Art of living

`Let my playing be my learning, and my learning be my playing.´ (J.Huizinga)

Art of living, artes vitae, levenskunst. Al deze begrippen uit onderscheiden taalgebieden en culturen hangen binnen artesS verband samen met de `homo ludens´, zoals J.Huizinga ze heeft geintroduceerd, verwijzend naar de spelende mens in het domein van de cultuur.
 
Cultuur komt uit het latijn van cultura en betekent enerzijds bebouwen en bewerken (colere) en anderzijds vereren en versieren (cultus) van al hetgeen de mens belangt te behartigen, zoals het doen `bewerken´ van de `akkers´ en het doen `inwerken´ van de geest en het geestelijke op diezelfde `akkers´ via de cultus. De betekenis van het onderhouden van de akkers slaat dan op het hoe, het doen verhouden van het actieve en het passieve, het stoffelijke en het geestelijke in een te harmoniëren delicate verhouding.
 
In het bewerken van iets anders dan je zelf bewerk je niet alleen het wat maar evenzeer het wie, je zelf. De wijze waarop je gaandeweg leert bewerken verwijst dan naar het `hoe´, het dynamische midden van een subject betrokken en een object betrokken routing.
 
Dat brengt ons op de kwestie dat er niet alleen een wat, het object, in het spel is, maar even zeer een wie, het subject. Niet alles `wat´ je bewerkt draagt vrucht, evenmin brengt de bewerking van het `wie´ vruchten voort. De wederkerige betrekking tussen het wie en het wat vraagt derhalve nog om een kunstzinnig samenspel van twee grootheden, kortom levenskunst.
 
In het begrip levenskunst komt het hoe aan de orde en verwijst naar de mate waarin het subject zich op een kunstzinnige wijze niet alleen weet te verhouden tot het wat maar evenzeer tot het wie. Dat impliceert dat het subject niet alleen ten onder mag gaan (ondergaan) in het bewerken van het object, maar evenzeer reflexief dient te herrijzen (opgaan) om in ogenschouw te nemen, het wat, het wie en vooral het hoe.
 
De wijze waarop beschrijft Huizinga in zijn homo ludens, de spelende mens. Het adagium wat we in artesS verband hanteren, learning by doing, o.a. gepromoot door John Dewey, kunnen we dan ook gevoegelijk uitbreiden met hetgeen Huizinga, zo mooi verwoordt: `laat mijn spelen een leren worden en laat mijn leren een spelen zijn´.
 
In dier voege vormt het spelenderwijs leren een belangrijke notie in de wijze waarop we in artesS verband levenskunst willen oefenen en uitdragen om aldoende al hetgeen te bewerken en te bebouwen, te vereren en te versieren wat we willen behartigen: een duurzame toekomst voor mens en aarde.
 
Systeem methodiek en action research  vormen daartoe het te oefenen instrumentarium zodat het oefenen van levenskunst ook daadwerkelijk vorm kan krijgen in het bijeenbrengen  van leven, leren en spelen.
 
Leren door te doen vraagt om het oefenen van en een daadwerkelijke verbinding tussen denken en doen, het leren ondergaan en het oefenen van een denkwerkelijke afscheiding tussen doen en denken, het leren opgaan. Het kunnen pendelen tussen verbinden en afscheiden ontstaat niet zomaar, het wordt met recht de kunst van het leven genoemd, waarin de mens op het spoor komt van een verbinder en een afscheider, respectievelijk van een zelf en een ik.
 
Deze zelf-funktie en ik-functie oefenen, maakt zichtbaar dat levenskunst vraagt om het opnieuw zicht krijgen op dat wie en dat wat, beiden zijn geen geestloze wezens binnen het functionele paradigma. Beiden, zowel het wie als het wat, brengen elkander scheppend voort, het een is niet zonder het ander en hun wisselwerking oefenen, is het oefenen van levenskunst.
 
Het tot leven brengen van de zin en betekenis van hun samenkomst in het hier en nu, tussen verleden en toekomst vraagt niet alleen om een permanente zelfopvoeding, maar evenzeer het nieuwsgierige en spelende kind in iedere mens. Wie oud en hopelijk wijs geworden zich weet te verjongen, oefent levenskunst zoals ze bedoelt te worden, een mate van reflexiviteit, ten dienste van de ander en het andere. 
Comments