Horizon - horizontaal

Tussen horizon als een fenomenale waarneembare werkelijkheid en de horizontaal als een noumenale vierledig te denken werkelijkheid, niet alleen terug te vinden in de indeling van diagram en dynagram, met respectievelijk de horizontaal en de verticaal en de twee diagonalen, tezamen vormend een achtledige structuur, maar evenzeer ook in de vier tot acht-ledige dynamiek van symbolen, willen we de analogie belichten die van oudsher werd geviseerd. Daarmee een brug slaand tussen het mythische en ontologische paradigma, uitmondend in het functionele paradigma zoals C.A. van Peursen dat heeft uitgewerkt.

Met dank aan Vincent Ongkowidjojo, ontlenen we een aantal citaten uit zijn onderzoek: ''De horizon in het licht van het Mesopotamische wereldbeeld''.www.ethesis.net

Het fenomeen horizon gesitueerd in een vierledige dynamiek.

Het fenomeen van een viergelede horizon als werkraam en/of als denkraam teneinde de werking van de vier windrichtingen en de werking van de vier elementen te kunnen situeren en met elkaar al denkend in verband te brengen. 

Het werken met de vier elementen in een systeem dynamisch veld geeft aan de werker, c.q. denker, een zekere oriëntatie als het erop aan komt de vier kwadranten qua dynamiek te kunnen onderscheiden en of te kunnen relateren. Wat houden deze vier kwadranten in en waar verschijnen ze aan `de horizon´? Van oudsher worden deze vier kwadranten verbonden met de vier elementen, met in hun midden de werking van de ether. 

Wat is de herkomst van deze vier elementen? 

Van oudsher werden de vier elementen, van de oudheid tot ongeveer late middeleeuwen, gehanteerd om onderscheiden dynamieken in beeld te brengen. Een element werd omschreven als een primaire kwaliteit, zijnde an sich niet empirisch zintuiglijk waarneembaar, echter had en heeft ze een zeer bepaalde te denken werking en of dynamiek die pas aan het licht kan treden door het bezigen van een fenomenologische onderzoeksmethode. 

Men onderscheidde vier elementen. Zo sprak men van het aarde element, het water element, het lucht element en het vuur element.  Deze vier primaire kwaliteiten hadden een specifieke werking die samenhing met de vier secundaire kwaliteiten; in tegenstelling tot de primaire kwaliteiten waren de secundaire kwaliteiten wel zintuiglijk waarneembaar. 

Men onderscheidde 4 secundaire kwaliteiten. Zo sprak men van koud, warm, droog en nat. In combinatie met elkaar werden ze als volgt uitgewerkt. Tussen koud en droog kon je de werking van het aarde element denken, tussen koud en nat het water element, tussen nat en warm het lucht element, tussen warm en droog het vuurelement. 

Je kon het ook omkeren. Waar aarde en vuur werken ontstaat het droge, waar water en aarde werken ontstaat het koude, waar lucht en water werken ontstaat het natte, waar vuur en lucht werken ontstaat het warme. In de middeleeuwen wist men nog hoe de werking van de primaire en secundaire kwaliteiten verbonden waren met het menselijke organisme. 

Men sprak bijvoorbeeld van: het warme en droge trekt aan zich (neemt met zich mee), het droge en het koude behoudt zijn eigen (houdt in zich vast), het koude en natte drijft uit, het natte en warme digereert (verteert). Zie R.Steiner GA 233 blz 60-61) Zie aldaar voor een verder verstaan van deze aloude dynamiek en of werking. 

Tot nu toe hebben we dus 4 niet waarneembare primaire kwaliteiten en 4 waarneembare secundaire kwaliteiten. De secundaire kwaliteiten werden in de ruimte geplaatst en wel als volgt. Koud op noord, nat op west, warm op zuid en droog op oost. Met de 2 x 4 primaire en secundaire kwaliteiten kon je een verticaal en een horizontaal tekenen, tezamen een kruis vormend. Met deze 2 x 4 kwaliteiten heb je een eenvoudige indeling, daarmee kun je in een diagram en/of dynagram werken en denken. 

