Theory book - under construction2


De duale as en polaire as


We beelden hier onder de duale as en de polaire as afzonderlijk naast elkaar. Hiermee brengen we tot uitdrukking dat de duale as gerelateerd is aan de tijd (rechterzijde van de schoenveter) en de polaire as gerelateerd is aan de ruimte (linkerzijde van de schoenveter).

We onderscheiden hier tijd (rechterzijde) en ruimte (linkerzijde), het ene is niet bepalender dan het andere. Ze zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden.

De polariteit  kan in relatie tot de dualiteit meer bepalend worden waardoor de polariteit vooraf kan gaan aan de dualiteit. De dualiteit kan op zijn beurt weer leiden tot een polariteit. De vraag is steeds opnieuw hoe het 'ene' met het 'andere'  samenhangt. Een mogelijk aspect is dat een en-en verhouding vooraf kan gaan aan een of-of verhouding.

De duale as en de polaire as verbinden 4 bronpunten met een of-of verband (contouren), waardoor deze assen ook los van elkaar kunnen functioneren. 2 begrippen met een duale of polaire verhouding worden dan extra toegevoegd aan begrippen die al wel staan op één van deze 4 bronpunten. Bijvoorbeeld: begrippen hemel en aarde met een polaire verhouding. 
In de grammen verbindt het dynamische kruis 4 bronpunten. Deze 4 bronpunten kunnen een betrekking, positie, inhoud of proces weer geven. Ze bestaan in een set van minimaal 2. 2 betrekkingen of 2 posities of 2 inhouden of 2 processen. Deze 2 begrippen zijn dan wel altijd aanvullend aan een systeem dynamisch veld. 2 begrippen uit dezelfde klasse vormen met 2/4/8 begrippen uit een andere klasse een samenhangend geheel. 

Deze 4 bronpunten hebben ieder een eigen
specifieke dynamiek. Deze dynamieken kunnen we relateren aan dynamieken van de 4 secundaire kwaliteiten: Droog, Warm, Nat en Koud.


  • Duale as, actief (tijd), scheidend (of-of)
  • Polaire as, passief (ruimte), verbindend (en-en)

Ter herinnering:
We maken gebruik van 8 (9) bronpunten. Deze bronpunten hebben ieder een eigen 
specifieke dynamiek, beeldend in de tijd en begrijpend in de ruimte. Aan deze bronpunten verbinden we de volgende begrippen : Oost, Zuidoost, Zuid, Zuidwest, West, Noordwest, Noord, Noordoost
  • O, droog, autonoom, onafhankelijk (op zich zelf staand) karakter
  • Z, warm,   discentrisch,  centrifugale dynamiek
  • W, nat,   heteronoom, afhankelijk karakter
  • N, koud,  concentrisch, centripetale  dynamiek 
  • ZO, vuur element,  autonoom discentrische dynamiek
  • ZW, lucht element, heteronoom discentrische dynamiek
  • NW, water element,  heteronoom concentrische dynamiek
  • NO, aarde element, autonoom concentrische dynamiek 

We leggen deze assen apart uit,  ze zijn niet van elkaar te scheiden maar wel te onderscheiden.

  • In een duale verhouding kan de één los staan van de ander. we spreken hier van een wederkerige uitsluitende verhouding tussen twee 'kanten' (bronpunten).
  • In een polaire verhouding kan het ene niet zonder het andere. We spreken hier van een wederkerige insluitende verhouding tussen twee 'zijden' (bronpunten).

De duale as

Deze horizontale as karakteriseert:
  • de tijd als een na elkaar
  • Een of-of verhouding
  • Een 2 delige verhouding
  • een uitsluitende verhouding (excluderend)
  • een 'diachroon' karakter 
  • geen 'midden', wel een 'tussen'
  • 'tegenwerkend'
  • een 'door lopend karakter' in de tijd.
  • een 'duaal' karakter



Ter herinnering:Wanneer we de tijd als een na-elkaar beelden, dienen we voor de helderheid de tijd hier even los te  koppelen van de ruimte. De tijd bestaat niet op zichzelf los van de ruimte (vandaar dat we verderop spreken van de ruimtetijd die we relateren aan het diagram).

Wanneer we de tijd als een na-elkaar aan de orde stellen, kennen we aan de dimensie van de tijd een even groot belang toe als de dimensie van de ruimte (vandaar dat we ook spreken van de tijdruimte die we relateren aan het dynagram).

De duale as laat een verhouding zien tussen Oost en West (Droog en Nat). Autonoom (onafhankelijk) en heteronoom (afhankelijk) zijn van elkaar erg verschillend. Er is spraken van een gescheidenheid die niet is te overbruggen, ze sluiten elkaar uit. We spreken hier over een tijd as, ze  kunnen alleen 'na elkaar' manifesteren. Toekomst (oost) en verleden (west)  blijven van elkaar gescheiden en moeten nog bemiddeld worden.

Door het autonome karakter van Oost en het heteronome karakter van West, die elkaar uitsluiten, is er tussen Oost en West een grote scheiding.

De duale as is een tijds as met een of-of verhouding. Het gaat om een actieve scheiding. Ik kan niet en naar buiten gaan en naar binnen gaan. Een scheiding zonder midden. Dit laat de dualiteit in de tijd goed zien.

De duale as is actief (tijd) en scheidend (of-of)

De tijd als een na elkaar speelt zich af in de tijd ongeacht de ruimte dimensie. Met het woord 'na-elkaar' proberen we tot uitdrukking te brengen dat een verhouding tussen 2 bronpunten (O en W) leidt tot een 'na-elkaar qua tijd. Na-elkaar wil even zoveel zeggen als een 'middelijk' samenhangende verhouding. Een of- of verhouding kent geen 'midden' maar wel een 'tussen', dit tussen dient nog bemiddeld te worden. Zo'n samenhangende verhouding in de tijd kunnen we ook weergeven met het woord 'diachroon'.

De duale as met een of-of verhouding (in de tijd) kent geen 'midden' maar wel een 'tussen', dit 'tussen' wordt gevormd door een 'tegenwerkende' verhouding tussen twee bronpunten 

Met een of-of verhouding bedoelen we dat  de ene bronpunt (Oost) na de andere (West) kan bestaan (na-elkaar). Dat impliceert dat gegeven bronpunten zodanig samenhangen dat ze te beschouwen zijn als twee delen van 1 geheel. Dit geheel verstaan we  als een verhouding waarin  sprake is van 2 delen die elkaar uitsluiten (excluderen).

De duale as beeldt een 'door lopend karakter' in de tijd. Het duale karakter is een veralgemeniseerd aspect van de tijd waarin de 'niet specifieke tijd', de 'tijdsloop', het 'hoe' een belangrijke rol speelt. De veralgemeniseerde tijd wordt een bepaalde tijdsloop (proces) die zichtbaar kan maken hoe iets kan ontstaan en/of vergaan, verschijnen en/of verdwijnen.

Voorbeeld:

Ter herinnering:
  • O, droog, autonoom
  • W, nat, heteronoom
Bronpunt Oost (droog) en Bronpunt West (nat) vormen samen een duale as. Deze horizontale as symboliseert de Wordings-functie, die de mogelijkheid geeft om in de doorlopende tijd, die verstrijkt, te kunnen veranderen, te kunnen worden, het geen nog niet is, (de tijdspijl). Er is geen wording,  verandering (scheiding) zonder de tijd als een na-elkaar (of-of). Deze as wordt grafisch gegolfd weergegeven in de grammen.

Bij het dynamische kruis leggen we nader uit wat we bedoelen met de Wordings-functie en de Zijns-functie. 



De polaire as

De verticale as karakteriseert:

  • de ruimte als een tegelijkertijd
  • een en-en verhouding
  • een 2 ledige verhouding
  • een insluitende verhouding (includerend)
  • een 'panchroon' karakter
  • geen 'tussen', wel een 'midden'
  • 'samenwerkend'
  • een 'door lopend' karakter in de ruimte.
  • een 'polair' karakter


Wanneer we de ruimte  als een en-en beelden dienen we voor de helderheid de ruimte hier even los te  koppelen van de tijd. Want de ruimte bestaat niet op zichzelf los van de tijd.

Wanneer we de ruimte als een en-en aan de orde stellen, kennen we aan de dimensie van de ruimte een even groot belang toe als de dimensie van de tijd.

De polaire as laat de verhouding zien tussen Zuid en Noord (Warm en Koud). Discentrich (Zuid) en concentrisch (Noord) 2 dynamieken die totaal van elkaar verschillen, maar zonder de één kan de ander niet bestaan. Deze 2 bewegingen vullen elkaar dan ook aan. Er hoeft daar door niet tussen hun bemiddeld te worden.  Ze zijn met elkaar verbonden en vullen elkaar aan (ze sluiten elkaar in).. En-en, Hemel (zuid) en aarde (noord) hoeven niet bemiddeld te worden. Er kan sprake zijn van een tegelijkertijd.

Door het discentrische karakter van Zuid heeft zuid iets 'ijls' en door het concentrische karakter van Noord heeft noord iets 'dens'. Het zijn 2 dynamieken die elkaar aanvullen. Ze kunnen in de ruimte tegelijk aanwezig zijn.

De polaire as is een ruimte as met een en-en verhouding. Het gaat om verbinding. Ze hoeven niet bemiddeld te worden. Het is al verbonden. Als we naar onze eigen aarde kijken dan zien we dat Noordpool en Zuidpool een vertikale as vormen ze zijn in een ruimte met elkaar verbonden. 

De polaire as is passief (ruimte) en verbindend (en-en)

De ruimte als een tegelijkertijd speelt zich af in de ruimte ongeacht de tijd dimensie. Met het woord 'tegelijkertijd' proberen we tot uitdrukking te brengen dat een verhouding tussen 2 bronpunten (Zuid en Noord) leidt tot een gelijktijdige polaire ruimte. Tegelijkertijd wil even zoveel zeggen als een 'onmiddellijk' samenhangende verhouding. Zo'n samenhangende verhouding  in de ruimte kunnen we ook weergeven met het woord 'panchroon'.

De polaire as met een en-en verhouding (in deruimte) kent geen 'tussen' maar wel een 'midden', dit 'midden' wordt gevormd door een 'samenwerkende' verhouding tussen twee bronpunten.

