the art of mapping

De systematiek, methodiek en logiek van een systeemdynamisch model: in de loop van het onderzoek uitgewerkt in onderscheiden …grammen, respectievelijk diagram, dynagram, duogram, dictogram en hologram. De onderzoeksroute begon met het diagram te exploreren.

 

Het woord diagram komt van het griekse diagramma = schets, mathematische figuur en van diagraphein = schetsen, beschrijven; dia = door / uiteen en graphein = schrijven / tekenen.

 

Het diagram is een tekening waarin kan worden geschreven.

 

De combinatie van schrijven en tekenen ineen moeten we duiden als een belangrijke functie van het diagram. Immers met de tekening verschijnt een beeldveld in ruimte en tijd en met het schrijven verschijnt een begripsveld in tijd en ruimte. Het diagram bemiddelt beide velden in één model.

 

Door de unieke combinatie van een begripsveld en een beeldveld in één model wordt het mogelijk dat beeldvorming en begripsvorming elkaar wederzijds gaan dragen in een diaforese, dia = door...heen, phoreo = telkens dragen, met zich meedragen. In de diaforese van begripsvorming en beeldvorming kan het diagram ontwikkeld worden tot een dynamisch model.

 

Deze diaforese maakt een diagenese = doorgaande wording mogelijk waarin beeld en begrip elkaar kunnen insluiten en ontsluiten. Immers beeldvorming en begripsvorming dienen in een voortdurende wording zich tot elkaar te blijven verhouden.

 

Diagenese leidt zo doende tot een dialectiek, de dialectica, de redeneerkunde, het heen en weer spreken (legein) tussen beeld en begrip. Het uiteenleggen van begrip en beeld in één model maakt hun dialoog = tweespraak / samenspraak mogelijk. In en door deze dialectiek worden beeldvorming en begripsvorming gesitueerd in een  rationeel te funderen systematiek.

 

Het diagram als beeldveld en als begripsveld dient middels deze dialectiek uitgewerkt te worden tot een systeemdynamisch model. Zo doende kan men een rationeel instrument ontwikkelen voor een functionele strategie waarin begripsvorming en beeldvorming op een diakritische wijze complementair aan elkaar worden. Diakritisch = onderscheidend, ontleend aan diakritikos, van het onderscheiden, van diakrinein = scheiden, onderscheiden, van dia = in tweeën.

 

De dialectiek tussen beeld en begrip op haar beurt voert tot de diagnose. Diagnosis komt van diagignoskein = het uit elkaar kennen, het uiteen leren kennen, te weten komen hoe begrip en beeld zich tot elkaar verhouden in een diagram.

 

Deze tweespraak krijgt gestalte in een open en dynamisch systeem model. Immers de uitkomst van deze tweespraak of samenspraak is zonder begin en zonder einde.

 

Leren werken met het diagram als een systeem dynamisch model vraagt om een functionele diafanie en epifanie. Het woord epifanie komt van het griekse epiphaneia = verschijning, epiphanein = laten zien, reflexief: plotseling te voorschijn komen bij iets, epi = bij en phainein = schijnen, blijken, doen verschijnen, tonen. Diafanie komt van diaphanes en betekent doorzichtig, diaphainein = laten doorschijnen, doorschijnen, doorheen schijnen. De epifanie karakteriseert de beeldvorming en de diafanie karakteriseert de begripsvorming.

 

Het diagram als een systeem dynamisch model dient in het functionele paradigma gesitueerd te worden. Het functionele paradigma wordt gekenmerkt door een nieuwe strategie in de cultuur naast het mythische en ontologische paradigma (C.A. van Peursen). Elk van deze drie paradigmata kan gerelateerd worden aan een speciaal daartoe ontworpen onderzoekscyclus. Het mythische paradigma aan de fenomenologische cyclus, het ontologische paradigma aan de empirische cyclus, het functionele paradigma aan de action research cyclus. Het functionele paradigma integreert deze drie onderzoeksmethoden in een open systeem model als te denken, te voelen en te willen.