Tot nu toe hebben we beschreven hoe de secundaire kwaliteiten zich verhouden tot de primaire kwaliteiten, maar wat zijn nu elementen? In ieder geval niet de in de fysica gehanteerde elementen, die in feite een aanduiding vormen voor de onderscheiden empirisch waarneembare stoffen met ieder hun aantal protonen, neutronen en elektronen. 

Blijkbaar had men in de oudheid iets anders op het oog. Er is nog een tekst bewaard gebleven waarin Aristoteles aan Alexander, zijn leerling, onderricht gaf over de werking van de vier elementen. Daarbij heeft Aristoteles naar de vier windrichtingen gewezen als 2 x vier werkzame entiteiten. 

De vier elementen zijn geen krachten en ook geen stoffen, je kunt ze verstaan als een soort van oer ideeën. Oer-ideeën die ten grondslag liggen aan de waarneembare werkelijkheid. De primaire kwaliteiten zijn niet waarneembaar, maar hun werking kan analoog verstaan worden in bijvoorbeeld de vier aggregaat toestanden: het vaste, vloeibare, gasvormige, warme en of in de vier rijken: het minerale, plantaardige, dierlijke en menselijke rijk. De elementen liggen ´ten grondslag´ aan de fenomenale werkelijkheid, je kunt de werking van het water element en het lucht element zien ‘verschijnen´ in bijvoorbeeld het vloeibare en gasvormige. (fenomenon betekent het uit zichzelf verschijnende) 

Vier centrale oer-ideeën, begrippen, wezens, die ten grondslag liggen aan de fenomenale werkelijkheid in al haar te onderscheiden fenomenen. Ze werken daarin samen met de vier ether krachten: warmte ether, licht ether, klank ether en levens ether en met de vier fysisch gerelateerde krachten warmte, verdichting, zwaarte en deling (te verbinden met o.a. elektriciteit, magnetisme, zwaartekracht en grote/kleine kernkracht). (Wat etherkrachten en fysische krachten zijn en hoe ze inwerken en uitwerken in relatie tot de vier elementen zie Ernst Marti, Das Aetherische.) 

Met dit alles hebben we echter nog geen begrip en of beeld van de elementen, laat staan van hun werking en of herkomst. Ze waren zo vanzelfsprekend dat men ze hanteerde, maar niet beargumenteerde in de zin zoals we dat nu in de fysica doen. Dus moeten we terug naar de tijd tussen het mythische paradigma en het ontologische paradigma. In die tijd vertoefde onder andere Aristoteles die bij zijn onderricht over de vier elementen naar de vier hemelrichtingen verwees. Maar ook uit de tijd van het mythische paradigma zijn teksten bewaard gebleven die iets vertellen over de in ´vieren` gedeelde horizon. Met betrekking tot het begrip horizon nutten we ter illustratie een studie van Vincent Ongkowidjojo, zie de cursief aangehaalde citaten. 

https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/bibliotheek/functional-paradigm-echt/systemdynamic/systemlogic/symbols/horizon-en-of-horizontaal/system-dynamics-logic-symbols-horizon-vier-elementen-houtgravure-flammarion.jpg
Wat is een horizon? 

Hemelrichtingen hangen samen met hoe we de aardse ruimte indelen in een horizontaal en een verticaal. Te beginnen met de horizontaal. Horizon betekent het begrenzende, immers over de horizon heen kan je niet kijken, je kunt kijken tot zover de horizon reikt, tot aan de gezichtseinder. Iets of iemand verschijnt aan de horizon of verdwijnt achter de horizon, iets of iemand komt in beeld of verdwijnt uit beeld..

