Dynagram



Het woord dynagram is ooit, rond het jaar 2000, al doende ontstaan in relatie tot het diagram. Een oud-student, nu medewerker van artesS, Esther Meurs-Hoogewoonink kwam in een handelingsgericht onderzoek (action research) op deze naam. Zij viseerde de noodzaak om naast het diagram, meer geëigend om modellen uit het ontologische bereik vorm te geven, ook een veld in te richten om meer dynamische processen in beeld te brengen.
 
Heel lang werd het woord dynagram gebezigd voor experimenten in het leren werken met een veld opstelling. Inmiddels hebben we daar het dictogram voor ontwikkeld en kreeg het dynagram langzaamaan een geheel eigen functie.  De functie van het dynagram kwam al doende in beeld aangezien bepaalde processen  aldaar adequater in beeld gebracht konden worden dan in het diagram.
 
Een tijd lang was het onduidelijk wanneer en of het diagram en of het dynagram het meest adequaat ingericht kon worden als een beeldveld. Het hing zeer wel af van hetgeen conceptueel in beeld gebracht diende te worden, met name kwam het dynagram in beeld toen concepten en modellen uit de Chinese geneeskunst (o.a. orgaan dynamieken) en antroposofische geneeskunst (o.a. elementen, ethers, wezensleden) systeem dynamisch ingericht werden.
 
Op een gegeven moment werd helder dat het diagram genut kon worden als een ruimtelijk ingedeeld veld, met  karakteristieke posities en betrekkingen. Het dynagram daarentegen kon meer en meer benut worden om cyclisch verlopende processen in de tijd, coherent en consistent zichtbaar te maken, tevens konden onderscheiden inhouden adequater gevisualiseerd worden.
 
Kortheidshalve werd het onderscheid tussen een diagram en een dynagram nader uitgewerkt in de dynamiek waarop ruimte (diagram) in beeld gebracht zou kunnen worden als een ruimtetijd en waarop tijd (dynagram) gevisualiseerd kon worden in een tijdruimte en of vice versa, dit alles hypothetisch.
 
Ruimte en tijd binnen een systeem dynamisch verband kunnen opgevat worden als elkaars tegendelen en zo mogelijk en of noodzakelijk ook elkaars tegenstellingen, evenzeer kan hun dynamiek nader onderzocht worden m.b.v. de regels van de polariteit en relativiteit, conform de antithetische regels van G.Hegel.
 
Het positioneren van systeem dynamische regels in een beeldveld op grond waarvan een `beeldveld in werking´ gelezen kon worden, diende zowel in het diagram als het dynagram op een coherente en consistente wijze ingericht te worden.
 
Tot onze verwondering bleek bijvoorbeeld het aloude beeldveld van de Fu Shi structuur en de King Wen ordening uit het Chinese erfgoed de reeds gevonden regels voor het diagram ook op een geheel eigen wijze te representeren.
 
Waar bijvoorbeeld noord staat voor de aard van de richting, zijnde concentrisch en zuid zijnde discentrisch, zagen we dat evenzeer terug in het Chinese model , zij het onder geheel andere benamingen als respectievelijk yin en yang en of `het onpeilbaar diepe´ en `het zich hechtende´.
 
Dat maakt dat zowel het diagram als het dynagram wat betreft de verticale as, in dit voorbeeld, op een analoge wijze in beeld gebracht kan worden, evenwel met een significant verschil. Daar waar het dynagram genut werd als een existentieel veld waarin de waarnemer zijn positie innam in relatie tot de solaire dynamiek tussen oost en west, daar werd het diagram genut als een door het subject geprojecteerd veld waar hij zelf buiten stond. Het diagram wordt dan een soort vizier, rooster, windroos waarmee de werkelijkheid geviseerd kan worden.
 
Met als gevolg dat in het dynagram het noorden gesitueerd wordt aan de nachtzijde, c.q. de rugzijde van de waarnemer in het veld; in het diagram wordt het noorden gesitueerd analoog aan de bovenpool van de waarnemer. Zo doende spiegelen diagram en dynagram tegenovergestelde posities op de verticaal. In het diagram als visueel medium is het noorden boven in het beeldveld gesitueerd, in het dynagram daarentegen onderin.
 
Deze oppositie is echter relatief aangezien zowel het noordpunt als het zuidpunt benoemd kunnen worden als respectievelijk concentrisch en discentrisch van aard. Evenwel brengt deze relatieve betrekking de polaire dynamiek van de verticale as in zowel dia- als dynagram op een analoge wijze in beeld, zij het dat zij elkaar in het duogram kunnen spiegelen. Deze spiegeling tussen diagram en dynagram kan nu genut worden om bepaalde posities en betrekkingen in het duogram nader te onderzoeken.
 
Daarmee ontstaat met het duogram een soort van tussenveld waarin ruimte gerelateerde posities en tijd gerelateerde betrekkingen in hun onderlinge verhoudingen, mogelijke analoge dynamieken in beeld kunnen brengen.
 
Om in het duogram te kunnen werken, dienen evenwel de exacte posities van zowel dia- als dynagram analoog gedefinieerd te worden, niet alleen op de verticaal, maar evenzeer op de horizontaal, als beide diagonalen. Gezien de exacte definiëring van de 8 posities in de Fu Shi structuur en de King Wen ordening (die ten opzichte van elkaar verschillen qua posities) werd dat voor het dynagram een zeer werkbaar hypothetisch beeldveld. 
 
Wat betreft de karakteristieken van het diagram werd een onderscheid gemaakt naar de aard van de positie op de horizontaal (oost / autonoom, west / heteronoom) en de aard van de richting op de verticaal (noord / concentrisch, zuid / discentrisch), voorts werd onderscheiden de aard van de beweging in sympathisch (rechts omgaand in het diagram) en antipathisch (links omgaand in het diagram), beiden als tegendelen startend in het oosten op de horizontaal gelegen. Zie voor een verdere uitwerking in 8 fold een schematische schets in wording.
 
De onderlinge verhoudingen qua posities en betrekkingen en qua processen en inhouden in zowel het diagram als het dynagram vragen een precieze en uitvoeriger uiteenzetting dan hier in kort bestek mogelijk wordt. Een verder uitleg kunt U vinden in het theorieboek systeem dynamiek (nog onder constructie).
 
Om kort te gaan, we nutten het diagram eerder als een te denken hypothetisch werkveld: het diagram geeft te denken. Het dynagram daarentegen nutten we als een voorstel tot uitwerking van een mogelijke gedachtegang: het dynagram geeft een mogelijke gedachtegang weer.
 
Deze werkwijze geeft aan de denker twee belangrijke velden ter beschikking, enerzijds het kunnen plaatsen van begrippen in de ruimte (diagram) als discursief te denken inhouden en anderzijds het kunnen vormgeven aan recursief te denken verbanden middels het plaatsen van begrippen in de tijd (dynagram).
 
Met het dynagram worden tot nu toe kwalitatieve processen gevisualiseerd die complexe, dynamische interacties op een zo compleet mogelijke wijze zodanig conceptualiseren dat mogelijke synthetische verbanden  op een ongecompliceerde wijze aan het licht kunnen komen.
 
Het dynagram dwingt de denker een hypothetische gedachtegang zodanig in beeld te brengen dat ze zowel doorzoekbaar als uitwisselbaar gemaakt kan worden om complexe samenhangen op een simplexe wijze aan de orde te stellen.

Inhoudsopgave