Dictogram

`Hat er die Teile in seiner Hand - Fehlt leider nur das geistige Band!´ (Mephisto, aus Goethes Faust)
 
Sinn wird nicht gemacht, er wird entdeckt, er wird gefunden.
Dazu bietet das Feld, das Geistige Zentrum, den richtigen ort - die Teile, über die jeder verfügt, zu einem Band oder Bild zusammenzufügen.
Es ist eine Aufgabe, den Sinn des vorhanden Tatsachen zu finden, sich selbst und die Situation zu bilden und zu begreifen, sich eine Gestalt zu geben.
Dictogram is afgeleid van het woord dicto, terug te vinden in het aloude dictee, dicteren, gezeggen en wel vanuit een ander bereik dan de ontvanger en wel een mogelijke zender.
 
De ontvanger registreert als een dictograaf hetgeen de zender dicteert op een grafische wijze. Alle grammen verwijzen in deze naar het grafisch visuele aspect van het zichtbaar doen worden van een grafisch te vormen beeldveld.
 
Het dictogram betreft dus een grafische weergave waarin gegevens uit `het veld´ worden omgevormd tot grafische voorstellingen, weer te geven in een dictogram. In dier voege is het dictogram het grafische resultaat van hetgeen heeft plaatsgevonden in tijd en ruimte en wel als zodanig omschreven als een veld.
 
Het veld wordt dan gezien als het medium, het ontvangsttoestel, waardoor en waarin data op een zichtbare wijze aan de orde komen en wel zodanig dat ze te beschrijven zijn zoals ze zich op dat moment in dat veld voordoen.
 
Het veld wordt letterlijk ingericht als een grafisch waarneembaar veld bestaande uit een cirkel met daarop met behulp van een kompas af te tekenen coördinaten, te visualiseren als waarneembare posities. Om het veld enigszins op te leuken kan het op velerlei wijzen in en aangekleed worden. Het verhoogt de ambiance om in het veld te gaan werken, maar zonder is / wordt het net zo werkend.
 
De ervaring leert wel dat het van belang is dat de facilitator van dat veld zich afstemt op de in te brengen problematiek, de deelnemers, de vraagstelling en het doel van de samenkomst in het veld. Immers het is niet om het even hoe men het veld betreedt.
 
Zonder focus kan men net zo goed waar dan ook rondwandelen, ook dan zal er het nodige kunnen binnenvallen om te overdenken, maar hetgeen is ingevallen kan op geen enkele wijze zich verhouden tot bepaalde posities in een vooraf afgebakend veld waar de inval heeft plaatsgevonden.
 
Kortom, op een afgebakend veld, met de desbetreffende coördinaten, kan in een vooraf te bepalen ruimtetijd en tijdruimte door haar visuele karakter voor alle deelnemers waarneembaar exact geregistreerd worden wat op een bepaald moment op een bepaalde positie in dat veld wordt gezegd, gedaan, gedacht, gevoeld, etc.
 
Aangezien dat veld alle coördinaten bevat die compatible zijn met alle andere grammekes, kan de facilitator, die het onderzoeksproces leidt, hetgeen aan de orde komt, hypothetisch bevragen en wel deels vanuit hetgeen zich laat zien, maar zeer wel ook vanuit alle mogelijke tot dan toe beschikbare en mogelijke relevante interfererende modellen, die een licht zouden kunnen werpen op hetgeen daar aan de orde treedt.
 
Let wel, hetgeen ik nu globaal beschrijf, dient exact methodisch stap voor stap in werking te treden, wil men op een adequate en professionele wijze bijvoorbeeld een veldopstelling met een team en of organisatie vormgeven. De stappen daartoe zijn experimenteel en proefondervindelijk getoetst en vormgegeven in 4 x 4 stappen, analoog aan het action research model, zie aldaar.
 
Werken in het veld waarin alleen de coördinaten zijn bepaald, maar niet de eventuele concepten en modellen, maakt het mogelijk om op een onbevangen wijze de vraagstelling aan de orde te stellen. Die onbevangenheid maakt het mogelijk om geheel los van vooroordelen en of vooronderstellingen onvermoede ervaringen en inzichten te laten ontluiken, achterom kijkend waarlijk een creatief proces in een open systeem model.
 
De ervaring leert dat deelnemers die totaal onbekend zijn met de mogelijke referente analoge betekenissen van een bepaalde positie, niettemin tot verwondering van hen (toeschouwers) die wel bekend zijn met de analoge betekenissen van die positie, vanuit hetgeen in hen heeft plaatsgevonden exact onder woorden kunnen brengen wat die positie aan mogelijke analoge betekenissen kan opleveren.
 
