Kosmisch oog

Hetty Draayer, 1917-2011, meditatielerares, ontwikkelde een lichaamsgerichte, genezende meditatie vanuit het 'kosmisch oog' als weg tot zelfbewustwording en zelfverwerkelijking. Om haar eigen ziekte te kunnen inlossen, ontwikkelde ze al doende meditatieve adem- en energieoefeningen. Centraal in haar oefeningen staat het consequent leren ademen vanuit het 'kosmisch oog'. 'Het kosmisch oog is ‘het kruispunt van de energieën van aarde en hemel', van 'yin en yang’ en werkt als een 'poort', een 'gat', gelegen in het midden van de ruimte in het bekken voor het heiligbeen, tussen de ruimte in het lichaam en de kosmische ruimte om het lichaam heen'. 'Naar nieuwe ruimten van bewustzijn', H. Draayer, Den Haag, 1991, haar 4e boek.

Hetty bestempelt het kosmisch oog als een bron van waaruit vitale energie je eigen lichaamssysteem kan binnen stromen. Volgens haar ligt daar onze bron van waaruit we één zijn, een geheel tussen aarde en hemel. Deze opening van het kosmisch oog werkt als een verbinding tussen de wereld in ons en de wereld om ons heen, tussen microkosmos en macrokosmos. Er ontstaat pas harmonie als we in staat zijn de onderscheiden trillingsfrequenties met elkaar in evenwicht te brengen. Daartoe ontwikkelde ze talloze onderscheiden oefeningen, achtereenvolgens gepubliceerd in vijf elkaar opeen volgende boeken, waarvan de laatste heet: 'Meditatie, energie en bewustzijn. De innerlijke weg vanuit het kosmisch oog'. Rotterdam: De Driehoek, 2010.

William Yang bracht op 03-03-2020 mij en twee collega's in contact met 1 van deze oefeningen. Tot mijn verbazing kwamen we ongewis 'oog in oog' te staan met hetgeen we, in artesS verband, al jaren praktiseerden, het leren werken in en vanuit het grondpatroon. De wijze waarop William het kosmisch oog in mij zelf tot leven bracht, deed in mij het vermoeden rijzen dat er mogelijk een analogie kon bestaan tussen het kosmisch oog en het grondpatroon, hetgeen leidde tot verder onderzoek. Zo kwamen we in contact met zijn dissertatie: 'Ontworden om te worden wie je bent', Nijmegen, Valkhof Pers, 2017. Daarin beschrijft hij o.a. hoe hij dit 'ademende kruis' (zie titel illustratie van en in het boek op pagina 197 van Peter Kampschuur) vruchtbaar kon inzetten in het begeleiden van kankerpatiënten.

Dit 'ademende kruis' wordt geoefend door het leren in en uitademen via een kruisvorm en wel als volgt: inademend via de horizontaal, links en rechts zich verwijdend en uitademend via de verticaal tussen kruin en perineum, naar beneden en naar boven zich verwijdend, tot 40 cm onder je voeten en 40 cm boven je kruin. De horizontaal en de verticaal kruisen elkaar in het kosmisch oog. De wijze waarop je dit kruis leert verkennen, leert omcirkelen en leert verwijden tot een bol in en vanuit het bekken, de schaal, vraagt een gedetailleerd oefenen op grond van stapsgewijze aanwijzingen. Zie daartoe de onderscheiden oefeningen in haar boeken en onderstaande noties.

Voor hier volstaat het om aan te geven dat het kosmisch oog gesitueerd is in het snijpunt van dit kruis, dat vorm krijgt door het imagineren en tot leven wekken van een horizontaal, een verticaal, een schaal, een cirkel, een bol in en om je heen, die al ademend zich kan uitvormen tot een eivorm, met de smalle punt naar boven gericht, de instroming weergevend vanuit het hemelse 8e chakra, maar niet nadat men zich gegrond heeft in het aardse 9e chakra, aldus Hetty's aanwijzingen. Kort samengevat, in een drieledige dynamiek van gronden (aardse dynamiek), centreren (kosmisch oog in het bekken) en transcenderen (hemelse dynamiek). De polariteit lichaam - geest, in je zelf verdiepen, ervaren en verhogen, met als midden de nog onbenoemde maar evenzeer werkzame ziele dynamiek.

Deze grondvorm lichaamsbewust in en om jezelf leren verkennen en herkennen staat al op zich, maar voor iemand die decennia lang, al denkend en werkend, zich met deze grondvorm vertrouwd heeft gemaakt, is het waarlijk een eyeopener, dat ook fysiek lichamelijk te mogen beleven, te ervaren en er zich ook meteen thuis in te voelen. Met ander woorden dat wat we, in artesS verband, al decennia trachten uit te werken als een te denken grondpatroon, kunnen we nu dankzij Hetty en William terugvinden in ons eigen bekken, alwaar het kosmische oog gezeteld is. 

Hoe een mogelijke analogie tussen grondpatroon en kosmisch oog te kunnen waarmaken, vraagt om vervolg onderzoek. In ieder geval gaan we het benutten om deelnemers aan een veldopstelling in het veld, het dictogram, vorm krijgend in en vanuit dit grondpatroon, te sensibiliseren, in de hoop daarmee meer zicht te krijgen op de afstemming tussen dat wat in iedere deelnemer plaats vindt en dat wat in het veld plaats vindt. 'Aandacht' is daarin de centrale notie, die we elders in acht stappen hebben uitgewerkt.

Onderstaand vinden we een afbeelding, gekopieerd uit de website van Hetty Draayer, teneinde een indruk te geven van de locatie van dit kosmische oog. Doel van deze pagina is om dit kosmische oog verder en detail uit te werken en waar mogelijk van een concrete oefening te voorzien, die we ten behoeve van een veldopstelling praktisch kunnen inzetten.

https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/bibliotheek/functional-paradigm-echt/systemdynamic/systemlogic/symbols/kosmisch-oog/Het%20kosmisch%20oog%20.jpg

Al of niet oog en oor willen krijgen voor het ongeziene en ongehoorde.

Voor we van wal steken, is het goed om even stil te staan bij het fenomeen an sich. Op één of andere wijze heeft Hetty Draayer op geheel haar eigen wijze (staat beschreven op haar website) een aloud gegeven terug gevonden. Dat heeft ze niet gedestilleerd door aloude oosterse tradities te doorvorsen en te compileren tot een bruikbare methode, die ze vervolgens is gaan inzetten om mensen te begeleiden en te helen. Op één of andere wijze had ze toegang tot dit aloude, niet direct toegankelijke, erfgoed; blijkbaar kan je er pas komen, langs een voor hedendaagse begrippen wellicht ongebruikelijke scholingsweg, niet nadat je je eigen malheur te boven bent gekomen, door het geheel en al om te werken tot een zintuig. Zij 'zag' het kosmisch oog, te verstaan als een 'schouwen', heel concreet qua positionering en functie in het menselijke lichaam. Net zoals de ouden chakra's en of energetische meridianen konden zien en gewaarworden. 