Met een en-en verhouding bedoelen we dat zowel de ene bronpunt (Zuid) als de andere bronpunt (Noord) tegelijkertijd dienen te bestaan. Dat impliceert dat gegeven bronpunten zodanig samenhangen dat ze te beschouwen zijn als twee leden van 1 geheel. Dit geheel verstaan we  als een verhouding waarin  sprake is van 2 leden die elkaar insluiten (includeren).

.De polaire as beeldt een 'door lopend karakter' in de ruimte. Een polaire karakter is een veralgemeniseerd aspect van de ruimte waarbij de 'niet specifieke ruimte', die in de 'ruimte staat', waarin het ' wie of wat' een belangrijke rol speelt. De niet specifieke ruimte is de bepaalde inhoud die wie of wat kan zijn.


Voorbeeld:

Ter herinnering:
  • Z, warm, discentrisch
  • N, koud, concentrisch
Bronpunt Zuid (warm) en bronpunt Noord (koud) vormen samen een polaire as. Deze verticale as symboliseert de Zijns-functie, die de mogelijkheid geeft om in de doorlopende ruimte, die blijft, die voortduurt, te kunnen zijn, het geen altijd is. In welke vorm dan ook. Er is geen zijn, duurheid (verbinding) zonder de ruimte in een gelijktijdigheid (en-en). Deze as wordt grafisch gestreept weergegeven in de grammen.



Vraag: wat van hier onder, is in de nieuwe termen, of op en andere plek al weer geven in de  inleiding, veld, wisselwerking, grondpatroon, assen, verbanden, raak-vlakken, bouwpatronen tijdverbanden en wat missen we nog?



Een en en betrekking duiden we als een complementaire verhouding. Een complementaire betrekking kunnen we omschrijven als een elkaar wederkerige constituerende betrekking. Een wederkerige betrekking wil zeggen dat het ene niet gescheiden kan worden van het andere. Constituerend wil zeggen dat de een de ander voortbrengt en omgekeerd. De een is op de ander betrokken en voor een juist verstaan dienen beiden, onderscheiden, aan elkaar gerelateerd te worden.

In een systeemdynamisch verband situeren we deze complementaireverhouding op de verticale as en duiden haar als de polaire as, bestaande uit twee grootheden en hun midden. Deze as geeft de insluitende dynamiek weer, het ene is niet zonder het andere, het ene doet zich tegelijk voor met het andere en vice versa. Deze insluitende dynamiek wordt pas mogelijk door de verschilswerking, de een is niet de ander. Door de verschilswerking wordt de complementaire dynamiek pas mogelijk.

De as verhoudt zich tot een analoog verband van verschillen en overeenkomsten.  Een vergelijkbare logos (idee of betekenis) hebbend tussen het een en het andere, gebaseerd op overeenkomsten en verschillen die gelijktijdig plaats vinden. In dezelfde ruimte (overeenkomst) kunnen verschillende posities, processen  enz plaats vinden.
Je kunt tegelijkertijd denken, voelen en willen. Ze heffen elkaar niet op maar werken samen.

Evt naar de polaire as/ kruis

Een overeenkomst kan ook nog een andere betekenis krijgen en dat wordt aangeduid met het begrip analogie. Analogie betekent een vergelijkbare logos (idee of betekenis) hebbend tussen het een en het ander, gebaseerd op overeenkomsten en verschillen tegelijkertijd. Binnen een systeem dynamisch verband dankzij de coördinaten, die op een tegen over gestelde plek moeten staan. Later laten we zien dat deze analogie juist ontstaat tussen 2 tegenovergestelde coördinaten op de polaire as.

Voor een analogie dient de afgrenzing tussen twee coördinaten qua daaraan gekoppelde data zo volledig als mogelijk gerealiseerd te worden, evenwel zijn alle mogelijke analogieën slechts benaderingen van mogelijke verschillen en mogelijke overeenkomsten.

De overeenkomst verhoudt zich tot de polaire as en het verschil verhoudt zich tot de duale as. Aangezien verschil en overeenkomst de analogie bepalen, hebben we zowel de duale as als de polaire as nodig in het dynamische kruis.


Afbeelding teken, plaatje, gram, symbool (pilaar/boom/carduceus)



Macro en micro kosmos in relatie tot de assen


De assen zijn uitgelegd in relatie tot systeem dynamiek. We kunnen ze ook nog uitleggen in relatie tot een macro kosmos en micro kosmos.

Het grondpatroon is deels kosmo morf en deels antropomorf. Als grondpatroon is de kosmo morfe variant een weergave van kosmische oerkrachten en als grondpatroon is de antropomorfe variant een projectie van menselijke vermogens. 

  • Kosmo morf, gelijkend aan de kosmos vormt een macro kosmos.
  • Antropomorf, gelijkend aan de mens vormt een micro kosmos.


Kosmo morf en antropomorf worden later verder uitgewerkt in relatie tot dynagram en diagram.

Een oude mythische stelregel luidt  als volgt:

  • Wil je de kosmos leren kennen dan dien je de mens te bestuderen.
  • Wil je de mens leren kennen dan dien je de kosmos te bestuderen.

De assen zijn verhoudingen tussen 2 tegen over elkaar staande bronpunten. 2 bronpunten die van dynamiek totaal verschillen. Elke as heeft ook een eigen specifieke dynamiek, een eigen specifieke verhouding. Elke as staat weer in relatie tot de andere assen. Er verschijnen kruizen.

Een kruis is een veel gebruikt oud symbool. Een symbool voor o.a. kosmische krachten en voor de mens.  Het is dan ook intressant om (enkele) kosmische krachten en (enkele) menselijke vermogens aan de assen te relateren.

Macro kosmos:
impuls as: positieve tijd
plaats as: positieve ruimte
duale as: negatieve tijd
polaire as: negatieve ruimte

Zo de positieve tijd de positieve ruimte vervult, zo vervult de negatieve ruimte de negatieve tijd.
Zo de positieve tijd de negatieve tijd vervult, zo vervult  de negatieve ruimte de positieve ruimte .

Micro kosmos:
impuls as: Zelf-functie
plaats as: Ik-functie
duale as: Wordings-functie
polaire as: Zijns-functie

Zo het Ik in functie staat van het Zelf, zo staat  het Worden in functie van het Zijn.
Zo Ik tijd en ruimte maak voor mij Zelf, zo mag Ik er Zijn en zelf vormgeven aan mijn Wording.

Zelf-functie, Ik-functie, Wordings-functie en Zijns-functie benoemen we te samen 'aspecten van de persoonlijkheid'

Er zijn vele soorten kosmische krachten, we illustreren hier de 4 assen aan de volgende 4 kosmische krachten:
  • Impuls as: Positieve tijd, Chairos
  • Duale as: Negatieve tijd, Chronos
  • Plaats as: Positieve ruimte
  • Polaire as: Negatieve ruimte



Tijd assen


Impuls as: positieve tijd, Zelf-functie.

De impuls as heeft een 'sprong' karakter. Een tijdstip, een momentum die een ledig karakter krijgt en verbindend werkt.

Een tijd die niet vervliegt maar doet stil staan. Zij kan het 'nu' pakken. Het midden is 'grijpbaar'.

Macro kosmisch  zien we dit terug in de positieve tijd . Er ontstaat een moment waarin de tijd stil staat. Het doet stil staan en vervuld.
Deze tijd kunnen we niet meten, vastleggen. Het zijn cruciale momenten die allemaal tot elkaar in verbinding staan. Het cruciale moment is 'grijpbaar' maar niet vast te houden.

Het is een paradox. Een grijpbare tijd voor zo ver we het momentum kunnen pakken. Die we echter niet meetbaar kunnen maken. In de zin van niet berekenbaar en niet voorspelbaar.

In de Griekse mythologie wordt deze vorm van tijd gepersonifieerd als Chairos

Micro kosmisch zien we dit terug in de Zelf-functie.
Een functie waarmee we het moment kunnen pakken. Cruciale momenten waar in je 'Je kans kan grijpen' en het je  'niet laat ontglippen' doordat je in contact staat met je Zelf. Deze Zelf-functie is op dat  moment 'grijpbaar' maar niet vast te houden.
Het is een subject betrokken functie. Het is er op  een moment dat je wordt geraakt, ontroert en je ervaart 'alles valt op zijn plek'. De Zelf-functie heeft een verbindend vermogen.




Duale as: negatieve tijd, Wordings-functie.


De duale as heeft een 'doorlopend' karakter. Een doorlopende tijd die een delig karakter krijgt en scheidend werkt.

Een tijd die vervliegt 'Nu is 'nu' niet die 'nu' meer, hij hoort al bij het verleden. Het midden is 'ongrijpbaar'.

Macro kosmisch zien we dit terug in de  negatieve tijd. De tijd gaat keer op keer voorbij. Hij vervliegt en blijft onvervuld.
Wel kunnen we deze tijd meten, vast leggen.  Hij is lineair. Hij loopt van het verleden naar de toekomst.

Paradox. Een 'ongrijpbare' tijd voor zo ver we het 'nu' niet kunnen pakken. Die we echter wel trachten meetbaar te maken. En daar mee berekenbaar en voorspelbaar.

In de Griekse mythologie wordt deze vorm van tijd gepersonifieerd als Chronos.

Micro kosmisch zien we dit terug in de Wordings-functie.
Een functie met een doorlopend karakter in de tijd. Waarmee we continu (doorlopend) in Wording zijn. De Wordings-functie is 'ongrijpbaar' maar we trachten hem wel meetbaar en grijpbaar te maken. De Wordings-functie brengt bijvoorbeeld het vermogen om onderscheid te kunnen maken tussen verschillende levensfases met daarbij passende ontwikkelingen en inwikkelingen. De Wordings-functie geeft object betrokken zicht op hoe je wie/wat bent geworden en hoe je wie/wat wilt worden. Door een planning te maken, trachten we deze Wording voorspelbaar te maken.


 


Ruimte assen


Plaats as: positieve ruimte, Ik-functie

De Plaats as heeft een 'sprong karakter' in de ruimte. Een 'specifieke ruimte' die een delig karakter krijgt en scheidend werkt.

Een ruimte die 'vast staat' maar waarin het midden niet te pakken is. Deze dient nog bemiddeld te worden.

Macro kosmisch zien we dit terug in de positieve ruimte. De ruimte die zich 'vastlegt' waardoor  een duidelijke begrenzing zichtbaar wordt. Deze positieve ruimte is meetbaar en plaatsbaar.