Afhankelijk van de in te brengen vraagstelling, de probleemstelling, de onderzoeksvraag en het aantal deelnemers is het wijselijk de facilitator bij te staan met een aantal secondanten, waaronder de gatekeeper, de recorder, de content coach en de process coach, zie aldaar het diagram 
betreffende group model building roles.
 
Werken in het veld kan opgevat worden als een smidse, een actuele werkplaats, leertafel, waarin de deelnemers nog niet zozeer meteen met elkaar in dialoog en of discussie gaan, maar allereerst op een onbevangen wijze met de vraagstelling in hun achterhoofd het veld gaan betreden om vervolgens te registreren wat er sec plaats vindt: in hen zelf, met hen, in non verbale wisselwerking met anderen in het veld, de aangebrachte opleukers, in welke vorm dan ook.
 
Hoe de facilitator het veld aankleedt, is slechts afhankelijk van zijn/haar vermogen zich af te stemmen op het veld in wording, de benodigde attributen, de probleemstelling, de deelnemers, etc. en zich te laten leiden door zijn impulsen om het onverwachte een kans te geven zichtbaar te worden. In deze vervult de facilitator feitelijk de aloude rol van de sjamaan.
 
Zo kan het gebeuren dat een facilitator in den vreemde ergens in een hotel (of conferentieoord) kan rondlopen om tot bevreemding van het personeel met kostbare attributen door het hotel te lopen op weg naar de ruimte alwaar het onderzoeksveld werd uitgezet. Na afloop van de onderzoeks-sessie kunnen de attributen dermate aan symbolische betekenis winnen dat de facilitator alsnog moest verhoeden dat de deelnemers ze toe wilden eigenen, zo dierbaar zijn ze blijkbaar geworden.
 
Op zich is de aankleding totaal niet relevant voor de uitwerking van de probleemstelling, maar wel voor de sfeer, de ambiance waarin het onderzoek gaat plaatsvinden. Het haalt de scherpte weg van het vorsende intellect, het verbreedt de scope waarin deelnemers met elkaar aan de slag gaan om achteraf te constateren dat het proces van het veld in werking, langs een gedisciplineerde methodische aanpak, onvermoede inzichten kan opleveren, waard om ze nader te bestuderen, alvorens ze ook wel of niet te gaan toepassen.
 
Het meest tot de verbeelding sprekend was een veldsessie waarin broodnuchtere ingenieurs en technici (directeuren van afzonderlijke fabrieken) onder alle mogelijke cynische opmerkingen het veld betraden als symbolische weergave van hun multi nationale onderneming en gevraagd werd op basis van de gezamenlijk vooraf bepaalde vraagstelling hun positie in te nemen om van daaruit het onderzoek te starten. Na nog geen half uur kon de algemeen directeur zijn verbazing niet meer verbergen en gaf aan dat hier in no time de essentie van de problematiek al aan het licht begon te treden, iets waarover hij met behulp van zijn mededirecteuren al duimdikke rapporten trachtte samen te stellen.
  
Men hoeft niet in de werking van het veld te geloven om het veld in werking te nutten als een smidse, een werkplaats, voor broodnuchter onderzoek naar wat zich voordoet in relatie tot de onderzoeksvraag en in relatie tot iedere deelnemer, deels van top tot teen geïnvolveerd, maar deels ook spreekwoordelijk nonchalant en agnostisch m.b.t. het fenomeen veld in werking.
 
Er valt nog meer over te vertellen, maar uiteindelijk  `the proof of the pudding is in the eating´, de praktijk zal het uitwijzen.
 
Iedere deelnemer / veldwerker is in deze bekwaam uit hoofde van zijn menszijn en uit hoofde van het feit dat de mythische mens al eeuwen in dit veld wezenlijke en diepgaande processen heeft kunnen vormgeven in harmonie met zichzelf, de ander en het andere.
 
Wat let de rationele burger van het heden zijn fragmentatie aan beschikbare kennis te overstijgen teneinde toekomst te scheppen voor mens en aarde. Wellicht kan het veldonderzoek in deze uitkomst bieden.
 
Binnen artesS verband oefenen en werken we zelf in deze veldopstellingen om zicht te krijgen op wie we zijn, wat ons te doen staat en hoe we dat met elkaar dienen aan te pakken en vorm te geven.
 
Tezijnertijd plaatsen we hier de uitgewerkte dictogrammen voortkomend uit en ter illustratie van onderscheiden onderzoekssessies.
Comments