Het kunnen zien en bijgevolg kunnen 'downloaden van kennis', al of niet via een 'aha Erlebnis' of een 'eureka' moment, is ook onder vele vorsers niet ongebruikelijk. Naast een inductief experimentele weg bestaat er nog steeds een deductief hypothetische weg, die vervolgens wel experimenteel getoetst dient te worden. Maar dan nog, hoe komt een onderzoeker tot een zien en of horen van het tot dan toe nog ongeziene en ongehoorde? Waar vandaan plukt een onderzoeker iets uit de lucht? Toeval? Willen we maar al te graag geloven, bij gebrek aan inzicht in het fenomeen toeval, het valt je toe, maar waar vandaan?

Dat wat uit het 'niets' je toevalt, blijkt dan ook nog eens van nut te zijn om er al onderzoekend ook daadwerkelijk mee verder te kunnen komen en er een nieuwe wetenschap mee op te bouwen, zoals bijvoorbeeld in de wiskunde heeft plaats gevonden en nog steeds plaats vindt in tal van disciplines. Kortom waar halen al die hersens hun tot dan toe onbekende kennis vandaan? Wat is de aard van ons kennen? Als onze hersenen dat biochemisch en of elektromagnetisch zouden kunnen produceren, dan dienen we causaal oorzakelijk toch de bron terug te kunnen vinden van al deze kennis? We zien neuronen oplichten, maar wie of wat doet dat bepaalde neuron oplichten? Kip ei verhaal? Kortom konden de ouden wetenswaardigheden downloaden, die we nu alsnog experimenteel dienen te toetsen?

Naast een causaal oorzakelijk te onderzoeken werkelijkheid, dient er dus een zekere correspondentie aangetoond te moeten worden tussen een idee en een feit. Zonder ideeën geen feiten en zonder feiten geen ideeën. In de wetenschapstheorie wordt deze correspondentie wel gepostuleerd als van node willen we zowel abstract theoretisch als concreet praktisch kunnen komen tot een mate van inzicht en of doorzicht op onze complexe werkelijkheid. Die zit blijkbaar ingewikkelder in elkaar dan we aanvankelijk dachten. Daar corrigeert de werkelijkheid ons denken zeer wel en dat is dan ook hard nodig. Niettemin moeten we wel weer gaan denken, willen we dat denken dan ook een stapje verder brengen. Wat is dan de aard van dit denken? Waarom kunnen we al denkend iets gaan inzien en of doorzien?

Kunnen 'zien' is dus zeer wel een mysterieus fenomeen, waar we empirisch gezien met lege handen staan, tenminste tot op heden. Dat zien wordt nog mysterieuzer als zieners uit alle tijden, zowel van oost tot west, zonder enig empirisch te toetsen uitwisseling, kunnen komen tot dezelfde vindingen. Dat gebeurde vroeger en dat gebeurt nog steeds. Hoe kunnen 'zieners' op verschillende locaties zonder weet te hebben van elkaars bestaan en zoeken, toch in dezelfde tijdspanne komen tot een gelijksoortige vinding? Genoeg voorbeelden te vinden in het wetenschapsbedrijf, rijk aan technische vindingen.

Als dat plaats vindt, dan is het zeker niet verwonderlijk, dat Hetty iets 'zag' wat al zeer wel in tal van aloude tradities werd geviseerd en wel tot op de dag van vandaag. In ons domein waarin we onderzoek doen naar grondpatronen, verwondert het ons nog elke dag dat er blijkbaar een parallelle dimensie bestaat waarin dit soort fenomenen, zonder er weet van te hebben, plots kunnen oplichten, per toeval?

Vandaar dat we toch ietwat verwonderd Hetty's noties tot ons nemen als ze het kosmisch oog uitwerkt als een voor ons zeer bekend grondpatroon en dat ook zeer lijfelijk weet te situeren en het vervolgens gaat uitwerken tot een psycho-energetisch instrumentarium waar bijvoorbeeld William Yang, getuige zijn dissertatie, een leven lang patiënten mee heeft kunnen begeleiden. Ons is het hier te doen om de grondstructuur van dit kosmische oog, dat geheel en al analoog is vorm gegeven aan hetgeen wij, na lang zoeken, een grondpatroon zijn gaan noemen. Hoe kan het dat het kosmisch oog van Hetty, het wonderoog der eeuwigheid van Jakob Böhme, de mandala-structuur, die C.G.Jung terugvond, exact dezelfde gelijkenis vertoont met wat wij hier op de website hebben uitgewerkt tot een kennis instrument?

Denken en zien, zien en denken correleren ergens en 'ergens' 'produceert' dat denken een zelfde 'zien', in deze een 'grondpatroon'? En hoe kunnen we via dat grondpatroon weer werkelijkheid viseren? Zit dat allemaal ergens in een nog verborgen neuron verborgen? Kan ieder, die over dat neuron beschikt, dan ook dat neuron moeiteloos 'vuren' om tot een 'zien' te komen? Of moet dat neuron nog door iets of wat geïnformeerd worden? Misschien zijn er nog vele opties te onderzoeken, hoe het denken al of niet kan corresponderen met haar hersenen; overeind blijft dat zonder hersenen we niet kunnen denken, maar met al die hersenen kunnen we ook niet zomaar adequaat denken. Ideeën genereren en feiten doen zien, blijft toch een wonderlijk fenomeen, zeer wel als, vanuit onze optiek, steeds het grondpatroon opduikt.

Blijkbaar is dat grondpatroon terug te vinden in het 'kosmische oog' 'ergens' in de holte van het bekken, maar blijkbaar ook 'ergens' in de holte van de schedel. Waar zit dat 'ergens'? Ook bij Hetty kan je dat 'ergens' voor het heilig been 'feitelijk' niet terug vinden, zo ook zullen we dat wat we in de schedel zouden wensen te zien, nergens vinden. En toch kon Hetty het niet alleen 'zien', maar ook 'zien functioneren' en kwam ze erachter hoe het moest gaan functioneren wil een mens daar profijt aan gaan beleven. Zo ook heeft Jakob Böhme dat kunnen 'zien' en trachten wij dat grondpatroon zichtbaar te maken als een fenomeen van alle tijden en alle ruimten.