Het is  een paradox. Een 'specifieke' ruimte die je vast kan leggen maar waarvan je het midden niet pakken kan.

Micro kosmisch zien we dit terug in de Ik-functie. Een functie waarmee je, je duidelijk afscheidt en begrenst. Een functie waarmee je een 'specifiek ruimte' inneemt en waarmee je kunt 'vast leggen'.  Het geeft je de mogelijkheid om afstand te nemen en 'ergens voor te gaan staan'. De Ik-functie is een object betrokken functie die kan onderscheiden en scheiden. Dat veronderstelt het kunnen afgrenzen en begrenzen.

Polaire as: negatieve ruimte, Zijns-functie

De polaire as heeft een 'doorlopend' karakter in de ruimte. Een doorlopende ruimte die een ledig karakter krijgt en verbindend werkt.

Een ruimte die als maar 'doorloopt'  en toch haar midden behoudt.

Macro kosmisch zien we dit terug in de negatieve ruimte. Een ruimte die zich alsmaar ontvouwt waardoor ze onbegrensd blijft. Des ondanks behoudt ze haar mogelijkheid om haar centrum in stand houden. Deze negatieve ruimte is onmeetbaar.

Het is een paradox. Een 'doorlopende ruimte' waar geen begin of eind aan zit en toch een 'midden', een 'centrum' heeft.

Micro kosmisch zien we dit terug in de Zijns-functie. Een functie waardoor je aan alles verbonden bent zonder je centrum te verliezen.  De Zijns-functie is een subject betrokken functie. Waarin lichaam, ziel en geest met elkaar in een 'doorlopende' ruimte verkeren. Een 'doorlopende' ruimte waarin het immateriële en het materiële onmiddellijk wederkerig functioneren. Een ruimte die verbindend werkt.




'Positieve' tijd en ruimte en 'negatieve' tijd en ruimte



'Positieve' tijd en ruimte


'Positieve' tijd en ruimte hebben beide een
'sprong karakter'.

De plaats as beeldt een sprong karakter in de ruimte. In de ruimte functioneert 'na-elkaar' als een hier of daar. Ongeacht 'wanneer' er een impuls plaats vindt, is het bepalend 'waar' de impuls plaats vindt, of de ene plaats of de ander plaats, hoe die impuls zou kunnen impulseren en wat het met de ruimte kan doen. Hierbij merk je al hoe plaats en impuls van elkaar te onderscheiden zijn.

De impuls as geeft een mogelijkheid tot verbinding. Tegelijkertijd, het zelfde moment kan er een zelfde impuls plaats vinden.

De plaats as geeft een mogelijkheid tot afgrenzen. Er loopt een grens tussen de ene of andere plaats, waardoor we kunnen spreken van een hier of daar.

Al beeldt de positieve ruimte door haar of-of karakter een gescheidenheid dan nog kan er een positieve tijd met een en-en karakter plaats vinden (en vice versa).

Op een ander of op het zelfde moment.
Op een ander moment door de 'negatieve' tijd (duale as, Wordings-functie).
Op het zelfde moment door de 'positieve' tijd (impuls as, Zelf- functie).

Een 'specifieke' tijd en een 'specifieke' ruimte die met elkaar in wisselwerking staan. Ze zijn van elkaar te onderscheiden maar kunnen ook samen vallen.
Op de juiste tijd en op de juiste plek kan er iets cruciaals ontstaan.
Zowel micro- kosmisch als macro kosmisch.



'Negatieve' tijd en ruimte



''Negatieve' tijd en 'negatieve' ruimte hebben beide een 'doorlopend' karakter.


In de tijd wordt (na-elkaar) met een gegeven 'polariteit in de ruimte' een dualiteit 'verbonden'.

Denk bijvoorbeeld aan een tijdspad. Al gaat de tijd 1 kant op, dan nog kun je in het ‘hier en nu’ (een polariteit met een midden) tussen het verleden en toekomst  (dualiteit met een tussen) staan. Terug kijkend naar het verleden of vooruit kijkend naar de toekomst. Verleden en toekomst zijn in de tijd of-of. Ze volgen elkaar op. Je kunt afwisselend kijken naar het een of de ander. Hierbij merk je al hoe dualiteit en polariteit met elkaar verweven zijn.



Denk bijvoorbeeld aan een ladder. Al gaat de ruimte meerdere kanten op, dan nog kun je in het ‘het verleden of toekomst’ (een dualitiet met een tussen) je boven of beneden op de ladder bevinden. De boven en onderkant van de ladder zijn in de ruimte en-en, ze zijn er tegelijkertijd. Je kunt je tegelijktijd bewust zijn van de onder en bovenkant.   Hierbij merk je al hoe polariteit en dualiteit met elkaar verweven zijn.

Al beeldt de 'negatieve' tijd door haar of-of  karakter een gescheidenheid dan nog kan er een 'negatieve' ruimte (met een en-en karakter) gerealiseerd worden (en vice versa).

Een 'doorlopende' tijd en een 'doorlopende' ruimte die met elkaar in wisselwerking zijn. Ze vallen samen maar zijn ook van elkaar te onderscheiden.

De doorlopende tijd brengt veranderingen met zich mee (Wordings-functie).
De doorlopende ruimte voortdurendheid (Zijns-functie).

Zowel micro- kosmisch als macro- kosmisch.

Een klein zaadje kan zich in de loop der tijd ontwikkelen tot een grote eik.

Maar was van begin af aan al wel een eik en kon niet iets anders zijn.


Het statische en dynamische kruis



Ledige en delige verhoudingen uitgesplitst over twee assen vormen een  sub-veld.

2 assen vormen met elkaar een kwartet. Ze hebben 4 verbindende coördinaten die op zich zelf staan zodat ze met elkaar kunnen wisselwerken in een mogelijk veld. De op zich zelf staande coördinaten vormen een samenhangend sub-veld, deze kan statisch of dynamisch zijn.




Op het eerste gezicht lijken het statische kruis en het dynamische kruis een en dezelfde kruis alleen een kwartslag gedraaid. Beide tijds assen worden in de grammen grafisch weer gegeven in een golvende lijn. Beide ruimte assen worden in de grammen grafisch weer gegeven in een gestreepte lijn.

Ze zijn dan niet een gedraaide vorm van de ander maar vormen ieder een andere vorm met verschillende betrekkingen van ruimte en tijd met na-elkaar en tegelijkertijd.

Ter herinnering:
  • De impuls as van het statische kruis verhoudt zich tot de tijd als een tegelijkertijd (en –en).
  • De duale as van het dynamische kruis verhoudt zich tot de tijd maar dan als een na-elkaar (of-of).
  • De plaats as van het statische kruis verhoudt zich tot de ruimte als een na-elkaar (of-of)
  • De polaire as van het dynamische kruis verhoudt zich tot de ruimte maar dan als een tegelijkertijd (en-en).
Als je de twee kruisen bekijkt als een plaatje dan zie je dat het statische kruis op 2 assen 'staat' en het dynamische kruis op 1 as 'staat'; hiermee beeldt de afbeelding de 'statiek' en 'dynamiek' uit.  Niet alleen in het plaatje maar ook in hun systeem dynamische betekenis beeldt het statische kruis 'statiek' en het dynamische kruis 'dynamiek' uit. 
De grafische vorm van de assen met hun betekenis maakt het dynamische kruis dynamischer en het statische kruis statischer.
  • De polaire as (dynamisch kruis) en de impuls as (statisch kruis) zijn door hun en-en verhouding (tegelijkertijd) 'statischer' dan de duale as (dynamisch kruis) en de plaats as (statisch kruis) .
  • De duale as (dynamische kruis) en de plaats as (statisch kruis) zijn 'dynamischer' door hun of-of verhouding (na elkaar).
  • Doordat de duale as (dynamische kruis) nog een verband heeft met de tijd en die tijd alsmaar door loopt is deze 'dynamischer' dan de plaats as (statisch kruis) die meer een sprong karakter heeft.

Het statische kruis beeldt een sprong karakter en een dynamisch kruis een doorlopend karakter:

  • De duale as beeldt een doorlopend karakter van de tijd, richting de toekomst. De plaats as beeldt meerdere mogelijke richtingen de ruimte in. Het diagram beeldt meerdere te denken richtingen en het dynagram beeldt een gerichte gedachtegang.
  • Bij de impuls as en de polaire as gaat het om een tegelijkertijd en geen na elkaar, een richting (van 1 of meerdere) is niet van toepassing. De polaire as beeldt een doorlopend karakter van de ruimte. De impuls as beeldt een sprong karakter in de tijd. In de tijd vindt op verschillende 'plaatsen' een impuls plaats.



De assen in relatie tot micro kosmische vermogen.

Mens en enkele van zijn vermogens:

We kunnen de menselijke vermogens verdelen over 3 lagen:

  • Lichaamsvermogen
  • Zielsvermogen
  • Geestesvermogen

Dit is gerelateerd aan een 3 ledig mensbeeld.


Lichaamsvermogen.

Het kruis/kruizen van het lichaamsvermogen is het kruis van de lichamelijkheid. Het kruis van de lichamelijkheid is ons lichaamskruis. Ons lichaamskruis is de basis voor ons lichaamsgevoel.

Dit lichaamskruis kunnen we fysiek zien. Zie Afbeelding Da vinci.


Het lichaam kan een houding aannemen in de vorm van een statisch kruis en een dynamisch kruis. We kunnen een links, rechts en een boven, onder ervaren. Zo ook een binnen en buiten.

Met ons lichaamsgevoel kunnen we het kruis, voelen, denken en willen. Het lichaamsgevoel is meer dan het voelen van je lichaam.

Voorbeelden:

  • Innerlijke ruimte en tijd en uiterlijke ruimte en tijd te kunnen ervaren.
  • Het kunnen ervaren in meerdere lagen van het mens zijn zoals bijvoorbeeld denken voelen  en willen
  • Denken relateren we aan het hoofd
  • Voelen, relateren we aan de borst
  • Willen, relateren we aan de buik



Ze worden hier dan wel gerelateerd aan deze lichaamsleden maar we gebruiken bijvoorbeeld niet alleen onze borst als we voelen, we gebruiken ons volledige lichaam. Zo voelen we met ons hele lichaam, we denken met ons hele lichaam  en willen met ons hele lichaam.
Al maken we hier onderscheid tussen deze lichaamsvermogens met hun bijpassende lichaamsleden, zijn deze wel te onderscheiden maar niet te scheiden.