"De eerste betekenis van het woord horizon is volgens van Dale in astronomische zin, omdat dit de ware, wetenschappelijk verantwoorde horizon is. Dit is het cirkelvormige vlak dat door het middelpunt van de aarde snijdt. Pas op de tweede plaats komt de zichtbare horizon, die ook wel schijnbaar genoemd wordt, omdat die afhankelijk is van een gezichtspunt op aarde. Deze horizon is de cirkel die gevormd wordt door de aanraking van het uitspansel van de hemel en de oppervlakte van de aarde. Deze definitie komt overeen met die van de gezichtseinder en is de betekenis die wij doorgaans aan het woord “horizon” toekennen. De einder loopt met andere woorden rondom het aardoppervlak. In de Nederlandse taal wordt dit woord ook in een figuurlijke zin gebruikt of om de grens van een gebied of veld mee aan te geven."

"De herkomst van het woord horizon stamt van het Griekse werkwoord horizein dat “begrenzen” betekent (hóros - grens), maar is via het Latijn onze taal binnengeslopen. De horizon is met andere woorden letterlijk dat wat de wereld begrenst. Hoewel deze betekenis in de Nederlandse taal niet meer doorzichtig was en is, wijst niettemin ons woord einder hierop. De einder is waar alles eindigt en de horizon is de uiterste grens van de wereld. Deze visie gaat echter uit van de eindpunten en de grenzen van de aarde of het aardoppervlak, hoewel de horizon meer inhoudt dan dat."http://www.ethesis.net/ De horizon in het licht van het Mesopotamische wereldbeeld, Vincent Ongkowidjojo.

Men kan de horizon noch meten, noch wegen, niettemin is het toch een fenomeen die we zintuiglijk kunnen waarnemen en die wel degelijk invloed heeft op onze waarneembare subject betrokken werkelijkheid. De horizon scheidt boven en onder, dag en nacht, licht en donker, niet zozeer als een oppervlak als wel een lijn, een uitgelijnde horizontaal. 

"Alleszins verwijzen Sumerische en Akkadische begrippen voor horizon naar het laagste deel van de hemel. Dit is in enge zin de lijn tussen hemel en aarde, maar net zoals de horizon bij ons, is in ruime zin ook een smalle band boven die scheidingslijn inbegrepen. Net omdat dit een deel van de hemel vormt, is in de uitdrukkingen expliciet het woord voor hemel aanwezig. Dat de voorstelling van de horizon breder is dan alleen de lijn tussen hemel en aarde, komt omdat juist de horizon een plaats is waar hemelse fenomenen waargenomen worden. Dit maakt het althans zinvol om een fenomeen “aan” de horizon te situeren.


In lexicaal opzicht kunnen alle verschillende begrippen zowel naar de scheidingslijn als naar de onderste hemelsband verwijzen. Het grote verschil in de twee categorieën is dat bij het ene begrip de eigenlijke rand van de hemel een rol speelt en bij het andere het fundament, waar de hemel wordt verondersteld op te steunen. De horizon is de plaats waar de hemel begint en waar de hemel eindigt, omdat een einde onvermijdelijk verbonden is met een begin. De dood is het eindpunt van het proces dat gekoppeld is aan de geboorte.


Naast het zichtbare deel van de horizon aan de hemel verwijzen de begrippen ook naar de rand van de aarde, want de horizon is als het ware de grens tussen hemel en aarde. Dit is minstens op mythologisch vlak belangrijk. De horizon is het einde van de aarde. Met andere woorden, de horizon is ook met de aarde verbonden en bevindt zich daarbij helemaal aan het uiteinde van het aardoppervlak. Omdat deze locatie de plaats is waar de uitersten van hemel en aarde elkaar ontmoeten, is dit ook de plaats waar de zon haar loop heeft: in de ochtend verschijnt ze aan de horizon en in de avond verdwijnt ze achter de horizon. Het is de loop van de zon die de posities op de horizon definieert.


Al het tekstmateriaal is het ermee eens dat het aardoppervlak eindigt met de horizon, dan wel het midden, het grensvlak vormt tussen hemel en aarde." http://www.ethesis.net/ Vincent Ongkowidjojo 

Loodrecht op de horizontaal staat zowel naar boven als naar beneden de verticaal, naar boven stijgend, naar beneden dalend. Deze verticaal is in zoverre van belang dat je die kunt benutten om de horizon te kunnen zien. Het kunnen zien van de horizon is mede afhankelijk vanuit welke hoogte je er naar kunt kijken, hoe hoger hoe meer horizon je kunt overzien. Horizontaal en verticaal snijden elkaar in een gemeenschappelijk punt, ze hebben een gemeenschappelijk middelpunt, waar je ook staat. 