 

Om deze drie onderzoeksmethoden te kunnen willen, voelen en denken wordt het functionele paradigma respectievelijk drieledig uitgewerkt in de logiek van een fenomenologische cyclus, de methodiek van een action research cyclus en de systematiek van een empirische cyclus. Ieder op hun eigen wijze en toch in samenhang vormen zij het integrale onderzoeksveld binnen het functionele paradigma.

 

Met het open systeem model als systeem dynamisch model wordt het mogelijk om de systematiek onderscheiden van de methodiek en evenzeer weer te onderscheiden van de logiek in een dynamisch verband te denken (systematiek), te voelen (methodiek), te willen (logiek). Zodoende dient binnen het functionele paradigma het diagram nog aangevuld te worden met andere open systeem modellen, zoals het dynagram, het duogram, het dictogram en als midden het hologram. Alle grammetjes zijn systeem dynamisch met elkaar verbonden voor zover ze en onderscheiden en verbonden interfereren.

 

Met betrekking tot de onderscheiden onderzoeksmethoden kan het ene grammetje zich er beter toe lenen dan het andere. Zo heeft onder andere het dictogram een belangrijke functie in de fenomenologische cyclus, waarin het opsporen van de logiek van het fenomeen aan de orde komt. Zo kunnen diagrammen en dynagrammen een functie krijgen in de empirische cyclus, waarin het opsporen van de systematiek in de onderscheiden domeinen van geest en stof aan de orde dient te komen, alvorens ze te kunnen spiegelen in beeld en begrip. In de verdere ontwikkeling van de action research cyclus als onderzoeksmethode van het functionele paradigma dient het hologram in functie te komen.

 

Systeem is een stelsel. Het woord systeem is ontleend aan systema (latijn) en sustèma (grieks) en betekent organisch geheel, organisme, compositie, van sunistèmi dat betekent ik stel samen, ik verenig; van sun = samen en histèmi = ik doe staan, ik stel. Een hologram als systeemdynamisch veld doet beeld en begrip samen stellen in een organisch geheel ( te onderscheiden van een mechanisch geheel). Vandaar dat men met het hologram, systematisch, organische wetmatigheden kan onderzoeken in bijvoorbeeld personen en organisaties, op te vatten als open systemen (organiek) in tegenstelling tot gesloten systemen (mechaniek).

 

Een organisch systeem is een geheel (holon) waarin de leden binnen een veld zich gedragen als constituerende leden van en vanuit dat geheel, zonder hetwelk het geheel niet kan functioneren als geheel, maar waarin de leden niet willekeurig vervangen kunnen worden door andere leden zonder verregaande implicaties voor zowel de leden als het geheel. Het geheel is dan ook meer dan de som van haar leden aangezien het geheel, hiërarchisch gezien, boven de leden uit, zich weer kan verhouden tot andere leden en andere systemen, zonder haar eigenheid prijs te geven. De leden verhouden zich in hun functie tot elkaar en tot het geheel op een meerduidige wijze.

 

Een mechanisch systeem is een geheel waarin de delen binnen een veld zich evenzeer gedragen als constituerende delen in dat geheel, zonder hetwelk het geheel niet kan functioneren als geheel, daarin zijn echter de delen overeenkomstig hun mechanische functie in het geheel wel te vervangen, zij het niet willekeurig, door andere delen zonder implicaties voor zowel de delen als het geheel. Dat geheel dient opgevat te worden als een gesloten systeem daar elk ander binnendringend deel het geheel danig kan verstoren in haar functie. De delen verhouden zich in hun functie tot elkaar en tot het geheel op een eenduidige wijze.
 
Het moge duidelijk zijn dat de grens tussen een organisch en een mechanisch systeem zeer wel kan vervagen, aangezien men in bepaalde wetenschapsdomeinen een organisch systeem geheel en al tracht te hanteren als een mechanisch systeem en vice versa, een mechanisch systeem doet evolueren tot een organisme; de vraag is echter met welke doordachte en of nog niet doordachte consequenties. Deze vervaging kan men betreuren of toejuichen, belangrijker is om te begrijpen en te verstaan welke bedreigingen en welke kansen ze kunnen inhouden. Een open systeem modellering kan wellicht de tijd en de ruimte bieden hun interacties te valoriseren voorzover ze een constructieve interferentie aangaan.