Zielsvermogen.

We hebben menselijke vermogens verdeelt over 3 lagen:

  • Lichaamsvermogen
  • zielsvermogen
  • geestesvermogen

Ook hier maken we onderscheid tussen lagen  die niet te scheiden zijn. Het zielsvermogen vormt een midden tussen het lichaamsvermogen en geestesvermogen. Aan het zielsvermogen wordt van oudsher 3 vermogens toegekend, in deze het denken, voelen en willen.

Zo kunnen denken, voelen en willen niet alleen relateren aan lichaamsleden maar ook aan deze menselijke vermogens:

  • Denken, gerelateerd aan geestesvermogen
  • Voelen,  gerelateerd aan zielsvermogen
  • Willen, gerelateerd aan lichaamsvermogen

Waarbij de geest een midden vormt tussen het denken en de hemel (het immateriële).

Waarbij het lichaam een midden vormt tussen het willen en de aarde (het materiële).

Denken, voelen en willen zijn meer antropomorf (rood)

Hemel en aarde zijn meer kosmo-morf (blauw). Waarin de mens tussen deze twee bemiddeld en waarbij het voelen en de ziel dit midden kunnen vormen.


(Meer over deze 3 ledige kosmo-morf en antropomorf grammen lees hoofdstuk Bouwpatronen).

 

Deze zielsvermogens van de mens komen tot uitdrukking in wat we noemen:

Aspecten van de persoonlijkheid:

  • Zelf-functie (impuls as)
  • Ik-functie (plaats as)
  • Wordings-functie (duale as)
  • Zijns-functie (polaire as)

Later leggen we deze nog verder uit bij het statische kruis en het dynamisch kruis.

Persoon in deze niet verstaan als persona (masker) maar als per sonare (door de persoon kan iets klinken/resoneren, zowel van zich zelf als van het anderen dan zich zelf).

Het ziels vermogen van de mens karakteriseert zich door zijn vermogen om bewust van zich zelf te worden en van het andere dan zich zelf. Dat betekent dat de mens zich tot zichzelf kan verhouden van uit zijn Ik-functie en in staat is tot een kritische zelf reflectie. Precies in relatie tot dit vermogen kan de mens deze functie ook projecteren in een antropomorf grondpatroon.

We kunnen de Zelf functie, Ik functie in relatie brengen tot de assen, dan vormen ze een verband met de Zijns-functie en de Wordings-functie als aspecten van de persoonlijkheid. Binnen het verband van de 4 karakteristieken van de persoonsontwikkeling worden ze in verband gebracht met de Ego-functie en de Identiteit-functie.

Voor meer informatie zie link: 4 karakteristieken van de persoonlijke ontwikkeling.



Systeem dynamiek vraagt je om helder te leren denken.

Binnen systeem dynamiek hebben we het grondpatroon als instrument om data te onderzoeken op hun onderscheiden betekenis lagen. Dat maakt dat we het grondpatroon zowel kunnen nutten voor de structuur als voor de ordening die we aan die structuur verbinden. De zelfde structuur kunnen we nutten om onderscheiden ordeningen aan de orde te stellen.  Wat betreft structuur kunnen we dat zien in het grondpatroon waarin we tijdens het maken van grammen bewust worden van de verschillende dynamieken van de bronpunten. Deze tegenovergestelde bronpunten worden enerzijds  dienstbaar aan elkaar maar anderzijds ook aan de ordening.  Dit geldt niet alleen voor een gram maar ook  voor de mens die dat grammetje visualiseert en hanteert.

Zo leren we met en vanuit dit geestelijke vermogen ons  vrij te bewegen tussen verschillende optieken en zo ook tussen diverse perspectieven:

  • toeschouwersperspectief.
  • vogelperspectief,
  • getuigeperspectief
  • wormperspectief
Voor meer informatie klik dan verder op deze link

Het lichaamsvermogen, zielsvermogen, geestesvermogen scholen wij door systeem dynamiek. De wisselwerking tussen deze 3 vermogens bepaalt de mate waarin je systeem dynamiek kan denken en werken. Omgekeerd schoolt systeem dynamisch denken en werken deze 3 onderscheiden vermogens in hun ontwikkeling.

Met en via ons lichaamsgevoel kunnen we het systeem dynamische veld leren verkennen en kennen. Omgekeerd, via systeemdynamiek leren we ons lichaamsgevoel ook weer in te schakelen. Jij als mens functioneert zowel als midden en als tussen.

Systeem dynamiek is niet mogelijk zonder begrip en beeld, het beeld is niet zonder de lichamelijkheid en de lichamelijkheid is niet zonder lichaamsgevoel. Zonder lichaam krijgen we geen toegang tot het beeld en zonder geest krijgen we geen toegang tot het begrip. Systeem dynamiek integreert zowel dit beeld vermogen als dit begripsvermogen van de mens.

De kruizen hebben niet alleen een belangrijke functie binnen systeem dynamiek maar ze kunnen ook belangrijke functies van het menselijke functioneren in beeld en tot begrip brengen, in zoverre zijn ze dienstbaar aan elkaar.


Het statische kruis en dynamische kruis in relatie tot  mens en enkele van zijn vermogens:


Het statische kruis

De impuls as en de plaats as vormen samen het statische kruis. Een statisch kruis staat op 2 assen.

Dit kruis kunnen  we aan een houding van de fysieke mens relateren. Er ontstaat een focus op spreidende ledematen.

Het statische kruis symboliseert ook de mogelijkheid van de mens om de dynamiek tussen hemel en aarde, mannelijke en vrouwelijke, geest en lichaam te integreren en tot stand te brengen in de werkelijkheid.

Je leert er handen en voeten aan te geven.

Het statische kruis combineert de Zelf-functie en Ik-functie:


Impuls as, Zelf-functie:

Bronpunt NW (water) en bronpunt ZO (vuur) vormen samen een Impuls as. Deze diagonale as symboliseert de Zelf-functie.
  • Die de mogelijkheid geeft om de tijd te exploreren doordat het zelf zich kan verbinden.
  • Er is geen verbinding zonder een tegelijkertijd.

Een functie waarmee we het moment kunnen pakken. Cruciale momenten waar in je 'Je kans kan grijpen' en het je  'niet laat ontglippen' doordat je in contact staat met je Zelf. Deze Zelf-functie is op dat  moment 'grijpbaar' maar niet vast te houden.
Het is een subject betrokken functie. Het is er op  een moment dat je wordt geraakt, ontroert en je ervaart 'alles valt op zijn plek'. De Zelf-functie heeft een verbindend vermogen.

Met de Zelf-functie bedoelen we het vermogen van de mens om bij zichzelf te blijven en tegelijkertijd zich te verbinden met iets anders dan zichzelf. Door bij jezelf te blijven in verschillende situaties of verbanden, wordt zichtbaar hoe dit zelf de uitdrukking kan vormen van het wezen dat in al die verbanden iets van zich zelf laat zien. Zonder dat dit wezen verdwijnt maar telkens op een unieke wijze verschijnt. Mede daar door kunnen we spreken van de Zelf-functie in subject betrokken zin.

De Zelf-functie verhoudt zich tot het wel of niet samen vallen met zich zelf en met de ander en het andere. Is de Zelf-functie krachtig dan blijft hij/zij bij zich zelf ook al ‘verliest’ (verbindt) hij zichzelf in de ander of het andere. Dit samen vallen met zichzelf laat zien dat het zelf on-deelbaar (in-dividere) samen valt met zich zelf (identiek aan jezelf). Het zelf wordt ondeelbaar verbonden met de ander of het andere.
Als je jezelf niet kan voelen (gewaar worden) dan kan je jezelf zodanig kwijt raken dat je iets aan het doen bent wat absoluut niet bij je past. De ware verbinding met de ander of het andere impliceert altijd de ware verbinding met je zelf.


Plaats as,  Ik-functie:

Bronpunt NO (aarde) en bronpunt ZW (lucht) vormen samen een Plaats as.  Deze diagonale as symboliseert de Ik-functie,

  • Die de mogelijkheid geeft om de ruimte te exploreren doordat het ik zich kan afscheiden (onderscheiden, afgrenzen).
  • Er is geen afgrenzing zonder een bepaalde ruimte. Er is geen na elkaar zonder een afscheiding.

Een functie waarmee je, je duidelijk afscheidt en begrenst. Een functie waarmee je een 'specifiek ruimte' inneemt en waarmee je kunt 'vast leggen'.  Het geeft je de mogelijkheid om afstand te nemen en 'ergens voor te gaan staan'. De Ik-functie is een object betrokken functie die kan onderscheiden en scheiden. Dat veronderstelt het kunnen afgrenzen en begrenzen.

Met de Ik-functie bedoelen we het vermogen van de mens om zich af te scheiden en of af te grenzen van zich zelf en/of van de ander en het andere. In deze afscheiding heeft het Ik het vermogen om het niet-Ik vorm  te geven. Dat betekent dat het Ik zich tegen over zich zelf kan stellen en tegen over ieder ander object dan zich zelf. Daarmee objectiveert het Ik het zelf. Hier mee ontstaat ruimte voor het andere dan zich zelf. Door deze ruimte of in deze ruimte kan het Ik een object betrokken dimensie scheppen. Deze object betrokken benadering geeft het Ik de vrijheid om te kiezen tussen het ene en/of het andere. Mede daar door kunnen we spreken van de Ik-functie in object betrokken zin. (ego-functie in weven in deze tekst?)

De Ik-functie relateren we hier aan de plaats as als een verbijzonderde ruimte en in deze ruimte verschijnen onderscheiden wezens als onderscheiden objecten die nooit en te nimmer kunnen samen vallen. Want waar de een is, is niet de ander. De een sluit de ander uit. Ze kunnen alleen een ‘naast elkaar hebben’ en ‘na elkaar plaats vinden’ in de ruimte.

.

De wisselwerking tussen Zelf-functie en Ik-functie maakt het systeem dynamisch denken en werken mogelijk.

Door gebruik te maken van configuratieve componenten oefen je je Zelf-functie en Ik-functie:

  • Het leren werken met contouren/verbanden en resonanties/raak-vlakken oefen je je Zelf-functie (subject betrokken)
  • Het leren werken met bronpunten/coördinaten en assen/verhoudingen oefen je je Ik-functie (object betrokken).


