Functional research

 
Bovenstaande diagram brengt het functionele paradigma in kaart in samenhang met het mythische en ontologische paradigma. De term paradigma, geintroduceerd  door Thomas Kuhn, wordt  door C.A. van Peursen uitgewerkt als een drieledige optiek op de werkelijkheid.
 
Paradigma, betekent voorbeeld en model en kan verstaan worden als de wijze waarop iemand, bijvoorbeeld een wetenschapper, naar een werkelijkheid wil kijken en of deze wil onderzoeken. Het is zaak om je bewust te zijn vanuit welke bril je de werkelijkheid wil onderzoeken en tegelijkertijd laat Thomas Kuhn zien dat gevestigde wetenschap ondanks het wetenschappelijk onderbouwde tegendeel haar optiek niet zo maar wil prijsgeven.
 
Van Peursen onderscheidt met een ander doel dan Kuhn, 3 beslissend te onderscheiden paradigma´s, die in de loop van de tijd de wijze waarop de mens werkelijkheid wil bestuderen in beeld brengt. Hij onderscheidt ze in hun ontstaansgeschiedenis, maar geeft ook aan dat het mogelijke aanvullende en existerende optieken zijn van waaruit de hedendaagse mens nog altijd werkelijkheid kan onderzoeken.
 
In het diagram worden deze drie paradigma´s in beeld gebracht, als volgt gepositioneerd: onder het mythische paradigma (de these), boven het ontologische paradigma (de antithese) en het functionele paradigma in het midden als de synthese. Alle drie de paradigma´s brengen een bepaalde wijze van kijken naar en onderzoeken van de werkelijkheid in stelling.
 
Het diagram beoogt een constructieve interferentie in beeld te brengen aangaande de mogelijkheid deze drie paradigma´s enerzijds streng te onderscheiden en anderzijds ze aanvullend te nutten teneinde een zo compleet mogelijk beeld van de werkelijkheid te kunnen opbouwen.
 
Vandaar dat elk paradigma schematisch met haar specifieke karakteristieken en begrippen is ingekleed om enigszins het beslissende onderscheid te kunnen bevroeden. Evenzeer wordt in beeld gebracht dat ze op een onderscheiden wijze hun onderzoek inrichten, vandaar dat we in dit diagram spreken van drie te nutten onderzoekscycli. De term cyclus verwijst naar de onderzoeksgang die de onderzoeker heeft te doen ronden wil hij haar/zijn resultaten met recht etaleren.
 
In lerend onderzoeken en onderzoekend leren worden deze drie paradigma´s en onderzoeks routings nader uitgewerkt. Voor hier is het van belang om te constateren dat elke onderzoekscyclus met een specifiek omschreven doel wordt ingericht, zoals bijvoorbeeld het zoeken naar eventuele causale verbanden in een empirische cyclus.
 
Over elke onderzoeksgang is het nodige te melden en te nuanceren en gedetailleerder uitwerkingen zijn te vinden in de diverse probleem gestuurde en proces gestuurde onderzoeksroutes, naar gelang, zowel deductief als inductief in te richten.
 
Met dit diagram wil uitdrukkelijk in beeld gebracht worden dat er gestreefd kan worden naar een synthese tussen deze drie paradigma´s met behoud van elk van hun specifieke reikwijdte, zodat binnen functional research alle drie de paradigma´s een noodzakelijk aanvullende dimensie in stelling dienen te brengen.
 
Als we spreken van het in stelling brengen, dan wordt hier gezinspeeld op een bewuste en actieve wijze van onderzoek verrichten en is het binnen het functionele paradigma niet meer vanzelfsprekend om voor de ene of andere te kiezen, met uitsluiting van een tweede of derde. Men dient zijn keuze te verantwoorden en zelfs noodzakelijk te complemeteren met behulp van de andere twee paradigma´s.
 