Een 'idee zien' is mogelijk nog iets anders dan een 'feit zien'; hoewel, we moeten voorzichtigheid betrachten, want empirisch gesproken, kunnen we bepaalde feiten niet opmerken zonder te beschikken over het corresponderende idee, anderzijds kan daar waar een feit opdoemt zeer wel ook een idee geboren worden. Die samenhang is mogelijk niet alleen causaal oorzakelijk, maar zeer wel te verstaan als een spiegeling, een analogie, die ons te 'denken' geeft. Tussen idee en feit, tussen theorie en praxis bevindt zich een spreekwoordelijke kloof, die we dienen te overbruggen, vandaar dat we spreken van een deductieve en of inductieve sprong. Dat wil evenzoveel zeggen dat we niet zo maar een 'is gelijk aan' teken tussen een idee en een feit kunnen trekken. Deze sprong, deze ruimte is ons inziens zeer wel van belang te noemen en valt niet zomaar te negeren, al doen we dat wel al te gemakkelijk, zeker als we op bekend terrein vertoeven, maar ojee als we in niemandsland dreigen te verdwalen, dan zijn de hypotheses niet van de lucht.

Kan je datgene wat je feitelijk niet kan zien toch wel ideëel zien? Wat is dan de aard van dat zien? Een schouwen, een fantasie, een voorstelling en of een waan? Want hoe dien je dat dan intersubjectief te toetsen en wel voor eenieder waarneembaar? Maar hoe kunnen we dingen zien, die er feitelijk niet zijn? Oliver Sachs is daar heel duidelijk over: dat zogenaamde zien kunnen bepaalde hersendelen wel degelijk produceren. Produceert Hetty dan ook op deze wijze dat zien van het kosmische oog? Dan zouden ook bepaalde neuronen moeten oplichten en bijgevolg produceert ze mogelijk ook een waanbeeld. Wellicht onzin dus om op zoek te gaan naar een kosmisch oog? Maar waarom dan toch dat en detail uitgewerkte grondpatroon in het kosmische oog, analoog aan vele andere patronen, aan de orde stellen? Fantasie?

Jill Bolte Taylor beschrijft subject betrokken van binnen uit wat er met haar gebeurde, toen ze een bloeding ondervond in de linker hersenhelft en relateert dat aan de onderscheiden functies van de linker- en rechter hersenhelft, we hebben dat elders in beeld gebracht. Als neuroanatomist, had ze wel degelijk kennis van talloze te onderscheiden anatomische onderdelen en of hersengebieden en de daaraan gerelateerde hersenfuncties. Toen ik haar Ted talk, 'my stroke of insight' onder ogen kreeg, verwonderde het mij ten zeerste, dat ze exact alle dynamieken benoemde, die ik vele jaren eerder had uitgewerkt in het grondpatroon en wel heel specifiek in het diagram. Ik heb echter daartoe nooit enig neurologisch handboek geraadpleegd, wat maakt dat er een coherentie kon ontstaan tussen haar zienswijze en de mijne? Hebben onze beider hersenen dat tezamen onbewust zitten produceren? Al of niet met of zonder hersenbloeding?

Wellicht is er meer aan de hand en is onze werkelijkheid niet zo maar simpel te herleiden tot met elkaar corresponderende ideeën en feiten. Ze zijn deels zichtbaar te maken maar wellicht zien we ook heel veel gewoonweg niet, totdat we er achter komen, meestal als het te laat is. Dat schept hopelijk ruimte voor het ongeziene en het ongehoorde. Ergens, of ergens vandaan worden we ge-in-formeerd, dat wil zeggen zodanig in vorm gebracht, dat we het te weten kunnen komen. Laten we dan de omgekeerde weg vervolgen, zonder dat ik ook maar iets weet van dat kosmische oog, noch het kan zien en of kan voelen, kan ik dan ongezien me op weg begeven om vroeg of laat toch tot een zien te komen? Dat zal dan wel een vorm van inbeelding kunnen worden. Of positiever uitgedrukt een vorm van verbeelding? De kracht van verbeelding werkt zeer wel, ook al is het bij lange na nog geen realiteit, het kan realiteit worden, menig genie heeft 'dingen' in beeld gebracht, die pas decennia later empirisch getoetst konden worden. Wonderlijk toch?

Hetty nam de ander bij de hand om door middel van simpele oefeningen, stapsgewijs zich toch maar te laten in-formeren en wel zodanig, dat menigeen ook tot een zien, een voelen, een gewaarworden kwam van dat kosmisch oog. Het blijft zondermeer fata morgana, tenzij men daadwerkelijk zich op weg begeeft dit te gaan oefenen: dat vraagt niet zozeer geloof, als wel een concreet doen en wel met, door en in dat lichaam werkzaam te worden en als zodanig al werkend werking te gaan ervaren, werking, die een zekere mate van werkelijkheid begint te worden en dat kan velerlei zijn, in de vorm van heling en genezing, zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Werking heeft alles te maken met dynamiek, dynamieken van velerlei aard, zo zijn onze hersenen zeer gevoelig voor dynamieken in, met en door het lichaam te bewegen, aldus Anat Baniel, die onderscheiden vormen van hersenletsel weet te revalideren. Door de hersenen subtiel te informeren en te doen leren en zich weer als een plastisch brein in vorm te laten brengen, zodat ze weer konden functioneren. Blijkbaar zijn onze hersenen zeer subtiele informatie ontvangers en zijn ze zeer wel te beïnvloeden en te formateren.

De hersenen formateren wel degelijk tig soorten van informatie stromen en informatie processen en als ze dat zo goed kunnen, zijn ze zeer wel ook zeer gevoelig voor het zich laten formateren, door wie of wat dan ook, tenminste als ze er voor open staan? Hoezo open? Dat is toch causaal bepaald? Dat wil zeggen of je wil of niet? Of zit daar een welkom vraagteken, die ons noopt het open te houden en het ongeziene en het ongehoorde uit te houden? Totdat het ons op de meest bizarre momenten te binnen kan schieten, dan wel te binnen kan vallen en dan valt er wel degelijk iets binnen wat tot dan toe, nog nooit gedacht kon worden. Menig onderzoeker zal dat wel herkennen en dus ook erkennen, dat je op een gegeven moment 'iets produceert' waar je al dagen, maanden en of jaren naar op zoek was, maar niet kon achterhalen, noch vinden en of oplossen. Pas in het loslaten, kon het gezochte je vaak pas te binnen schieten om het eureka moment te genieten.