Denkraam?

De dynamiek tussen Zelf-functie en Ik-functie relateren we aan het statische kruis. Zonder de aanwezigheid van deze twee functies is er geen functioneel denkraam om te kunnen subjectiveren en/of te kunnen objectiveren. Om zowel verandering (Ik) als durendheid (Zelf) van elkaar te kunnen onderscheiden als met elkaar te kunnen verbinden.

  • Zelf-functie, subject betrokken, tijds continuüm (durendheid)
  • Ik-functie, object betrokken, ruimte discontinuüm (verandering)

Het statische kruis beeldt een gelijktijdig verband, in dit voorbeeld tussen 2 dynamische persoonsfuncties, de Zelf functie en de Ik functie. De één kan niet zonder de ander. Ze staan hier in een en-en verband. Meer informatie over en-en verbanden worden geven bij hoofdstuk 'verbanden en contouren'.


Teken, plaatje, gram, symbool


Het dynamische kruis

De horizontale en verticale as vormen samen het dynamische kruis. Een dynamisch kruis staat op 1 as.

Dit kruis kunnen  we aan een houding van de fysieke mens relateren. Hier ligt de focus op de ruggengraat (verticaal) en zijn armen (horizontaal).

Het dynamisch kruis symboliseert de werkelijkheid waarin de mens tot gestalte komt in de verticale dimensie (ruggengraat) en op zijn beurt weer gestalte geeft aan de werkelijkheid in de horizontale dimensie (ledematen).

Ondanks alle veranderingen is het een kunst om overeind te blijven. Je rug leren rechten wil zo veel zeggen als je Ik overeind houden en daar mee je zijn.

Het dynamische kruis combineert de Wordings-functie en de Zijns-functie.

Duale as, Wordings-functie.

Bronpunt Oost (droog) en Bronpunt West (nat) vormen samen een duale as. Deze horizontale as symboliseert de Wordings-functie.

  • Die de mogelijkheid geeft om in de doorlopende tijd, die verstrijkt, te kunnen veranderen, te kunnen worden, het geen nog niet is, (de tijdspijl).
  • Er is geen wording,  verandering (scheiding) zonder de tijd als een na-elkaar (of-of).

Een functie met een doorlopend karakter in de tijd. Waarmee we continu (doorlopend) in Wording zijn. De Wordings-functie is 'ongrijpbaar' maar we trachten hem wel meetbaar en grijpbaar te maken. De Wordings-functie brengt bijvoorbeeld het vermogen om onderscheid te kunnen maken tussen verschillende levensfases met daarbij passende ontwikkelingen en inwikkelingen. De Wordings-functie geeft object betrokken zicht op hoe je wie/wat bent geworden en hoe je wie/wat wilt worden. Door een planning te maken, trachten we deze Wording voorspelbaar te maken.

Met de Wordings-functie bedoelen we het vermogen van de mens om zich zelf en de werkelijkheid te veranderen. Als de werkelijkheid verandert dan kan je de vraag stellen wie of wat brengt verandering tot stand. Wat de mens betreft ben ik in verleden heden en toekomst mezelf, maar kan door de loop van de tijd veranderen en andere vormen aannemen. 


Polaire as, Zijns-functie

Bronpunt Zuid (warm) en bronpunt Noord (koud) vormen samen een polaire as . Deze verticale as symboliseert de Zijns-functie.

  • Die de mogelijkheid geeft om in de doorlopende ruimte, die blijft, die voortduurt, te kunnen zijn, het geen altijd is. In welke vorm dan ook.
  • Er is geen zijn, duurheid (verbinding) zonder de ruimte in een gelijktijdigheid (en-en).

Een functie waardoor je aan alles verbonden bent zonder je centrum te verliezen.  De Zijns-functie is een subject betrokken functie. Waarin  lichaam, ziel en geest met elkaar in een 'doorlopende' ruimte verkeren. Een 'doorlopende' ruimte waarin het immateriële en het materiële onmiddellijk wederkerig functioneren. Een ruimte die verbindend werkt.

Met de Zijns-functie bedoelen we het vermogen van de mens om in de werkelijkheid het Ik te kunnen opsporen als een voortdurend fenomeen. Als de werkelijkheid voortduurt kan je de vraag stellen wie of wat brengt continuiteit. Wat de mens betreft ervaar ik een kracht, die ondanks alle veranderingen, mij doet zijn als 'staande in mijn centrum'. Ik ben en blijf als wezen in mijn totaliteit staan, met en ondanks al mijn mogelijke functies en rollen.


De wisselwerking tussen Wordings-functie en Zijns-functie maakt het systeem dynamisch denken en werken mogelijk.

Hypothetische zouden we kunnen formuleren: door gebruik te maken van configuratieve componenten oefen je, je Wordings-functie en Zijns-functie:

  • Het leren werken met cruciale configuratieve componenten (grondpatroon) oefen je meer je Wordings-functie (object betrokken).
  • Het leren werken met alternatieve configuratieve componenten (gram) oefen je meer je Zijns-functie (subject betrokken).


Werkraam?

De dynamiek tussen Wordings-functie en Zijns-functie relateren we aan het dynamische kruis. Zonder de aanwezigheid van deze twee functies is er geen functioneel werkraam om zowel verandering (wording) als durendheid (zijn) van elkaar te kunnen onderscheiden als met elkaar te kunnen verbinden. Om te kunnen subjectiveren en/of te kunnen objectiveren.

  • Wordings-functie, object betrokken, tijds discontinuüm (verandering)
  • Zijns-functie, subject betrokken, ruimte continuüm (durendheid)

Zijn heft het worden op en worden heft het zijn op. Als alles is, kan niks worden. Als alles wordt, kan niks blijvend zijn.
Dit geeft de mogelijkheid om zijn en worden van elkaar te scheiden. Ze staan hier in een  of-of verband.

Meer informatie over of-of verbanden worden geven bij hoofdstuk 'verbanden en contouren'.


Korte opsomming assen:
  • Impuls as, Verbindend, Ledig, Tijds continuüm, Zelf functie, 'sprong karakter', Positieve tijd, subject betrokken.  
  • plaats as, Scheidend, Delig, Ruimte discontinuüm, Ik functie, 'sprong karakter' Positieve ruimte,  object betrokken.
  • duale as,Scheidend, Delig,Tijd discontinuüm, Wordings functie, 'doorlopend karakter', Negatieve tijd, object betrokken.
  • polaire as, Verbindend, Ledig, Ruimte continuüm,  Zijns functie, 'doorlopend karakter' Negatieve ruimte, subject betrokken.

We kunnen deze 4 functies, Zelf functie, Ik functie, Wordings-functie en Zijns-functie zien in het ziels vermogen van de mens. Maar ook als vermogens van de wereld om ons heen. De wereld buiten ons kan zich subjectief en objectief  zich verhouden tot jou als mens. De wereld buiten ons is in wording en heeft een zijn, die zich kan verhouden tot jou zijn en wording als mens.

We maken onderscheid tussen Zelf-functie en Ik-functie. Onderscheid tussen Wordings-functie en Zijns-functie. Onderscheid tussen het statische kruis en het dynamische kruis. Maar een scheiding is er niet.

Het belangrijkste van de assen om te weten is dat deze aan verbindend of scheidend en aan ruimte of tijd worden gerelateerd.
En dat we deze op verschillende manieren kunnen lezen.
Bijvoorbeeld:
Als hoe 2 bronpunten zich tot elkaar kunnen verhouden.
De dynamiek van de verhouding op zich zelf staand.

Zo kan het zijn dat je in een gram kan lezen hoe de begrippen (op de bronpunten en coördinaten) zich tot elkaar verhouden.
Maar ook bij voorbeeld welke aspecten van de persoonlijkheid worden aangesproken door die begrippen.


Het dynamische en statische kruis samen.


Twee sub velden (2 velden met elk 4 kwartetten en 2 assen) vormen met elkaar een dynamische interactie waardoor ze elkaar versterken in hun werking. Ze vormen met elkaar een 8 ledig veld (1 veld met 8 octetten en 4 assen)

Deze vier assen hebben 2x4 verbindende bronpunten die te samen met elkaar een systeem dynamisch veld vormen.



Het dynamische en statische kruis vormen samen een patroon van 4 assen: impuls as, plaats as, duale as en polaire as. Elke as verbindt 2 tegen over elkaar staande coördinaten. De verbinding tussen die 2 coördinaten kunnen gerelateerd worden aan ruimte of tijd. Zoals voor heen bij elke as is uitgelegd. De assen blijven in hun functie onafhankelijk van het gegeven of in de te onder zoeken data ruimte of tijd eventueel een rol dienen te spelen. De assen blijven hun vaste plek behouden in een systeem dynamisch veld. Ze vormen een vast staand systeem.


Kwadrant en octetten bestaande uit 3 punten. Alle kwadranten en octetten hebben een gemeenschappelijk midden.
 

Kwartetten:



Octetten:


Zo heb je:
  • 2 tijd octetten
  • 2 ruimte octetten
  • 4 ruimte/tijd octetten
Als we ze relateren aan de assen kunnen we ze zo benoemen.

Maar binnen deze octetten en kwartetten spelen meerdere 'tijd' en 'ruimte' een rol. Zoals die van de verbanden en contouren.

De door de assen verbonden bronpunten hebben ook een verbinding met elkaar. Die onderlinge verbinding zal stap voor stap worden gedifferentieerd vanaf ‘verbanden en contouren’.
 
Het 8 voudige wiel vormt een grondpatroon met de vaste assen en ongedifferentieerde verbanden en dynamieken van de coördinaten onderling.

Het grondpatroon kun je lezen over 1 heel systeem dynamisch veld maar ook elke begrip op een coördinaat kan dit grondpatroon funderen als werkraam.

Te onderzoeken data kunnen zich op 1 van de bronpunten bevinden maar kunnen zich ook tussen deze cruciale coördinaten gepositioneerd worden, op mogelijke coördinaten.  Hier uit zijn weer verschillende verhoudingen, kwartetten en octetten te lezen en te verbinden.


Teken, plaatje (platina), gram (een dia en een dyna maar nog geen duo) symbool (8voudig pad boeddha)

Teken, afbeelding, gram, symbool.

Ter herinnering:

Alternatieve verhoudingen

In een gram kunnen alternatieve coördinaten in alternatieve verbanden, in alternatieve verhoudingen uitgewerkt worden. Al blijven deze alternatieven gerelateerd aan de cruciale verhoudingen.