 

Een organisch systeem dienen we waar mogelijk zowel beeldlogisch als begripslogisch te visualiseren in een van voornoemde diagrammen, te visualiseren als een veld en of een matrix. Een mechanisch systeem heeft zo haar geheel eigen visualiseringen; men spreekt van een blauwdruk, een vork, visgraat of stroomdiagram, een boomdiagram, dit alles om deductieve en of inductieve causale betrekkingen tussen onderscheiden posities en dito variabelen in beeld en tot begrip te brengen.

 

Methode is een vaste manier van handelen. Afgeleid van methodus (latijn) en methodos (grieks) en betekent het naspeuren door een spoor te volgen; van meta = na, naar, achterna, veranderd, hoger en hodos = weg. Zowel het probleem gestuurde onderzoek als het proces gestuurde onderzoek in de action research cyclus schetsen de twee wegen waarop respectievelijk begripsvorming en beeldvorming ieder op eigen wijze gestalte kunnen krijgen, als ook het veld waarop begrip en beeld zich tot elkaar dienen te verhouden als positie tot betrekking. De methode is pas een wetenschappelijke methode als zij kan aantonen dat de bepalende stappen op die weg er toe doen.

 

Model betekent voorbeeld. Ontleend aan modulus = maat, melodie, verkleiningsvorm van modus = omvang, maat, maatstaf, voorschrift, regel; het maat houden, de maat aangeven, wijze, manier. De diverse open systeem modellen wijzen ons een weg waarop beeld en begrip in de ruimte (compositie) en in de tijd (configuratie) gedacht kunnen worden. Ten behoeve van het vormgeven aan een dictogram wordt een weg beschreven en die weg dient methodisch gegaan te worden als gesteld binnen en door het systeem. En het systeem vindt haar ordening en structuur in het hologram als een systeemdynamisch veld. Zodoende wordt duidelijk hoe de methode in het functionele onderzoeksveld zich een weg zoekt analoog aan de gevormde of nog vorm te geven systematiek.

 

Naast de systematiek (denken) te onderscheiden van de methodiek (voelen) voeren we een derde dimensie toe betreffende de logiek (willen). Logiek dienen we in deze te onderscheiden van logica. Logiek en logica verhouden zich tot elkaar als de dimensie van het beeld tot de dimensie van het begrip. De term logica betreft de leer van de wetten van het denken. Logica is ontleend aan logica (latijn) en logikè (grieks, vr. van logikos) = de taal betreffend, het disputeren betreffend, de rede betreffend, verkort uit logikè technè = vaardigheid, van logos = getal, verhaal, woord, gesprek, gedachte, filosofische begripsbepaling, rede, van legein = verzamelen, spreken, bespreken, noemen.

 

De term logiek voeren we in om niet zozeer uitdrukking te willen geven aan de wetten van het denken als wel aan de wetten van het willen, van het bewegen, van het juiste bewegen. Dat bewegen vonden we terug in dialectiek als het heen en weer bewegende. Het redeneren informeert ons meer dan het argumenteren, over het juiste bewegen in het denken, en dat juiste bewegen in het denken is zonder het juiste willen niet mogelijk. Willen en denken verstaan we in het hologram als polaire dynamieken, in spiegeling gesitueerd op de verticaal.

 

Onderzoekt de logica de juiste posities die de betrekkingen reguleren, zo onderzoekt de logiek de juiste betrekkingen die de posities reguleren.
 
Het onderscheid tussen een kwantitatieve systeemdynamische benadering (met het oog op het doorgronden van een mechaniek) en een kwalitatieve systeemdynamische benadering  (met het oog op het doorgronden van een organiek) is voor zover van belang dat elk domein haar eigen mogelijkheden en begrenzingen dient te onderkennen, derhalve dient er tussen beide domeinen een brug geslagen te worden, willen ze de complexe werkelijkheid op een simplexe wijze kunnen blijven bemensen. 
Comments