Om deze horizon in zijn geheel waar te nemen, dien je vanuit dit middelpunt rond te gaan kijken en alsmaar je te oriënteren op de horizon. Je merkt dan dat de horizon een cirkel om je heen vormt, die geen begin en of einde kent in de ruimte, het is een beweging die samenhangt met het fenomeen van de tijd. Met het fenomeen van de horizon verschijnt op aarde het direct waarneembare fenomeen van de tijd en de daaraan gerelateerde overgangen in de dagloop. 

Daarmee hangt ook samen dat door de horizon de werking van de tijd verschijnt, de zon komt op, ergens aan de horizon en de zon gaat onder, ergens aan die zelfde horizon. Ontstaan en verschijnen, vergaan en verdwijnen, zijn geen los staande begrippen maar kunnen gerelateerd worden aan spreekwoordelijke fenomenen, gesitueerd in een zintuiglijk waarneembare fenomenale werkelijkheid. Met de werking van het licht verschijnt de horizon die aan de dag treedt en met de nacht terug treedt. 

Het is deze in vieren gedeelde horizon (ochtend – middag – avond – midnacht), gerelateerd aan de vier windrichtingen, noord en zuid op de verticaal en oost en west op de horizontaal, die van oudsher beschouwd werden als samenhangend met de 4 secundaire en 4 primaire kwaliteiten, de vier elementen, met in hun midden de quinta essentia, de ether werking (zie Ernst Marti, Das Aetherische). 

De horizon is als fenomeen gerelateerd aan onze aardse fenomenale werkelijkheid. De horizon kan an sich verschijnen en verdwijnen; als een ongeboren fenomeen kan ze geboren worden zodra ze letterlijk en figuurlijk boven komt drijven. Daartoe dien je binnen de aardse verhoudingen je loodrecht tot de horizon te verhouden. Vanuit een bepaalde hoogte kan je de horizon waarnemen als een alomvattende cirkel. Steeds omvat deze cirkel het middelpunt en zonder dit middelpunt verschijnt er ook geen horizon. 

Hier zie je de wijze waarop je een diagram of dynagram kan beelden, het kan op een tweevoudige wijze deze horizon visualiseren. Enerzijds door de horizontale lijn midden door het diagram, een lijn van de ene kant van de cirkel naar de andere kant en anderzijds middels de cirkel zelf in het dynagram. Deze cirkel beeldt de omvattende horizon vanuit het middelpunt alwaar de waarnemer de horizon kan waarnemen als een eindeloos herhalend zich aaneenvoegend geheel van de tijd, die zich een ruimte schept. 

De cirkel met de horizontaal door het midden kunnen we ook lezen als de cirkel die de zonneboog beschrijft, boven de horizon stijgend en onder de horizon dalend, de verticaal geeft dan het zuidpunt weer (daar waar de verticaal de cirkel snijdt) alwaar de zon op het hoogste punt, tijdens de dagloop in de middag komt te staan, het noordpunt op de andere kant van de verticaal beeldt dan de midnacht. Een meervoudige fenomenale dynamiek kan op deze wijze, zij het wat geabstraheerd, met een minimum aan lijn in kaart gebracht worden. 

Deze cirkel met horizontaal en verticaal kunnen verstaan, impliceert dat je het getekende kan waarnemen als beeld van hetgeen in woorden valt te begrijpen omtrent het afgebeelde. Dat vraagt om oefening en gewenning, overigens dien je waakzaam te blijven, want het kan als beeld nog op andere wijzen uitgewerkt worden, afhankelijk van de te positioneren begrippen, dito gedachtegang en of concept. Je kunt ook zeggen het afgebeelde is een wijze waarop werkelijkheid al conceptualiserend gemodelleerd kan worden. Het model is dan in deze geen werkelijkheid, maar een wijze waarop je iets in beeld en tot begrip kan brengen.