We gaan het experiment aan om met onze trainees dit kosmische oog lijfelijk te gaan exploreren, Hetty heeft genoeg zeer mooie oefeningen beschreven en ook ingesproken. Dit doen we niet om te ontdekken of dat kosmisch oog wel of niet bestaat en of gaat functioneren, dat vraagt jaren oefening. We gaan het experiment aan om te onderzoeken in hoeverre het kosmische oog de trainee wel of niet net wat beter in vorm brengt om beter werkzaam te kunnen worden in een veldopstelling, met betrekking tot welk ingebrachte probleem dan ook, zie het dictogram. Tot nu verwonderen we ons telkens nog hoe mensen, zonder werkelijk maar iets te weten van het bestaan van een 'veld', laat staan de werkingen van een 'gegeven veld', noch hoe dat 'veld in werking' te laten treden, toch aangaande een gegeven vraagstelling, geheel en al gewaarwordend zich in een proces begeven, waarin ze tot bevindingen komen, die spreekwoordelijk hun zelf en ons doen verbazen.

Wat Rupert Sheldrake aanvankelijk een morfogenetisch veld noemde en later tot het concept morfische velden ontwikkelde, zien we in een veldopstelling letterlijk gebeuren, daar voltrekt zich 'iets' aan, in en door de deelnemende participanten, dat ieder van hen overstijgt en waarvan ze de uitkomst niet konden bedenken, laat staan voorzien. Het zien, inzien ontstaat als uit het 'niets', mits men open staat dan wel leert er voor open te staan, letterlijk een 'wonderoog' en of 'kosmisch oog' te worden, zowel lichamelijk als geestelijk geleid door hetgeen je hier en nu in dat veld weet te bezielen.

De oefeningen van Hetty zijn zeer concreet vorm te geven. Kan zo een oefening de trainee heel concreet 'informeren', dat wil zeggen zodanig in vorm brengen dat de trainee nog adequater zich in en tot dat veld kan verhouden? Het is een experiment, dat wil zeggen we verwachten er niets van, het laat zich wel of niet zien in datgene wat in dat veld al of niet zichtbaar wil worden. Of dat beter of slechter is met of zonder oefening valt namelijk niet toetsende wijs te herhalen. Waarom dan wel inzetten? Het gaat ons niet om dat te bewijzen, maar het gaat er ons om, onze trainees zodanig te equiperen dat ze daarmee zelf hun eigen innerlijke ontwikkelingsweg kunnen vervolgen en vorm geven. 

"De innerlijke weg vanuit het kosmisch oog vormt een integrale benadering voor spirituele ontwikkeling, waarin lichaam, ziel en geest worden getransformeerd tot één onverdeeld geheel dat ook wordt ervaren als één met het grote geheel, de kosmos." 
Letterlijk citaat, geplukt uit de website, hettydraayer,webs.com/kosmisch-oog

Deze formulering kunnen we systeem dynamisch gezien zeer wel verstaan. Weliswaar zoeken we op een geheel andere wijze naar een integrale benadering teneinde kennisintegratie te bewerken. Dat doen we zeer wel op een heel abstract niveau, verzucht menig trainee, het vraagt zware denktucht. Echter niet ieder is een denker, je hebt ook doeners, aldus David Kolb. Nu hebben we dankzij Hetty een concrete oefening, die stapsgewijs te doen valt, te ervaren, vorm te geven en wellicht ontstaat er een analoge dynamiek tussen geest en lichaam en of lichaam en geest. Het is de moeite waard dit experiment maar gewoonweg aan te gaan, precies daar waar desintegratie eerder leidt tot een in alle atomen uiteenvallend levenloze chaos. Maar ook hier, is niet alle chaos het startpunt voor levendige creatieve inventies, tenminste als we ons willen laten in-form-eren, door wie of wat dan ook.

Kan het toeval zijn dat C.G.Jung op het spoor kwam van de werking van de mandala, middels onderzoek naar zijn eigen ziele dynamiek, zeer wel intrigerend in zijn Rode boek beschreven? Kan het toeval zijn dat Hetty Draayer op haar wijze zicht kreeg op het kosmisch oog en dat wist te situeren in het lichamelijke bereik en wel in het bekken ter hoogte van het heilig been? Kan het toeval zijn dat alfons vandeursen al doende op het spoor kwam van een grondpatroon op grond waarvan hij tracht kennis uit onderscheiden disciplines compatible te integreren? Kan het toeval zijn dat hij in Amsterdam geheel onverwacht oog in oog kwam te staan met het diagram zoals Michael Andreae dat rond 1680 heeft vorm gegeven teneinde het denkwerk van Jakob Böhme te illustreren en door Michael werd gebeeld als 'De signatura rerum'?

Het lijkt ons geen toeval meer als vanuit onderscheiden pogingen, zowel vanuit het lichamelijke, geestelijke als ziele bereik de vorsers tot een zien kwamen en in deze dat 'zien' visualiseerden als een te denken werkraam en of een te uiten ziele dynamiek en of een te ervaren lijfelijke fysieke dimensie, die verwijd kon worden tot andere dimensies, zowel tot in het ziele als geestelijke bereik. Blijkbaar is er een grondpatroon, te willen, te voelen en te denken, alle drie aldus Plato zielsvermogens. Vermogens die wel ontwikkeld moesten worden, wilde men niet ten gronde gaan, lijdend aan oorlogsgeweld in velerlei vorm. De psychische chaos die dat teweeg bracht, noopte tot psychisch therapeutische arbeid, zodat in de omwerking van de onderscheiden traumata een zintuig ontwikkeld kon worden, teneinde een aloud 'zien' te kunnen ontwikkelen, 'oog' krijgend voor de onpeilbare dimensies van onze werkelijkheid. Of het nu een derde oog, een wonderoog, een kosmisch oog, of anderszins mag heten, laten we graag over aan de betreffende vorsers.

In ieder geval ontwikkelde Hetty een specifieke vorm van ‘lichaamsgerichte, genezende meditatie als weg tot Zelfbewustwording en Zelfverwerkelijking’, en ook wel als ‘een weg naar het nieuwe mens-zijn voor de nieuwe aarde’ of kortweg als ‘een weg tot Jezus Christus', zoals zij het zelf heeft geduid en beschreven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Alfons Rosenberg, na een diepgaand onderzoek naar oersymbolen, dat grondpatroon heeft omschreven en geduid als een 'Christogram' en daarmee samen hangend ook een specifieke 'kruismeditatie' heeft ontwikkeld, die geheel en al werd gesitueerd in het lichamelijke bereik als te oefenen.