Een begrip kan op een alternatief coördinaat komen te staan. Bijvoorbeeld  meer in midden van een octet. Afhankelijk van de  'te onderzoeken data' en waar het woord precies staat (dichter bij de ene as of de andere) is er te achter halen welke as een rol kan spelen of in welk bereik van welke as dit begrip staat.   

Zoals bijvoorbeeld begrippen die in ster verband staan van 2 keer  een 3 hoeks verband . Daar staat er 2 begrippen  op een bronpunt maar de 4 anderen komen naast een bronpunt te staan. Stel de 2 begrippen staan op bronpunt noord en zuid, dan komen 4 begrippen nog wel in het bereik van de impuls as en plaats as te staan. Maar ook kan het mogelijk zijn om tussen het begrip rond  zuid-oost en het begrip rond noord-oost een polaire verhouding te ze zien. 

Ook wanneer meerdere grammen in één gram worden geplaats komt er een weerwar van assen (web en matrix) in beeld. Maar bijvoorbeeld: alle horizontale assen blijven gerelateerd aan de duale verhouding (een duale as). Zo ook voor de andere assen. 



Te onderzoeken data

Binnen de gevonden woorden zoek je naar bepaalde verhoudingen, die onstabiel en/of stabiel kunnen zijn.

Binnen de te onderzoeken data kunnen woorden/begrippen in verschillende verhoudingen komen te staan. Wat staat ten opzichte van wat. Er zijn vele verhoudingen mogelijk; binnen systeem dynamiek beperken we ons door middel van de assen. Tijdens het onderzoek kun je je afvragen wat is het verschil en wat is de overeenkomst tussen deze begrippen. Denk aan antoniemen die op zich verschillend zijn maar toch zich tot elkaar kunnen verhouden, overeenkomstig hun logische klasse.

Plaatsen we meerdere 2 ledige verhoudingen in een gram, dan dien je te onderzoeken welke begrippen tot een bepaalde klasse behoren. Want een klasse bepaalt de specifiekere betekenis van elk begrip afzonderlijk, in relatie tot andere begrippen met hun specifiekere betekenissen. Zo kan in een klasse van begrippen onderling verschillende betekenissen zichtbaar worden. De samenhang in een bepaalde gram brengt dan mogelijke wisselwerkingen  tussen meerdere 2 ledige/delige verhoudingen aan het licht

Voorbeeld van begrippen die tot dezelfde klasse behoren: Lente, zomer, herfst en winter, behoren bij de klasse seizoenen.

Binnen systeemdynamiek hanteren we het verschil tussen ledige en delige verhoudingen, maar of bepaalde data zo uitgesplitst kunnen worden hangt mede af van hun eigen aard en of werkelijkheid.

Welk woord/begrip je tegen over een ander woord/begrip zet en in welke verhouding (as) je ze plaats is afhankelijk van de context.

Afhankelijk  je begrippen, hun logische klasse, referentie kader en de nog verdere te onderzoeken data met hun coördinaten, verhoudingen, verbanden en raak-vlakken. Kan binnen 1 gram en bij meerdere verschillende grammen, dezelfde begrippen in een andere verhoudingen en in een andere context komen te staan.


Brug tussen Assen en contouren


Functioneel mythisch en Functioneel ontologisch.


We onderscheiden 3 paradigma’s:

  • Mythisch paradigma
  • Ontologisch paradigma
  • Functioneel paradigma
Systeem dynamiek is voort gekomen uit het besef dat de mens in beelden (mythisch/oude kennis) en in begrippen (ontologisch/ nieuwe kennis) kan denken. Beeld en begrip in samenhang denken is ook het doel van systeem dynamiek (functioneel).

Mythisch paradigma
De mythische mens denkt in beelden. Die beelden maakte hij zichtbaar in symbolen (verhalende beelden) en hoorbaar in mythen (beeldende verhalen).
  • Het symbool heeft een beeld karakter. Het woord symbool betekent letterlijk ‘het bij elkaar werpen’. In en via het symbool is de mens opzoek naar essentiële verhoudingen. Het hoe van de verhouding komen we op de meest oer/basale manier tegen als beeld in de symbolen. Een aantal voorbeelden, Ingrid Riedel Formen, Alfons Rosenberg –Kreuzmeditation (link).
  • Mythe heeft een begrips karakter. Het woord 'mythos' betekend 'het gezegde', 'het opgezegde verhaal'. De mythe is een vertelling die uitlegt.  In en via het verhaal is de mens opzoek naar verklaringen. Wisselwerkingen tussen verschillende werelden, (boven en onder wereld) verschillende goden (goed en kwaad) en verschillende mensen (man en vrouw)  en de wisselwerking tussen al deze onderling verbonden aspecten worden in een mythe uitgelegd. De mythe heeft als functie te leren van het verhaal. In het verhaal wordt het geleerde functioneel in samenhang gebracht.
  • Riten zijn handelingen waar symbool en mythe bij elkaar komen voor de mythische mens.De rite heeft als functie de kosmische ordening te ondersteunen. Bijvoorbeeld, om hemel en aarde in harmonie te brengen. Resten van deze riten vinden we deels nog terug in de natuur en jaarfeesten. Denk hier bij bijvoorbeeld aan midzomerfeest, kerstfeest, lichtfeest, suikerfeest enz.
Ontologisch paradigma
De ontologische mens denkt in begrippen. Begrippen maakt hij zichtbaar met hiërogliefen (Egyptisch geschrift), tekens (spijkerschrift), ideogrammen (Chinese karakters) en letters (alfabet). Met die letters vormde hij begrippen (woorden), die een verbinding proberen te leggen tussen een feit (wat je kan zien of pakken) en een idee (wat je niet kan pakken maar wel kan denken). Zo kan een begrip afhankelijk van de context en afhankelijk van de manier waarop je het uitspreekt (toon hoogte) heel veel betekenissen krijgen. Zoals bijvoorbeeld het begrip ratio in het latijn 33 betekenissen heeft. Hier zijn vele voorbeelden van.

(Link 33 betekenissen ratio) Als een begrip zo veel betekenissen kan hebben wordt duidelijk dat het begrip steeds meer eenabstracte functie krijgt.Je weet waar het een beetje over gaat, maar je kunt niet meer uit het begrip alleen alle nuances halen. Die moet je nog concretiseren via andere begrippen en/of ervaringen. Denk aan het begrip pijn die op tig manieren ervaren en omschreven kan worden. Dat betekent dat de betekenis van een begrip deels afhankelijk is van de context. Zoals dat bij voorbeeld onderzocht wordt in de semantiek. (link semiotisch vierkant, Greimar).

Functioneel paradigma
De functionele mens wil begrippen en beelden weer met elkaar in verband brengen en ze op een heldere manier denken.

Systeemdynamiek opereert binnen het domein van het functionele paradigma. Het functionele paradigma herneemt en integreert het mythische en het ontologische paradigma. Het beoogt een synthese tussen beiden.
  • Mythisch paradigma: onmiddellijke verhouding tussen subject en object.
  • Ontologisch paradigma: middellijke verhouding tussen object en subject
  • Functioneel paradigma: synthese van onmiddellijke en middellijke verhouding.
  • Onmiddellijke verhouding: Subject en object vloeien samen en vormen een insluitende eenheid.
  • Middellijke verhouding: subject en object vallen uit elkaar en vormen een uitsluitende tweeheid.
In het functionele paradigma dient de onmiddellijke verhouding tussen subject en object (mythisch paradigma) zich te verhouden tot de middellijke verhouding tussen object en subject (ontologisch paradigma). De ene verhouding verhoudt zich tot de andere verhouding. Bij gevolg staat binnen het functionele paradigma de verhouding als verhouding centraal. Dat wil zeggen dat alles zich tot alles dient te verhouden. Een verhouding karakteriseert zich door een meerledige/delige structuur. (2 - 3 - 4- meerledige/delige verhoudingen). Link naar uitleg. Evt link naar de 3 paradigma’s (dia gram en presentatie christel)

Gebruiken we hierboven bij  het bergip verhouding of is wisselwerking, samenhang, in een aantal gevallen passender???

Systeemdynamiek wil de wisselwerking tussen subject en object, tussen waarnemer en waargenomene, tussen waarnemend systeem en waar te nemen systeem aan de orde stellen in een structureel herleidbaar verband. Systeemdynamiek wil en kan de onderlinge verwevenheid van gegeven wisselwerkingen zodanig aan de orde stellen dat ze rationeel denkbaar kan worden in en vanuit een functioneel paradigma: een synthese tussen mythos en logos.
  • Mythos:
  • Logos:



Web en matrix.


Het veld van assen kun je verder door trekken, denken en weven. Het wordt 1 groot veld van web en matrix.

Matrix en web zijn van elkaar te onderscheiden maar niet te scheiden. Ze behoren beide tot het zelfde netwerk.

Een netwerk bestaande uit vele coordinaten met onderlinge wisselwerkingen, verbanden, verhoudingen, raak-vlakken. Waarin we ons binnen systeem dynamiek beperken tot enkele coordinaten (bronpunten) met hun vele wisselwerkingen maar ook beperkte contouren, assen en resonanties.

Het weefsel als kosmisch netwerk dat weeft en leeft.

Netwerken kenmerken zich door het feit dat ze zichzelf organiseren door middel van een vormende kracht die werkzaam is in het te vormen netwerk, ze zijn zelforganiserend.


Weven betekent in het Sanskriet tantra, tantra wil zoveel zeggen als weven en verwijst naar de onderlinge verwevenheid van gegeven coördinaten, verbanden, verhoudingen en raakvlakken.

Buitenwereld en binnenwereld, bovenwereld en onderwereld zijn slechts vier zijden van hetzelfde weefsel waarin de draden van alle krachten en machten, van alle posities en betrekkingen verweven zijn in een deelbare matrix en een ondeelbaar web van eindige en eindeloze, elkaar wederkerig bepalende processen en inhouden.

