System methodic

A way of life
Systeem methodiek vormt het midden van een drieledige structuur. Deze structuur is analoog ingericht aan het drieledige zielenvermogen van denken, voelen en willen. Dat maakt dat systeem methodiek (analoog aan het voelen) het midden vormt tussen systeem systematiek (analoog aan het denken) en systeem logiek (analoog aan het willen).
 
Deze drieledige structuur stamt uit een oud verleden, op vele wijzen en op vele gebieden terug te vinden in het mythische denken. Het drieledige zielenvermogen heeft o.a. Plato nog behartigd, vandaar dat we zijn erfenis inzake dit mensbeeld, nog steeds naar waarde weten te schatten binnen het geheel van het systeem dynamisch leren denken en werken.
 
Deze drieledigheid zag je van oudsher ook terug o.a. in de filosofie, letterlijk de liefde tot de wijsheid (Sophia) waarin gebruikelijk een onderscheid werd gemaakt in respectievelijk de metafysiek (analoog aan het denken / systematiek), de esthetiek (analoog aan het voelen / methodiek) en de ethiek (analoog aan het willen / logiek).
 
Deze drieledige dynamiek wordt binnen artesS verband verder vorm gegeven in human dynamics, praktische menskunde (geïnitieerd door Ate Koopmans) en organisation dynamics. Twee werkgebieden waarop binnen artesS verband systeemdynamiek praktisch wordt toegepast.
 
Een drieledige structuur analoog aan denken, voelen en willen geeft op een eenvoudige wijze weer hoe we in de systematiek denkend op zoek zijn naar het algemene en in de logiek op zoek zijn naar het bijzondere waartoe we ons in het willen alsnog dienen te verhouden. De dynamiek tussen het algemene en het bijzondere verstaan we in deze polair en complementair, het een is niet zonder het andere, evenwel zijn het zeer onderscheiden niveaus. Zo ook het denken en het willen, we kunnen deze niveaus nader bepalen als respectievelijk abstract en concreet.
 
Abstract wil even zoveel zeggen als teruggetrokken uit het leven, doods en gestructureerd, stil en vastgelegd. Concreet duidt eerder op con crescere, het doen aangroeien, veranderen, in ontwikkeling verkeren van al hetgeen leeft. Niets is dood, want alles stroomt onophoudelijk en toch kan een moment gevonden worden het stromende te doen vatten in een idee, concept, regel en of formule.
 
Deze twee te onderscheiden niveaus van het onveranderlijke en het veranderlijke zien we terug in hoe we respectievelijk systeem systematiek en systeem logiek zijn gaan inrichten. Systeem systematiek betreft het inrichten van het onveranderlijke en wel zo dat het en op zichzelf staat (gesloten) en open in relatie tot andere systemen en of concepten. Systeem logiek betreft het doen inrichten en zichtbaar maken van het veranderlijke, hetgeen op een onderzoeksvraag onbevangen kan toetreden.
 
Systeem methodiek focust zich nu op dat midden tussen systeem systematiek (het inrichten van het systeem op zich) en systeem logiek (het aan het licht brengen van wat zich voordoet). Systeem methodiek viseert het hoe teneinde beide onderscheiden niveaus te doen bemiddelen, het vluchtige in het hier en nu, het veranderlijke, te doen verhouden tot het blijvende, het onveranderlijke .
 
Deze onderscheiden niveaus mag men niet zo maar door elkaar halen, evenwel dienen ze op een passende wijze zich tot elkaar te verhouden in een methodische leergang of onderzoeksgang. Het hoe mag niet leiden tot een dualisme van het algemene en het bijzondere, het abstracte en het concrete, het onveranderlijke en het veranderlijke. We kunnen ze verstaan als elkaar aanvullende tegendelen, die desondanks wel degelijk met elkaar een tegenstelling kunnen vormen, hetgeen nu, om aan een dilemma te ontkomen, vraagt om een methodische gang.
 
Het woord gang wijst reeds op het begaan van een pad of weg, hodos, en wel zodanig dat men daar ook zicht op heeft en vooral houdt, meta, er boven staand. Methodisch gezien dient men dan ook verschillende perspectieven scherp te bemiddelen en wel het vogel perspectief (systeem systematiek) en het worm perspectief (systeem logiek), samenkomend in het getuige perspectief (systeem methodiek) om uiteindelijk van uit het toeschouwer perspectief je vrij te kunnen verhouden tot beide tegendelen.
 
In systeem methodiek  kunnen we pogingen vinden onze onderzoeksgang stapsgewijs in te richten. Dat houdt in, dat er onderscheiden stappen zijn in het logieke bereik dan wel in het systematieke bereik, dan wel hoe ze op een ordentelijke wijze zich tot elkaar hebben te verhouden. Daarbij gaan we uit van wat zowel in een deductieve als inductieve onderzoeksgang benoemd wordt als een deductieve en of inductieve sprong. Het fenomeen van de sprong geeft weer hoe hetgeen te denken is in de geest op een of andere wijze is te willen in de stof; en toch de stof is geen geest en de geest is geen stof. Deze duale verhouding dienen we in de methodiek op haar polaire dynamiek te onderzoeken.
 