Alfons Rosenberg benoemt het diagram als "das Kreuz der Wirklichkeit", das "Kreuz der Körperlichkeit", das "Menschheitskreuz", das "Christogram überhaupt" um das "Ganze"  "änzuverwandeln". De mens dient dat 'kruis' niet na te bootsen, maar juist te worden, te belichamen. Het kruis belichamen wil zeggen, dat de mens de tegendeligheid van de duale dynamiek, met betrekking tot horizontaal en immanentie, en de polaire dynamiek, met betrekking tot verticaal en transcendentie, dient na te streven als een innerlijke opgave om het zo, staande in deze werkelijkheid, in en door zichzelf te kunnen verzoenen. Het diagram appelleert als Christogram daartoe op een aanschouwelijke wijze al deze tegendelige tegenstellingen. (Alfons Rosenberg, Kreuzmeditation, München, 1976)

In grondvormen van de symboliek wordt duidelijk, dat dit grondpatroon van alle tijden was, is en zal blijven, tenminste voor wie daar weer 'oog' voor wil krijgen, met name om het ongeziene en ongehoorde altijd weer fris en fruitig, geheel en al oorspronkelijk, op eigen wijze te kunnen downloaden. Rest ons nog te schetsen hoe Hetty, ondanks velerlei variaties, de onderscheiden oefeningen rond het kosmische oog, qua grondstructuur, heeft vormgegeven. 


Kleine schets van de zoektocht van Hetty Draayer.

Hetty Draayer publiceerde 5 boeken:
Boek 1: Vind je zelf door meditatie. Wassenaar, Mirananda, 1978.
Boek 2: Open tussen aarde en hemel. Wassenaar, Mirananda, 1981.
Boek 3: Chakra's - Aura's - Energieën. Het licht in ons. Wassenaar, Mirananda,1983.
Boek 4: Naar nieuwe ruimten van bewustzijn. Door meditatieve oefeningen naar éénwording. Wassenaar, Mirananda, 1991.
Boek 5: Meditatie, energie en bewustzijn. De innerlijke weg vanuit het kosmisch oog. Den Haag, Mirananda, 2001.

In de vijf boeken vind je haar zoektocht, waarin ze al tastend en verkennend, middels het concreet werken en oefenen in haar praktijk, haar zienswijze met betrekking tot het ademende kruis ontwikkelde tot dat wat ze noemt het bemensen van een innerlijke scholingsweg in en vanuit het kosmisch oog.

In boek 1 noteert ze op blz. 36, Oefening 2: "De loodlijn en de horizontale lijn vinden hun snijpunt diep in onze onderbuik en vormen zo een kruis. Het gaat om dat duidelijk waarneembare snijpunt."
In boek 5 noteert ze op blz. 39, Het ware zelf en de eenheid: "Als symbool van de eenheid der tegenstellingen kies ik het kruis...het juiste ademen: vanuit ons midden ademen we horizontaal in, en we ademen verticaal uit door de wervelkolom en het bekken heen, waarbij het kruispunt ligt in het kosmisch oog: het ademende kruis."

Wat Hetty concreet tracht te viseren, lijkt van meet af aan duidelijk te zijn, zij het dat ze dat tastenderwijs al doende onder woorden tracht te brengen, ze spreekt onder andere in boek 3 van: Energetisch snijpunt, Chi punt, Chi bron, Chi oog en pas later in boek 4 en 5 van Kosmisch oog. Telkens verwijzend naar het midden van het ademende kruis, gesitueerd diep in het bekken, de schaal. Chi verwijst naar KI, Prana, Levenskracht, Licht.

Dat Chi-oog als Licht-kern (boek 3, blz. 121) koppelt ze in boek 3 op blz. 72 uitdrukkelijk aan het je leren openen voor de kosmische energieën om zo kosmische kennis te kunnen verwerven, teneinde een kosmisch bewustzijn te kunnen ontwikkelen middels, wat ze later noemt, het kosmisch oog. Met het woord kosmisch appelleert ze aan het nieuwe tijdsbewustzijn kosmisch intelligent te handelen: op weg naar een nieuwe mens en een nieuwe aarde. Het kruis begeleidt, als symbool, de mens op deze oefenweg, zodat het ook daadwerkelijk ervaarbaar wordt in zijn dagelijkse praktijk.

Met dat ademende kruis concipieert ze, systeem dynamisch uitgewerkt, op de horizontaal een dynamiek tussen kosmische energie (west) en kosmisch weten / kennis (oost) enerzijds en anderzijds op de verticaal een dynamiek tussen kosmisch oog (zuid - bekken) en kosmisch bewustzijn (noord - hoofd), met in het midden wellicht de te ontrafelen kosmische intelligentie in al wat is en wordt. Met andere woorden middels dat ademende kruis en het realiseren van dat kosmisch oog krijgt de mens zicht op zowel zijn innerlijke als uiterlijke dimensies, teneinde heelheid te bewerken. Ze herneemt het mythische adagium zo boven zo beneden, zo binnen zo buiten en tracht dat functioneel tot leven te brengen in het alledaagse handelen van de mens. Daarin is ze heel duidelijk: of we stevenen af op een totale vernietiging en ontreddering of we gaan aan de slag met het verdeelde innerlijk, dat totaal van zichzelf vervreemd is geraakt, temeer daar waar het zelf beschouwd wordt als een illusie.

Het woord kosmos is afgeleid van het Oudgriekse woord kekosmenoi, hetgeen verwijst naar een harmonische ordening van al wat is. Harmonie en of disharmonie bewerken, komt daar aan de orde waar de mens zich al of niet harmonisch dient te verhouden tot een omringende werkelijkheid, zowel op micro als macroniveau. Naarmate de mens ingrijpt in de orde der dingen, in die mate dient hij rekenschap te geven van de mogelijke wanorde die hij daarmee al of niet veroorzaakt, dat vraagt prudentie en vooral dat vraagt een innerlijke scholingsweg, precies dat wilde Hetty met het kosmisch oog aan de orde stellen.

Het moge duidelijk zijn, dat het concept wel gedacht kan worden, maar nog geenszins een direct te realiseren, geleefde lichamelijke werkelijkheid impliceert, dat vraagt arbeid, hard en gedisciplineerd oefenen, aan je zelf werken en nog veel meer. Vandaar, ze theoretiseert weinig, maar poogt des te meer heel concreet met haar trainees, na de nodige uitleg, te oefenen. Ze heeft al haar oefeningen, zo een honderdtal, ingesproken. Al deze oefeningen zijn ontstaan uit een tastend groeiend schouwen.

Zo een oefenweg vraagt begeleiding en of een auto didactische inslag. Middels begeleiding en of middels haar te boek gestelde oefeningen vind je genoeg aanwijzingen, die je stap voor stap dient te eigenen en je mag volgens Hetty niet verder lezen en of oefenen als je het voorafgaande niet hebt geëigend. Kortom zo een scholingsweg naar binnen toe vraagt net zoveel discipline en toewijding als welke andere scholingsweg dan ook.