Richten we onze aandacht op contouren. Dan krijgt een web een ondeelbaar karakter  en een matrix een deelbaar karakter:

  • Ondeelbaar web, statische kruis gerelateerd aan en-en verbanden (inhouden en betrekkingen).
  • Deelbare matrix, het dynamische kruis gerelateerd aan of-of verbanden (processen en posities).
  • Het ondeelbare relateren we aan statiek
  • Het deelbare relateren we aan dynamiek

Richten we onze aandacht op een veld dan:

  • Relateren we een tijdruimte veld aan dynamiek (processen en inhouden)
  • Relateren we een ruimtetijd veld aan statiek (posities en betrekkingen)

Het ondeelbare web (van statische kruizen) verhoudt zich tot een tijdruimte veld, een dynamisch veld.
Het deelbare Matrix (van dynamische kruizen) verhoudt zich tot een ruimtetijd veld, een statisch veld

  • Het ondeelbare kent een subject betrokken karakter. Het web en een tijdruimte veld kent een subject betrokken karakter meer ordenend (functioneel mythisch).
  • Het deelbare kent een object betrokken karakter. De matrix en een ruimtetijd veld kent een object betrokken karakter meer structurerend (functioneel ontologisch).

Het kosmische  netwerk  kan vergeleken worden met het relativistische web (volgens sommige filosofieën aangaande de moderne fysica), waarin subject en object in functie van elkaar staan als relatieve grootheden die zich tot elkaar dienen te verhouden omwille van de harmonie. Want wie veroorzaakt wat en wat veroorzaakt wie, subject en object zijn binnen het functionele paradigma zowel onmiddellijk als bemiddeld.

Richten we onze aandacht op  verhoudingen (assen) dan zien we nog een wisselwerking,

Ter herinnering:

De dynamiek tussen Zelf-functie (subject betrokken) en Ik-functie (object betrokken)  relateren we aan het statische kruis. Zonder de aanwezigheid van deze twee functies is er geen functioneel denkraam om te kunnen subjectiveren en/of te kunnen objectiveren.  

Het statische kruis beeldt een gelijktijdig verband, in dit voorbeeld tussen 2 dynamische persoonsfuncties, de Zelf functie en de Ik functie. De één kan niet zonder de ander. Ze staan in een en-en verband.

In het statische kruis lezen we hier ook het ondeelbare.

De dynamiek tussen Wordings-functie (object betrokken)  en Zijns-functie (subject betrokken) relateren we aan het dynamische kruis. Zonder de aanwezigheid van deze twee functies is er geen functioneel werkraam om zowel verandering (wording) als durendheid (zijn) van elkaar te kunnen onderscheiden als met elkaar te kunnen verbinden. 

Zijn heft het worden op en worden heft het zijn op. Als alles is, kan niks worden. Als alles wordt, kan niks blijvend zijn.
Dit geeft de mogelijkheid om zijn en worden van elkaar te scheiden.
Ze staan in een  of-of verband.

In het dynamische kruis lezen we hier ook het deelbare.

Maar ook kunnen we in het statische kruis het deelbare lezen en in het dynamische kruis het ondeelbare.

Een web met een sprong karakter (een specifieke tijd en ruimte) en
een matrix met een doorlopend karakter (algemene tijd en ruimte):

Impuls as en plaats as (statisch kruis) beide met een 'sprong' karakter zijn gerelateerd aan een web.
Polaire as en duale as (dynamisch kruis) beide met een 'doorlopend' karakter zijn gerelateerd aan een Matrix.

Het web met een 'sprong' karakter krijgt iets deelbaars.
De matrix met een 'doorlopend' karakter krijgt iets ondeelbaars.

Zowel in een matrix als in een web doet zich een werkelijkheid voor waarin alles onderling verbonden is binnen een netwerk en of raamwerk. Dien tengevolge is het dan ook van groot belang om een gepast systeem dynamisch denkraam te ontwikkelen waarin web-denken en matrix-denken met elkaar verbonden kunnen worden, subject betrokken denken en object betrokken denken.

Een web doet ons een matrix zien en een matrix doet ons een web zien. Met een continue mogelijke wisselwerking tussen beide. Om deze verschillende wisselwerkingen aan het licht te brengen maken we een onderscheid maar een werkelijke scheiding is er niet.



(?nu de contouren en de assen een interessante relatie hebben tussen het statische en dynamische kruis)
positie en betrekking tot een statisch kruis (sprong karakter)
inhoud en proces tot een dynamisch kruis (doorlopend karakter)
kunnen we hier boven nog wel zo weergeven?) 
Ja, waneer je verbanden over de verhoudingen plaatst dan zie je een wisselwerking deze is wel sec. Deze wisselwerking sluit weer aan op sprong en doorlopend van de assen.




Web

De diagonalen verhouden zich tot elkaar in een web. Dit kun je verbeelden in een als maar doorlopend weefsel van diagonale impuls assen en plaats assen. Het weefsel als kosmisch web dat weeft en leeft. De impuls en plaats assen, die een statisch kruis vormen, weven met elkaar een dynamisch veld.

Richten we onze aandacht op contouren:
  • Ondeelbaar web, statische kruis gerelateerd aan en-en verbanden (inhouden en betrekkingen). De en-en verbanden vormen een 4 kant.
  • Het ondeelbare relateren we aan statiek.

Richten we onze aandacht op een veld dan:

  • Relateren we een tijdruimte veld aan dynamiek (processen en inhouden)
  • Het ondeelbare web (van statische kruizen) verhoudt zich tot een tijdruimte veld, een dynamisch veld. Waarin de tijd primair is aan de ruimte. Het web verbindt 4 bronpunten in een dynamisch veld, ze vormen een ruit.

Het ondeelbare kent een subject betrokken karakter. Het web en een tijdruimte veld kent een subject betrokken karakter en is meer ordenend (functioneel mythisch).

Bij de mythische mens is zo wel het subject als het object een 'wie'.

Mythisch paradigma: onmiddellijke verhouding tussen subject en object.

Onmiddellijke verhouding: Subject en object vloeien samen en vormen een insluitende eenheid (en-en).

De impuls as (subject betrokken) en de plaats as (object betrokken) staan in een en-en verband (statisch kruis).

Voor de mythische mens is het web, het dynamische veld en de tijd primair.

Bij de mythische mens vormt ‘de  tijd als een tegelijkertijd ’en ‘de ruimte als een na-elkaar’ een belangrijk gegeven in hun wereld benadering.

De verbondenheid die de impuls as beeldt, is een tijds gerelateerde 'lid' van een subject betrokken benadering.

Ongeacht de afstand tussen het een en het ander, tussen jou en het andere, of wanneer je iets doet, denkt, voelt, wilt; alles heeft direct invloed op de wereld en visa versa. Je draagt dan een verantwoordelijkheid over hoe (en wat) je doet, denkt, voelt, en wilt. Er is een continue betrekking tussen de mythische mens en zijn omgeving. 

De gescheidenheid die de plaats as brengt is een ruimte gerelateerd 'deel' van een object betrokken benadering. Deze object betrokken benadering is secundair (komt op de tweede plaats)  aan de subject betrokken benadering. Waar een object staat, een gebouw, een beeld, een altaar kan niet zomaar op elke positie komen te staan. Religieuze overtuigingen bepalen of iets hier of daar dient plaatst te vinden.


In het mythisch beeld van het kosmische web wordt de  werkelijkheid op een simplexe wijze in beeld gebracht, als een netwerk van onderling verweven dynamieken.  De mythische  mens wil  leren lezen wat er aan wil leeft in de werkelijkheid, zowel tussen subjecten onderling als tussen objecten onderling, als wel specifiek tussen subject en object onderling. Door deze wil te leren verstaan, kan ze ook geleefd en gerealiseerd worden als een levend wevend web.
Met het willen komt zicht op 'wie is'  de werkelijkheid en wat vraagt de werkelijkheid van mij om als subject in een harmonieuze verbinding te kunnen leven. Een werkelijkheid waarin het subject het primaat heeft, vandaar de term subject betrokken.



Teken, afbeelding, gram, symbool.

Matrix


De horizontale en verticale assen verhouden zich tot elkaar in een matrix. Dit kun je verbeelden als een als maar doorlopend patroon van polaire assen (en-en) en duale assen (of-of). De polaire en duale as, die samen komen in een dynamisch kruis, vormen een statisch veld.


Richten we onze aandacht op contouren:
  • Deelbare matrix, het dynamische kruis gerelateerd aan of-of verbanden (processen en posities). De of-of verbanden vormen een ruit.
  • Het deelbare relateren we aan dynamiek.

Richten we onze aandacht op een veld dan:

  • Relateren we een ruimtetijd veld aan statiek (posities en betrekkingen)
  • Het deelbare Matrix (van dynamische kruizen) verhoudt zich tot een ruimtetijd veld, een statisch veld. Waarin de ruimte primair is aan de tijd. De matrix verbind 4 bronpunten in een statisch veld ze vormen een vierkant.

Het deelbare kent een object betrokken karakter. De matrix en een ruimtetijd veld kent een object betrokken karakter meer structurerend (functioneel ontologisch).

Bij de ontologische mens is zowel het object als het subject een 'wat'.

Ontologisch paradigma: middellijke verhouding tussen object en subject.

Middellijke verhouding: subject en object vallen uit elkaar en vormen een uitsluitende tweeheid. (of-of)

De duale as (object betrokken) en de polaire as (subject betrokken) staan in een of-of verband (dynamisch kruis).

Bij de ontologische mens vormt ‘de tijd als een na-elkaar’ en ‘de ruimte als een tegelijkertijd’ een belangrijk gegeven in hun wereld benadering.

De gescheidenheid die de duale as beeldt, is een tijd gerelateerd 'deel' van een object betrokken benadering.

Het object vraagt om een gescheidenheid, het object dient los van mij te staan.. Wat ik (als subject) wil, voel en denk mag geen invloed hebben op het object. Het object is onderhevig aan processen; hoe een object eerst dit en dan dat kan worden, staat los van mij als subject. De ontologische  benadering gaat uit van een na-elkaar in de tijd. Als er 'dit' gebeurt dan gebeurt er 'dat', telkens weer. 

De verbondenheid die de polaire as beeldt, is een ruimte gerelateerd 'lid' van een subject betrokken benadering.
Deze subject betrokken benadering is secundair (komt op de tweede plaats)  aan de object betrokken benadering.
Het subject bepaalt de inhoud, een inhoud die zowel wie of wat kan zijn. Deze inhoud kan wel bedacht en berekend worden door het subject, maar uiteindelijk dient het subject zich te onderwerpen aan de objectieve werkelijkheid.