En wel zo, dat ze stapsgewijs zichtbaar maakt hoe we te werk zijn gegaan of nog dienen te gaan, zodat elk ander deze onderzoeksgang kan nalopen om haar al of niet te verifiëren en of te falsificeren. Van oudsher werd het vermogen om tussen hemel en aarde, geest en stof te kunnen pendelen o.a. toegekend aan Hermes (Mercurius), de boodschapper tussen twee werelden. Binnen het bereik van systeem dynamiek bedelen we deze taak toe aan de onderzoekende mens die deze twee werelden, ieder op zich, wil recht doen door ze analaytisch en synthetisch te denken op een weg die het beste van twee werelden voelt te nutten met het oog op morgen.
 
Systeem dynamisch leren denken en werken is ooit al doende ontstaan, niet wetend hoe dat in zijn werk ging. Pas achteraf zijn we pogingen gaan ondernemen de stappen te reconstrueren. Met name om zelf toeschouwer te kunnen worden van hetgeen we zelf ontwikkeld hebben, laat staan om een ander de gelegenheid te bieden ooit deze systeem dynamische denk en werkwijze zichzelf te leren eigenen.
 
De stappen zijn waar mogelijk getoetst aan hun analogie in de empirische en fenomenologische cyclus. Sterker nog, beide cycli maken een onlosmakelijk deel uit van systeem methodiek, waarin ze als onderscheiden onderzoeksgangen, opponerend en participerend, objectbetrokken en subjectbetrokken,  terug te vinden zijn in de action research cyclus, het onderzoeksmodel van artesS binnen het functionele paradigma.
 
Systeem methodiek is een leergang op zich, in het doen leren denken en werken van onszelf en onze trainees in het systeem dynamische bereik, ontwikkelen we meer en meer zicht op hoe je dit kunstje ooit kunt leren. Het is nog volop in ontwikkeling en ook hier is het laatste woord niet gezegd, laat staan dat we het hier in alle breedte en diepte kunnen uitwerken.
 
In ieder geval dient elke methodische aanpak bescheidenheid in acht te nemen, daar er vele wegen zijn te vinden naar het ene doel en ook hier staan we open voor een kritische opbouwende inbreng die ons weer doet leren een betere weg te vinden.


How to explore a diagram or dynagram as a hypothetical model?

First of all the explorer has to have a free open-minded attitude, because exploring is the joy of researching the unknown. Usually one seeks security, but research requires travelling from the known to the unknown, living in the (dis)comfort of the unknown; the virtue of uncertainty makes humble.

Personal development is required to establish an authentic connexion with system dynamics and vice versa system dynamics leads to purification of the personal attitude.

The investigator should make them self free from old fashioned or familiar concepts. This is mostly not easy, therefore it is never allowed to defend her/his old familiar concepts with all possible available theory, on the contrary one should always falsify her/his own concepts.

The investigator has an open mind to enter the unknown; she/he exercises the art of asking hypothetical questions about the notions modelling a hypothetical concept in a diagram or dynagram.

Without proper research of possible dynamics in the reality, e.g. a research object, it is useless to think about possible positions in any model whatsoever. It’s not just about the positions in a model, but it is important to detect the dynamics in the reality who whether or not are analogue to positions in a model.

It is important to notice that in a diagram or dynagram the image regulates the position of the notions in relation to the concept and vice versa, to detect mutual dynamics between the notions in one concept and also between the different possibilities in an image related to modelling the notions within a concept.

To detect mutual dynamics in a system it is important to see that all notions belong to one logical class. Container notions has so many underlying concepts, optics, perspectives and interpretations that it is nearly impossible to position all these different notions in one logical class, modelling them without contradictory positions in one resonant field is thus hardly possible.

When a notion is too abstract one has to seek concrete notions to divide and refine a container notion. Perhaps one can find some important dynamics relevant to explore the dimension of one notion; with the revelation of some dynamics one could explore the other relevant notions to discover a relevant system dynamic pattern between them.

Modelling a concept in a diagram or dynagram asks always to be watchfully Argus-eyed about the different optics and perspectives in relation to the specific discipline. One cannot change or mix different optics in one conceptual model, because every optic or perspective asks a specific way of thinking and working.

On the one hand one examines the different meanings of a notion within the whole of a certain concept, at the other hand one has also to explore the different dynamics between the relevant notions within a concept. Because both, dynamics and meanings are relevant to explore relevant positions in one field that image a concept. So the state of the art in system dynamic thinking and working is a model that integrates analytical notions in a synthetically dynamic image.

The relevant dynamics within one field can be represented in what we call a ground pattern, you can find and recover the relevant aspects in one sheet, because the aim of system dynamics is to create a simplex in a complex field of all possibilities and necessities.

In the ground pattern one can find the relevant system dynamic rules to validate a designed hypothetical model. These rules remain abstract, one has to concretize the relevant dynamics, based on the real dynamics of a possible conceptual system with all their relevant notions.
Comments