Op deze scholingsweg dient een integratie te ontstaan tussen lichaam, geest en ziel en wel in een persoonlijk te onderzoeken volgorde. Ze benadrukt voortdurend de noodzaak deze drieledige dynamiek ook te bemensen. Thuis geraken in je eigenste lichaam ziet ze als een noodzakelijke voorwaarde, vandaar de noodzaak te gronden. Om vervolgens te kunnen transcenderen en tussen die twee polen steeds het dynamische centrum te kunnen bezielen, hetgeen ze betitelt als het mystieke hart.

Dit drieledig concept is niet nieuw, maar interessant genoeg om te zien hoe ze dat op een navolgbare wijze tracht te ontvouwen als een integratieve weg naar heel wording. Wat in haar benadering opvalt, is dat ze een aloude traditie terugbrengt tot eigenlijk een heel simpel ademend kruis, weliswaar met de nodige uitstapjes, maar au fond is ze redelijk straight in haar benadering en gezien de vele oefeningen is ze redelijk nauwkeurig, aangezien ze haar aanwijzingen afstemt op wat ze dan ook werkelijk ziet bij haar trainees als te oefenen. De variaties die ze aanbrengt, zijn geënt op de praktijk, waarin ze de oefeningen concreet met mensen doet en niet op de theorie.

Op deze scholingsweg passeren aloude concepten met betrekking tot yoga, chakra's, aura's, meridianen, etc, de revue. Ze laat ze allen in hun waarde en tracht ze in haar oefeningen, waar mogelijk en of noodzakelijk te verwerken. De vraag is of je daar thuis in moet zijn, dan wel dat je op eigen wijze deze oefenweg kunt stofferen. Dat laat ik graag aan eenieder ter beoordeling. 


Het ademend kruis, in de dynamiek tussen gronden, centreren en transcenderen, geheel en al in en vanuit het kosmisch oog.

Het ademende kruis is het basispatroon en of het grondpatroon van het psycho-energetisch lichaamswerk zoals Hetty Draayer dat middels haar lichaamsgerichte oefeningen zichtbaar heeft gemaakt.

Dat grondpatroon bestaat uit een centrum, hetgeen ze een oog noemt, een bron, een poort die onderscheiden dimensies kan verbinden.
De aard van dit psycho-fysieke centrum is energetisch en feitelijk voorlopig niet zichtbaar, tenzij men aan de slag wil gaan middels visualisatie en ademoefeningen.
Dit centrum wordt gelokaliseerd in de ruimte, midden voor het heilig been, zie afbeelding boven en fungeert als aandachtspunt voor het oefenen.
Het gaat er om de aandacht en de adem te richten op en verzameld te houden in dit centrum, zodat dit centrum in de loop van de oefeningen ervaarbaar en mogelijk zichtbaar wil worden in velerlei individuele persoonlijke sensaties, zintuigelijke gewaarwordingen van energie, warmte of licht.

Centraal in elke oefening is het aandachtig volgen van je in en uitademing, het voelen en ervaren wat daar in je lichaam al of niet energetisch doorheen stroomt.
Het aandachtig volgen, is slechts mogelijk in een ontspannen en receptieve houding, waarin je oog kunt krijgen voor wat zich in je lichaam voordoet.
Ontspannen kunnen staan, zitten en of liggen vraagt rust, tijd en ruimte om je vrij te kunnen maken van wat jou nog bezet, bezit of bezig houdt.
Het vraagt ook om een kunnen toelaten van dat wat nog speelt om het vervolgens te doorleven en als vanzelf te kunnen loslaten.
Vervolgens bespeur je je het moment je te kunnen afsluiten van al wat was om je vervolgens te kunnen openen voor al wat is in het hier en nu.
Momentaan in het hier en nu ontspannen liggend, zittend en of staand, bepaal je geheel en al zelf; dit is al een oefening op zich, om dat haarfijn van binnen uit te voelen. 

Centraal in dit oefenen staat het ademende kruis in en vanuit een nog te zoeken voelbaar midden, zijnde dat kosmisch oog in het midden van je bekken.
Dat ademende kruis wordt gevormd door bij het inademen een horizontale dynamiek te visualiseren in en vanuit dat ruimtelijke en tijdelijke midden.
Vervolgens kan je bij het uitademen een verticale dynamiek visualiseren, evenzeer in en vanuit dat ruimtelijke en tijdelijke midden.
Het doel is om waar mogelijk bij het telkens inademen de horizontaal steeds meer te verwijden en evenzo bij het uitademen de verticaal.
De horizontaal verwijdt zich vanuit dat midden zowel naar links als naar rechts van je lichaam, of je nu ligt, zit of staat.
Zo ook verwijdt de verticaal zich vanuit dat midden zowel naar beneden als naar boven, tussen buik en borst, tussen voeten en handen, tussen aarde en hemel.
Dit ademende kruis visualiseren en beademen is al een oefening op zich en vraagt een geregeld ontspannen oefenen: 's ochtends voor het opstaan en of 's avonds voor het slapen gaan.

Laat deze horizontale en verticale ademstromen in een wederkerige dynamiek van aandachtig inademen en uitademen, elkaar diep in je onderbuik doorkruisen. Daar vormen zij een kruispatroon. Het gaat er nu om dit kruispunt in de diepte van je bekken duidelijker te ervaren. Probeer vanuit het aandachtig in en uitademen te ontdekken hoe het in en uitademen vanuit de diepte van je bekken, vanuit het kosmische oog, als vanzelf 'ontstaat' en hoe je van daaruit je kunt verwijden. Je zelf verwijdend, ontkom je niet aan de noodzaak en de mogelijkheid dit kruispunt al in en uitademend te verdiepen en te verhogen. Op een gegeven moment wordt het je zo vertrouwd, dat je het innerlijk in je meedraagt, zodat je dagelijks in en vanuit dat ademende kruis je eigen leven en werken, je denken en willen ermee kunt inrichten en uitrichten. Een klaar vizier om in het 'veld van alledag' te kunnen aantreden en in ogenschouw te nemen wie en wat zich voordoet.

Dit ademende kruis kan in de loop der oefeningen onderscheiden connotaties in beeld brengen.
Dat roept de mogelijkheid op om dit ademende kruis ook te voorzien van een sagittaal, evenzeer in en door het midden lopend, evenwel van achter naar voren en vice versa.
Dit drie dimensionale kruis, tussen links en rechts, onder en boven, achter en voor blijft altijd haar snijpunt behouden in het kosmische midden, het wordende oog.
Dit ademende kruis leren bekennen, herkennen, erkennen en verkennen, maakt dat je je er existentieel toe leert verhouden, zodat je deelachtig kunt worden aan een essentiële structuur in al wat is, leeft en groeit.
De onderscheiden connotaties m.b.t. links en rechts kunnen zich respectievelijk verwijden tot maan en zon dynamieken, met geheel hun eigen symboliek.
Zo ook m.b.t. onder en boven ontstaan connotaties die in de verticale verwijding, onderscheiden niveaus in beeld brengen, zoals resp. aarde en hemel, 9e en 8e chakra en verder de klassieke 7 chakra's.
Wat betreft de sagittale verwijding kunnen we de dimensies van verleden en toekomst visualiseren, hetgeen je achter je kunt laten en of vermag mee te nemen en hetgeen je naar de toekomst wilt dragen en of vanuit de toekomst mag ontvangen.

