke bezielde zoekers en onderzoekers. Ze willen immers hoogst persoonlijk garant staan voor wat ze beogen en bewerken. In deze is elke vorm van verschuilen dus zeer wel verdacht, vandaar dat openheid en transparantie de enige waarborg vormen voor een onbaatzuchtig en onbevangen grondhouding. Deze grondhouding wordt pas gevoed door een levenskunst die het hart weer laat kloppen als een hoogst persoonlijke hartenklop. 

Slechts een vrij hart vermag naar hartenlust te scheppen om niet, laten we daartoe hoogst persoonlijk opstaan om er ook voor te gaan instaan. Niet de kwantiteit is dan meer maatgevend, maar de bezielde en bezielende kwaliteit allerwegen.

Comments