Niettemin brengt de horizontaal wezenlijk iets anders in beeld dan de verticaal. Waar de horizon de dualiteit (de of-of betrekking) aan het licht brengt tussen opkomst of ondergang (in deze de zonnebaan), respectievelijk oost en west (noorderlijk halfrond), daar brengt de verticaal de polariteit (de en-en betrekking) tussen licht en donker in beeld (in deze dag en nacht, passend in een etmaal). Zie voor verdere uitwerking van de duale en polaire betrekkingen het web boek m.b.t. de theorie inzake systeem dynamiek.

Het diagram en dynagram kan je dan zien als een instrument, een denkraam, om hetgeen je wilt denken in beeld te brengen zodat je het ook als een werkraam kunt hanteren bij verder onderzoek van een of ander. Vandaar dat het al van oudsher werd genut in symbolen en afbeeldingen (zie bijvoorbeeld onze achtvoudige uitwerking in het kosmogram van het ontstaan van een dynagram/diagram). 

"Kosmologisch is de horizon de plaats in de verte waar hemel en aarde samen lijken te komen. Deze plaats is altijd zichtbaar, maar blijft steeds onbereikbaar. Het is de plaats waar elke ochtend de zon opkomt, en elke avond terug ondergaat. Deze plaats was volgens de oude Mesopotamiërs de poort naar de onzichtbare wereld, waar de goden zich ophouden. In analogie met de zon is de horizon de plaats waar alles vandaan komt en alles naartoe gaat. De geboorte van de mensheid heeft zich in het oosten afgespeeld en elke overledene zal naar de westelijke horizon reizen om het dodenrijk te betreden." http://www.ethesis.net/Vincent Ongkowidjojo

De in vieren gedeelde horizon werd van oudsher ook nog eens in achten verdeeld en voorzien van acht kenmerken alwaar de term at mal en of acht vorm (mal = vorm) op van toepassing was, waar weer later etymologisch ons woord etmaal van afstamt (een etmaal is een achtvorm van 8 x 3 uur, een niet te veronachtzamen, symbolisch verankerde, fenomenale werkelijkheid). Zie bijvoorbeeld ook de acht Keltische jaarfeesten.

Deze in vieren gedeelde horizon zien we ook exemplarisch terug in de vier gelede dagloop en in de vier gelede jaarloop, met respectievelijk ochtend, middag, avond, midnacht en lente, zomer, herfst en winter, de vier jaargetijden (evenzeer uit te breiden met de vier temperamenten, de vier 'beginnen' van Aristoteles, de vier kleuren, de vier kardinale deugden, etc.). 

Zonder middelpunt geen horizontale omtrek, maar eigenlijk ook niet zonder een verticale omtrek. Met andere woorden het middelpunt had een eindig en een oneindig bereik, het verbond de dimensie van de aarde met die van de hemel en zo ontstond de benaming van het wereldkruis, het dynamische kruis, het substantiële kruis, onder en boven, links en rechts verbindend. 

"Het enige waardevolle aan kosmologische informatie dat uit deze begrippen kan gedestilleerd worden, is dat de horizon de verbinding vormt tussen an “de hemel” en ki “de aarde”. Op die manier vormt de horizon precies het midden van het Mesopotamische universum. De horizon scheidt en verbindt beide werelden.

De observatie van de zonnecyclus is hierin essentieel. Het waarnemen van de zon aan de hemel, doet beseffen dat de zon verschijnt en verdwijnt. Deze observatie impliceert echter dat er nog een andere wereld bestaat achter de horizon. 