In het ademende kruis is geen enkele lijn bevoorrechter dan de ander, het kan wel zijn, dat je je al of niet gemakkelijker in ofwel de ene of de andere kunt bewegen.
Zaak is om het ademende kruis zo harmonieus mogelijk te bemensen, te personaliseren, te verwerkelijken als een grondstructuur, waarop jij je zelf kunt ordenen.
Dit ademende kruis tot wasdom brengen, vraagt oefening en het onderkennen van wat jou in deze nog dwars zit en of belet de ene of andere lijn te verwijden.
Het gaat er dan om dat wat dit ademende kruis belet zich te verwijden aan te kijken, het toe te laten, het te beademen om het vervolgens al of niet te kunnen loslaten. Niets moet in deze, het is zoals het is, het vraagt slechts een ontspannen aandachtig be-ademen van hetgeen zich voordoet.
Helpend in het be-ademen van dit imaginaire kruis is het te verbinden met je eigen lichamelijkheid, je hebt in deze niet voor niets een linker en rechterzijde, die geheel onderscheiden zich kunnen aanvoelen, zo ook een bekken holte en een schedel bolte, respectievelijk onder en boven in je geraamte, ze vormen respectievelijk een schaal en of een gewelf, waarin onderscheiden krachten huizen die elkaar polair spiegelen.

Inademend kun je vanuit het midden van je bekken, vanuit het oog in de ruimte voor het heiligbeen, een schaal visualiseren, die zich verwijdt in de horizontale dimensie. Een schaal die zich vormt in en rond om je bekken, bij elke inademing zich steeds verder verwijdend rondom je bekken: onbevangen ontvangend voor wat wil indalen en aan je wil verschijnen.
Uitademend kan je vanuit het midden de verticaal verwijden, in een gelijkzijdige richting zowel naar onder als naar boven. Ook hier dien je bij je zelf te rade te gaan wat in eerste instantie beter voor je voelt. Hetty geeft zelf duidelijke aanwijzingen om waar mogelijk de verticaal te verwijden naar onder en of via je knieën, naar je voeten en tot zelfs onder je voeten, waar je naar haar zeggen, ongeveer 40 cm onder je voeten het 9e chacra kunt visualiseren.
In de verticaal komen we het aloude fenomeen tegen van de chakra's, de zo genoemde energetische centra op de verticale lijn tussen perineum en kruin en blijkbaar ook verder naar onder en naar boven, afhankelijk van de onderscheiden tradities. Die centra te visualiseren en te beademen en ook daadwerkelijk te bemensen is al een oefenweg op zich. Hetty behandelt dat in Chakra’s, aura’s en energieën – Het licht in ons. Synthese, Rotterdam, 6e druk 2007, haar derde boek.

Om in de verticale dimensie je te kunnen verwijden, gaat het erom in eerste instantie te ervaren hoe je je kunt verwijden vanuit je bekken, je liezen, je benen en tussen je benen door naar beneden, naar je voeten, al of niet visualiserend hoe energie en of licht van boven naar beneden wil vloeien.
Dat op zich is voor menigeen al een hele weg om te gaan en ook daadwerkelijk aldaar in de onderste regionen aan te landen en 'grond in je zelf' en of 'grond onder je voeten' te kunnen en te mogen ervaren. Hoe velen zweven al of niet vrijwillig door het leven en schuwen dit aardse gronden om vele onplezierige redenen? Vandaar haast je niet en geef je zelf de tijd en de ruimte om je in dit aardse gronden te doen wortelen en te doen vestigen. Menigeen wil het liefst zo mogelijk zich naar de hoogste regionen begeven, ver van al dit ondermaanse gedoe. Niettemin, vertoeven we als burgers hier op aarde en is het de vraag wat ons hier te doen staat? Juist door het aangaan van alle misère en de daaraan gerelateerde traumata, kan de mogelijkheid ontstaan je ertoe te gaan verhouden en het te gaan doorwerken en omwerken tot een voor jou passend zintuig, dat is alleszins geen sinecure. Althans dat was en is het werk dat Hetty o.a. heeft geïnitieerd en begeleid en vele anderen met haar. In dit verband mag ik verwijzen naar War Child, je kunt wel een kind uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? 

Vervolgens kun je je zelf verwijden langs de verticaal naar boven toe, naar je borst, keel, hoofd, kruin en waar mogelijk nog verder tot je ongeveer 40cm boven je hoofd, het 8e chakra kan visualiseren dan wel na het nodige oefenen ziet oplichten. De reis naar boven mag je gerust, voor de een vroeger en voor de ander later, verder verkennen tot aan het licht wat je tegemoet komt uit den hoge. Je kunt dat licht ook visualiseren en of als je het ziet, verwelkomen, zodat je het indalende (witte) licht langs de verticaal vermag te laten indalen tot in het midden van je bekken, de schaal vullend met licht en dat weer doen uitvloeien naar beneden tot ver onder je voeten tot in de aarde, om zo een zuil van licht te vormen tussen hemel en aarde en als burger van twee werelden in je midden te centreren. Steeds zien we dus hier de dynamiek van het gronden en in je lijf komen, het incarneren, om vervolgens dat ook steeds in en vanuit dat midden te centreren, alvorens weer dat midden te ontstijgen, te transcenderen en om op reis te gaan. Maar ook hier, elke reis heeft een doel en hetgeen je gevonden en of beleefd hebt, dien je ook weer met je voeten in de aarde te verwortelen. Kortom de verticale dimensie verwijden, vraagt oefening op oefening en daarmee stippel je zelf een hoogst persoonlijke levensroute uit.

De 'Toren van licht' heeft Hetty uitgewerkt in boek 4, blz 104, Naar nieuwe ruimten van bewustzijn. Evenwel brengt ze in menige oefening, op onderscheiden wijzen, deze verticale dimensie tot leven, een zuil van licht, dat je op één of andere wijze zelf kan gaan ervaren. Het licht dat je zo door de verticaal heen stromend, kunt visualiseren, kan je ook weer laten uitstromen in de horizontale en sagittale verwijding, zodat er een lichtend drie dimensionaal ademend en lichtend kruis gevisualiseerd kan worden, geheel en al in en vanuit de ruimte in je bekken, midden voor het heilig been. Een specifieke ruimte die Hetty nadrukkelijk onderscheidt van het Hara punt, het Dantian punt in de Qi Gong uit de oosterse tradities. Zo ook straalt deze verticale zuil van licht ergens tussen het conceptievat (Renmai) en de gouverneursbaan (Dumai) in, respectievelijk voor en achter langs je lichaam verlopend in verticale richting. Hetty laat, getuige haar oefeningen, al deze achtenswaardige bevindingen in hun waarde en nut ze daar waar van toepassing.