Binnen artesS verband willen we deze 3 wijzen van onderzoek synthetiseren in het action research model, aangezien het handelingsgerichte onderzoek zowel empirisch onderbouwd als fenomenologisch uitgewerkt dient te worden, teneinde de bevindingen bijeen te brengen in een wederkerige elkaar voortbrengende subject object relatie. De onderzoeker dient in deze een holo tropische benadering tot stand te brengen.
 
Diagrammatisch 360 graden in beeld gebracht, maar dan wel op een systeem dynamische wijze. Aangezien elk diagram slechts op een bescheiden wijze 1 model in beeld kan brengen, wordt het zaak alle diagrammen zo in te richten dat ze onderling compatible gelezen kunnen worden, middels de voorhanden regels en procedures. Daarover is meer te lezen onder de betreffende grammetjes.
 
Het diagram wat hier is uitgewerkt is deels systeemdynamisch uitgewerkt en deels slechts nog een schematisch plaatje, pas bij functionele paradigma kan de lezer een poging vinden de betreffende paradigma´s zodanig te positioneren dat ze een meerledig herhalend hypothetisch patroon in beeld brengen.

 English


The diagram above shows the functional paradigm in conjunction with the mythical and ontological paradigm. The term paradigm, introduced by Thomas Kuhn, has been worked out by C.A. van Peursen as a three-fold optic on the reality.

Paradigm, means example and model and can be understood as the way someone, for example a scientist, wants to look at the reality and / or wants to investigate it. It is important to be aware of the optics through which you want to explore the reality and at the same time, Thomas Kuhn shows that, despite the scientifically substantiated opposite, established science does not want to give up its optic.

Van Peursen distinguishes with a different purpose than Kuhn, 3 decisively distinguishable paradigms, which in the course of time show the way in which man wants to study reality. He distinguishes them in their genesis, but also indicates that they are possible additional and existing optics from where contemporary man can still investigate reality.

In the diagram these three paradigms are imaged, positioned as follows: under the mythical paradigm (the thesis), above the ontological paradigm (the antithesis) and the functional paradigm in the middle as the synthesis. All three paradigms bring in position a certain way of looking at and investigating the reality.  

The diagram aims to visualize a constructive interference regarding the possibility to distinguish strictly these three paradigms on the one hand and on the other hand to use them additionally in order to be able to build up an image of the reality as complete as possible.

That is why each paradigm has been schematically dressed with its specific characteristics and notions in order to be able to apprehend and image the decisive distinction to some extent. It is also shown that they organize their research in a different way, that is why we refer to three useful research cycles in this diagram. The term cycle refers to the research phasing that the researcher has to do if he wants to show rightfully her / his results.

These three paradigms and research routings are further elaborated in learning by researching and researching by learning. For here it is important to note that each research cycle is set up with a specific goal, such as searching for possible causal connections in an empirical cycle.

About each research cycle can be made the necessary reporting and nuances. Detailed elaborations can be found in the various problem-based and process-based research routes, in proportion as to be equipped both deductively and inductively.

This diagram explicitly shows that a synthesis can be strived for between these three paradigms while maintaining each of their specific scope, so that within functional research all three paradigms need to put a necessary supplementary dimension in position.

As we speak of to put in position, then here is alluded to perform research in a conscious and active manner and within the functional paradigm it is no longer self-evident to choose one or the other, with the exclusion of a second or third. One must account for his choice and even to complete it necessarily with the help of the other two paradigms.

Within ArtesS connection we want to synthesize these 3 ways of research in the action research model, since the action-oriented research must be empirically substantiated as well as phenomologically elaborated in order to bring the findings together in a reciprocal each other proceeding subject object relationship. The researcher should achieve a holotropic approach in this.

Diagrammatically imaged in 360 degrees, but only in a system dynamic way. Since each diagram can only image 1 model in a modest way, it is important to arrange all diagrams in such a way that they can be read  as mutually compatible, by means of the existing rules and procedures. You can read more about that under the relevant grammes.

The diagram elaborated here is partly only a schematic picture, it is only at the functional paradigm that the reader can find an attempt to position the relevant paradigms in such a way that they show a multiple repeating hypothetical pattern.
Comments