 

In onderstaand schema neemt de horizon een sleutelpositie in. De horizon ligt op de kruising van de as tussen hemel en aarde en de as tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld:


https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/bibliotheek/functional-paradigm-echt/systemdynamic/systemlogic/symbols/horizon-en-of-horizontaal/system-dynamics-logic-symbols-an-ki-kruising-horizon-hemel-aarde-ongkowidjojo.jpg

 

De functie van de horizon lijkt waarlijk het scheiden te zijn van twee tegengestelde werelden. Aan de ene kant verbindt de horizon twee werelden, aan de andere kant houdt de horizon beide werelden uit elkaar. De metafoor van de deur of de poort weerspiegelt deze functie. Deze deur vormt voor de mens de drempel naar de zichtbare en of  onzichtbare wereld."

http://www.ethesis.net/ Vincent Ongkowidjojo 

Feitelijk voert dit wereldkruis terug naar een geocentrisch wereldbeeld, waarin het mythisch paradigma zich een subject betrokken werkelijkheid schiep, als fenomeen niet minder waar dan een heliocentrisch of object betrokken werkelijkheid in en vanuit een ontologisch paradigma. In het functionele paradigma komen ze nu samen in een systeem dynamisch te denken werkraam en of denkraam met haar specifieke coördinaten, verbanden, verhoudingen en raakvlakken. 

De horizontaal verdeelt de werkelijkheid in een onderwereld en een bovenwereld, in een zichtbare en in een onzichtbare werkelijkheid (en de nader uit te werken dimensies). Verticaal op de horizontaal staat het hemelgewelf en vanuit het middelpunt reikt die tot in de oneindige verte van de periferie. Deze periferie vinden we zowel in het nabije aardse als in het verre hemelse bereik. 

Symbolisch gezien staat de cirkel dan ook voor het hemelse bereik en het vierkant, de vier windrichtingen verbeeldend, voor het aardse bereik. Het vierkant vinden we in twee variaties symbolisch verbeeld in de cirkel, met het rechte vlak evenwijdig aan de horizontaal en de verticaal en een vierkant met de hoekpunten op zowel de horizontaal als de verticaal, staande op 1 van zijn vier hoekpunten. Het liggende vierkant hangt samen met het diagonale of statische kruis en het op een punt staande vierkant hangt samen met het substantiële of dynamische kruis. Voor een verdere uitwerking zie het web boek, theorie systeem dynamiek. 

Horizontaal en verticaal vormen met elkaar een midden of omgekeerd vanuit de werking van het midden kan een horizontaal zich verhouden tot een verticaal, in feite vormen ze twee assen die elkaar in het middelpunt snijden dan wel vanuit het midden kunnen verschijnen en verdwijnen. Op deze wijze ontstaat er een middenruimte waarin de elementen kunnen verschijnen ( de elementen vormen een midden tussen etherkrachten en fysische krachten) als werkzame oer-ideeën met betrekking tot een fenomenale werkelijkheid. 

Gezien de verbinding en samenhang tussen secundaire en primaire kwaliteiten kunnen we deze oerideeën ook nader bepalen in hun specifieke kwalitatieve werkingen. Verbinden we oost en west respectievelijk met droog en nat, dan kan de aard van een positie respectievelijk aangeduid worden als autonoom en heteronoom, op zich zelf staand en onafhankelijk of niet op zichzelf staand en afhankelijk. 

Verbinden we noord en zuid respectievelijk met koud en warm, dan kan de aard van een richting respectievelijk aangeduid worden als concentrisch en discentrisch, respectievelijk een centripetale en centrifugale dynamiek. (naar Max Lüscher, De vierkleuren mens) 

De elementen kunnen dan als volgt gekarakteriseerd worden. Het aarde element als een autonoom concentrische dynamiek, het water element als een heteronoom concentrische dynamiek, het lucht element als een heteronoom discentrische dynamiek en het vuur element als een autonoom discentrische dynamiek. Aangezien de elementen beschouwd kunnen worden als grondvormen van vier te onderscheiden elementaire dynamieken, kun je deze vier onderscheiden dynamieken in principe ook terug vinden in de fenomenale werkelijkheid ( de werkelijkheid van waarneembare kwalitatieve verschijnselen, deze zelfde waarneembare werkelijkheid wordt in de empirische cyclus echter op een causaal kwantitatieve wijze uitgewerkt). 