Er komt een moment dat, wanneer dit kruis innerlijk ademend tot leven is gekomen, je een cirkel kunt gaan visualiseren, die dit kruis in eerste instantie omvat en wel zo dat verticaal en horizontaal omcirkeld kunnen worden, om in tweede instantie deze cirkel drie dimensionaal te verwijden tot een bol. Van een kleine bol in je bekken tot een bol die je geheel en al kan omvatten en waarin jij je veilig en geborgen voelt en verder verwijdend tot een bol die onze aardse hemisferen omspant en uiteindelijk zich verwijdt tot in de uiteinden van ons universum. Nog steeds in en vanuit dit kosmische oog, dat nu de poort kan vormen waarlangs we kunnen reizen tussen micro en macro kosmos, zonder ons zelf te verliezen, aangezien we steeds dit voelbare midden in ons dragen, zonder wat of wie dan ook te hoeven uitsluiten. In tegendeel het biedt alle kansen en alle mogelijkheden de ander en het andere in deze bol van licht mee te nemen en datgene toe te wensen wat hen helpt hun lichtspoor te vormen.

Deze bolvorm, al of niet gevuld met het licht dat je toekomt en of kunt visualiseren, kan je langzaam aan uitvormen tot een eivorm aldus Hetty, met de bolle kant in je bekken rustend en of onder je voeten tot aan het 9e chakra en met de smallere kant naar boven en of boven je hoofd tot in het 8e chakra uitstralend. Een eivorm is een universeel symbool, dat we in vele oude tradities kunnen tegenkomen, in vele variaties en duidingen, maar centraal staat toch wel het ei als bron van al wat is en doet worden. Wie dit ei vermag uit te broeden, herschept wellicht zichzelf en al hetgeen wat dit zelf wil dragen om niet. Dit ei kunnen uitbroeden veronderstelt dat jij de kiem ervan mag visualiseren en bijgevolg realiseren. De broedtijd blijft persoonlijk afhankelijk van hetgeen je aan ziele warmte weet te genereren. 

Leren werken in en vanuit het kosmische oog, wil zoveel zeggen dat je in staat bent om via een innerlijke weg je eigen ei op te sporen en of zelf weet te leggen en uit te broeden. Het gaan van deze innerlijke weg veronderstelt het ontwikkelen van een eigen zelfstandigheid, zo autonoom als een ei maar kan zijn, geheel en al bevattend wat het nodig heeft om tot leven te komen, zij het dat ze niet zonder de warmte van iets of iemand anders / Anders kan, wil ze ooit het levenslicht kunnen aanschouwen. 

Deze primaire afhankelijkheid is niet zonder reden, het bepaalt alle kringlopen op alle niveaus van werkelijkheid en verwerkelijking. Je kunt echter wel een poging wagen je eigen plek in die kringloop onbaatzuchtig te leren innemen, daar ben je immers zelf verantwoordelijk voor. Die verantwoordelijkheid maakt dat je zelfstandig op zoek moet gaan naar waar je je mag vestigen in het zijn en worden van je zelf en anderen, open voor je zelf en de ander en het andere, open tussen aarde en hemel en open tussen verleden en toekomst. Respectievelijk de horizontale immanente dimensie, de verticale transcendente dimensie en de sagittale dimensie explorerend in je zelf, rondom je zelf in relatie tot de ander en het andere en in relatie tot de bron van al wat is.

Het kunnen leggen en uitbroeden van je eigen ei vraagt een fundamentele ontvankelijke openheid die je in je zelf mag ontwikkelen, wil je oog en oor krijgen voor wat er toe doet. En dat wat er werkelijk toe doet, dien je geheel en al hoogst oorspronkelijk in en vanuit je eigenste oog en oor te ontwaren en te bespeuren waar het appèl je mag verrassen, aangezien ze uit een onvermoede dimensie je tegemoet kan komen. Dat gaat tegen alle maakbaarheid in, maar biedt toch de ruimte voor ieders eigenste leiding en inspiratie. Werken aan het openen van het kosmische oog in je zelf, plaatst je in het fundamentele perspectief van de wederkerigheid van al wat is.

Dit ademende kruis leren oefenen als de eenheid aller tegenstellingen, zie ook grondvormen in de symboliek / kruis, trachten we toe te passen in velerlei werkvormen, zoals je zelf in beeld, veldopstelling, veldwerk, teamwork, action research, etc. Werkvormen, die je kunnen helpen weer zicht te krijgen op de plek die jou toekomt en of het levensspoor te herijken en of je weer in contact te brengen met je eigenste bron. De weg naar buiten veronderstelt de weg naar binnen: dat impliceert, dat je beide wegen zodanig kunt beoefenen, dat je zowel je leven praktisch kunt inrichten, alsook vorm kan geven aan een integraal kennis systeem, zoals we dat binnen artesS verband met systeem dynamiek beogen.

Op deze pagina hebben we ruimte gemaakt voor het kosmisch oog, het moge duidelijk zijn dat dat slechts één facet behelst uit het werk van Hetty Draayer. Ze spreekt evenzeer over een oog in wat we noemen de bovenpool, het hoofd gebied, het zenuw zintuig systeem en zeer wel ook over het midden tussen bovenpool en onderpool alwaar het kosmisch oog is gesitueerd, in deze het mystieke hart, de middenpool, het ritmisch ademhalingssysteem. Zie daartoe haar boeken en oefeningen, zeer wel ook in de bibliotheek te vinden.

Gezien het belang van dit ademende kruis hebben we al gewag gemaakt van de 'kruismeditatie' zoals Alfons Rosenberg dat heeft vorm gegeven, ook een lichaamsgerichte therapeutische methode. Vandaar dat we overwegen dat nog vorm te geven en wel om duidelijk te maken, dat wat wij in het geestelijke kennis bereik doen ook door anderen zeer wel grondig is uitgewerkt, evenwel middels het psycho-energetische lichaamswerk. Deze spiegeling is ons inziens zeer de moeite waard, gezien de polaire dynamiek, die in ieder van ons vraagt om harmonisering teneinde het volwaardig te kunnen bemensen, naar lichaam, ziel en geest.

**********