Het onderscheid tussen zowel een waarneembare fenomenale kwalitatieve als een waarneembare empirische kwantitatieve werkelijkheid is gestoeld op de te onderscheiden paradigma´s van het mythische en het ontologische denk- en werkraam. (kwaliteit en kwantiteit vormen na de ousia en of substantie de 2 meest wezenlijke categorieën van Aristoteles´ metafysica) 

R.Steiner en in navolging E. Marti hebben de werking van de elementen uitgebreid met de werking van de vier ether krachten (de perifere krachten die vanuit de periferie werken naar het relatieve middelpunt) en de vier fysische krachten (de centrale krachten die vanuit het relatieve middelpunt werken naar de periferie). Perifere krachten en centrale krachten vormen met de elementen in hun midden een drieledige dynamiek van waaruit de fenomenale werkelijkheid onderzocht kan worden met betrekking tot hun specifieke dynamieken. 

Voor een verdere uiteenzetting van de vier etherkrachten en de vier fysische krachten zie zowel Ernst Marti, Die vier ether kräfte als E. Marti, Das Aetherische. 

"De horizon is een verafgelegen plaats aan het einde van de aarde, waar zich kosmische bergen en kosmische zeeën bevinden. De horizon is een concrete plaats van mythologisch en kosmologisch belang.


In het Sumerisch en het Akkadisch bestaan verschillende begrippen voor het woord horizon. Sommige begrippen lijken slechts in een bepaald type van tekst aangewend te worden, maar doorgaans lijkt er inhoudelijk weinig nuance in te zitten. In hoofdzaak komen twee uitdrukkingen naar voor, waarmee de Mesopotamiërs de horizon mee aanduiden. Dit zijn “het fundament van de hemel” (an.úr = išid šamê) en “de rand van de hemel” (an.zag = pāt šamê). Niettemin blijkt an.úr = išid šamê de standaard uitdrukking voor de Mesopotamische horizon.


Uit het bronnenmateriaal blijkt dat de horizon aan het einde van het aardoppervlak ligt, en bestaat uit een strook hemel boven de denkbeeldige lijn, waaraan zich zowel meteorologische als astronomische fenomenen voordoen. Enerzijds benadrukt het begrip an.zag = t šamê het feit dat de horizon de grens van het universum is, anderzijds benadrukt het begrip an.úr = išid šamê het feit dat de horizon ook de strook hemel is boven deze grens. Deze beschrijving stemt overeen met het Nederlandse “horizon” of “gezichtseinder”. Alleen beperkt de definitie zich in van Dale tot de lijn waar hemel en aarde elkaar schijnbaar raken. Niettemin bevat ook ons concept van horizon de band aan de hemel.


Het valt op dat deze einder veelvuldiger beschouwd wordt als een berg of gebergte dan als een kosmische zee. Daarom is het niet verwonderlijk dat het concept horizon veel weg heeft van de connotaties die kur het gebergte in zich sluit. Op die manier is de einder een kosmische plaats, die onbereikbaar is voor mensen en bewoond wordt door mengwezens en goden.


De zon speelt hierin een sleutelrol, aangezien zijn dagelijkse geboorte aan de oostelijke horizon verwijst naar het principe leven en zijn ondergaan aan de westelijke horizon naar het principe van de dood. Daarnaast is de horizon letterlijk een poort tussen de wereld der goden en de wereld der mensen en figuurlijk een overgangsplaats tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld. Dit idee is gebaseerd op het verschijnen en verdwijnen aan de horizon van zon, sterren of wolken.


De zonnegod wordt daarom herhaaldelijk met de horizon geassocieerd en heel de symboliek van deze kosmische plaats lijkt op de hemelse zonnereis gebaseerd te zijn. Niettemin wordt ook Enlil met deze plaats geassocieerd. Hij is namelijk de god die verantwoordelijk is voor het verkeer tussen de beide werelden die de horizon verbindt."

http://www.ethesis.net/  Vincent Ongkowidjojo


Comments