Door het ontologische begrip van de matrix wordt de werkelijkheid betreffende haar complexe dynamieken begrijpelijk gemaakt.  De matrix als een netwerk van onderling te onder/scheiden dynamieken, je moet onderzoeken 'wat bepaalt wat'.
De ontologische mens denkt de werkelijkheid te kunnen begrijpen  door haar te denken en te berekenen  op basis van uit te zetten coördinaten in tijd en ruimte. Daar door is hij instaat om middels de onderzochte werkelijkheid nieuwe relaties uit te denken waar door er een nieuwe werkelijkheid kan ontstaan. Objecten worden uit elkaar gehaald om op een andere wijze te worden samengevoegd. 
Met het denken komt zicht op 'wat is' en waaraan het subject zich heeft te houden, wil het zich kunnen invoegen in een uitgedachte werkelijkheid waarin het object het primaat heeft, vandaar de term object betrokken.


Functioneel netwerk
Bij de functionele mens staat het statische kruis niet los van het dynamische kruis. De mythische en de ontologische benadering komen te samen in een functionele benadering waarbij het web en de matrix samenkomen in een systeem dynamisch te onderzoeken netwerk.
Dynamiek en statiek behoren niet tot het ene of het andere maar verhouden zich als een en-en verband. We kunnen ze wel onderscheide.  Een dynagram verhoudt zich meer tot een dynamisch veld en een diagram verhoudt zich meer tot een statisch veld. Zowel de één als de ander verhouden zich tot tijd en ruimte, dynamisch en statisch kruis,
web en matrix..

Bij de mythische mens is zo wel het subject als het object een 'wie'
Bij de ontologische mens is zowel het object als het subject een 'wat'

Bij de functionele mens wordt zowel het subject als het object als een wat en als een wie verstaan. Zowel het wie als het wat zijn bepalend, zij vormen met elkaar processen en inhouden, posities en betrekkingen. In ruimte en in tijd zijn ze zowel tegelijkertijd als na elkaar. Ze staan zowel in een onmiddelijke als een middelijke verhouding tot elkaar. Ze vormen zowel een insluitende eenheid als een uitsluitende tweeheid.


Subject betrokken en object betrokken leggen we verder uit bij de  bouwpatronen dynagram en diagram

Verbanden en contouren (processen en inhouden, posities en betrekkingen) leggen we in het aankomende hoofdstuk 'verbanden en contouren' verder uit.






Verbanden en de contouren


Algemeen, Verbanden en de contouren 

(tussen coördinaten en bronpunten).


Verband, is een dynamiek tussen het ene en het andere. Mogelijk tussen 2 of meerdere coördinaten. Dit verband kan aan ruimte of tijd gerelateerd worden.  Een verband in de tijd (configuratie, is een ordening in de tijd) of een verband in de ruimte (compositie, is een structuur in de ruimte).

Een verhouding is een verbijzondering van een verband. Een verband kan leiden tot een verhouding, in dier voege is het verband meer algemeen en de verhouding meer bijzonder.

Cruciale verbanden

De bronpunten staan in relatie tot de cruciale verbanden, die we contouren noemen.

We spreken over 4 contouren:
  • Proces, met een tijd verband en een of-of verband.
  • Inhoud, met een ruimte verband en een en-en verband.
  • Positie, met een ruimte verband en een of-of verband.
  • Betrekking, met een tijd verband en een en-en verband.
Tijd en ruimte:
  • Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)
  • Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een dynamische tijd structureren.(structuur: moet hetzelfde blijven)


Tijd en ruimte spelen de belangrijkste rol in  het verdelen van de contouren of in een tijdruimte veld of in een ruimtetijd veld.

  • In een tijdruimte veld is de tijd primair, proces en inhoud. We spreken over processen en inhouden in een tijdruimte. In een tijdruimte (dynagram) is de tijd primair (de ruimte ontstaat hier uit de dynamiek van de tijd).
  • In een ruimteveld is de ruimte primair, positie en betrekking. We spreken over posities en betrekkingen in een ruimtetijd. In een ruimtetijd (diagram) is de ruimte primair (de tijd ontstaat hier uit de dynamiek van de ruimte).

Bij de contouren spelen tijd en ruimte verbanden een belangrijke rol in de wisselwerking tussen kwaliteit en kwantiteit.

  • De tijd heeft in het verband een meer kwalitatief karakter
  • De ruimte heeft in het verband een meer kwantitatief karakter

Bij de contouren reguleren de wisselwerkingen van 'tijd/ruimte' en de wisselwerkingen 'ledig/delig', ordening en structuur.

De wisselwerking tussen tijd en ruimte verbanden zorgt voor de ordening van de contouren.
De wisselwerking tussen ledige en delige verbanden zorgt voor de structuur van de contouren.
.

  • 4 ledige (en-en) verband situeren we in het verlengde van het statische kruis (2 diagonale assen)
  • 4 delige (of-of) verband situeren we in het verlengde van het dynamische kruis (horizontale en verticale as)


De ordening van de contouren zorgt voor de ordening van het grondpatroon.

  • Contouren  en resonanties  zorgen voor mogelijke ordening van het grondpatroon
  • Contouren en resonanties zijn fluctuerend rond een bewegelijke lijn, homeorhese

Bij de contouren ligt de nadruk meer op ordening.


Ook de contouren verhouden zich tot configuratie en compositie.

  • Proces en betrekking verhouden zich meer tot tijd (configuratie)
  • Positie en inhouden verhouden zich meer tot ruimte (compositie)

Contouren en bronpunten zijn meer aantoonbaar dan de assen en resonanties.


Statisch kruis en dynamisch kruis in ledige en delige verbanden

Niet alleen de assen kunnen we uitwerken in ledige en/of delige verhouding en tijd en/of ruimte verhoudingen. Ook verbanden tussen de coördinaten kunnen we dus danig uitwerken we spreken dan van ledige en/of delige verbanden en een tijd en/of ruimte verbanden.

Deel staat voor een scheidbaar onderdeel (mechaniek) en lid voor een onscheidbaar medelid (organiek).
Organiek:
Mechaniek:

Een verband is mogelijk als een na elkaar (of-of) en als een tegelijkertijd (en en) en een combi van beiden.
In een of-of verband komt het ene na het andere. In een en-en verband is het ene en het andere tegelijkertijd aanwezig.



Niet alleen de assen maar ook de contouren tussen de bronpunten maken een dynamisch kruis dynamischer en een statisch kruis statischer. Een of-of verband is dynamischer dan een en-en verband.

Een statisch kruis kent een en-en verband. Een meer mythisch karakter.
Een  dynamisch kruis kent een of-of verband. Een meer ontologisch karakter.




In elke gram mogen we spreken we van een statisch veld en een dynamische veld en een dynamisch kruis en een statisch kruis.

Tijdruimte in relatie tot ledige, delige, tijd en/of ruimte verbanden


We spreken over processen en inhouden in een tijdruimte. In een tijdruimte (dynagram) is de tijd primair (de ruimte ontstaat hier uit de dynamiek van de tijd).

  • Proces, met een tijd verband en een of-of verband.
  • Inhoud, met een ruimte verband en een en-en verband.

In een tijdruimte verhoudt de tijd zich tot een of-of verband.
in een tijdruimte verhoudt de ruimte zich tot een en-en verband.


Ruimtetijd in relatie tot ledige, delige, tijd en/of ruimte verbanden

We spreken over posities en betrekkingen in een ruimtetijd. In een ruimtetijd (diagram) is de ruimte primair (de tijd ontstaat hier uit de dynamiek van de ruimte).
  • Positie, met een ruimte verband en een of-of verband.
  • Betrekking, met een tijd verband en een en-en verband.
In een ruimtetijd verhoudt de tijd zich tot een -en-en verband.
In een ruimtetijd verhoudt de ruimte zich tot een of-of verband.






Een tijdruimte veld met een of-of verband aan het verlengde van het dynamische kruis, is dynamischer dan een ruimtetijd veld met een of-of verband aan het verlengde van het dynamische kruis, die dan statischer wordt door zijn relatie met ruimte.

Binnen de verbanden vormen de en-en en of-of relatie een combi. We spreken van een wederkerig wisselwerking wanneer het ene (of-of) niet zonder het andere (en-en) kan. In een of-of verband komt het ene na het andere. In een en-en verband is het ene en het andere tegelijkertijd aanwezig. Wanneer beide verbanden met elkaar in functie treden spreken we van een wederkerige dynamiek.



Contouren in een tijdruimte en ruimtetijd.

Tijd en ruimte verbanden in een tijdruimte en ruimtetijd



In een tijdruimte en ruimtetijd staan de verbanden in een wederkerige dynamiek.

Bronpunten (cruciale coördinaten) hebben een vaste plek in relatie tot elkaar (d.m.v de assen) en een variabele plek in relatie tot ruimte (diagram) en tijd (dynagram). Deze variabele plek  kan een cruciale verband (positie, betrekking, inhoud of proces) weergeven van de bronpunten in het grondpatroon.  Afhankelijk van de ingevoegde en te onderzoeken data kunnen plekken en functies in een gram variëren.

Tijd en/of ruimte kunnen verdeeld worden over  8(9) bronpunten. Deze bronpunten zijn te verdelen tussen systeem dynamisch cruciale verbanden:

  • tijd gerelateerde verbonden coördinaten  (processen en betrekkingen) 
  • ruimte gerelateerde verbonden coördinaten  (posities en inhouden). 


In 1 systeem dynamisch veld zijn er 4 door ruimte verbonden bronpunten en 4 door tijd verbonden bronpunten. Alle tijd en ruimte  verbonden bronpunt hebben een centrale bronpunt.

Naar gelang een verdere specificatie kunnen we deels spreken van posities en betrekkingen (in het diagram) en deels van inhouden en processen (in het dynagram), beiden respectievelijk ruimte en tijd gerelateerd. Hierbij aangetekend dat in het dynagram het proces primair is en de inhoud secundair, in het diagram is de positie primair en de betrekking secundair, feitelijk afgeleid vanuit het verband tussen meerdere coördinaten .


 
Tijdruimte

In een tijdruimte (dynagram) staan 4 door tijd verbonden coördinaten in het verlengde van een dynamisch kruis en 4 door ruimte verbonden coördinaten in het verlengde van een statisch kruis.
Op deze 8 coördinaten met een 9de midden zetelen 8 bronpunten in een tijdruimte verhouding. Het 9de midden valt hier samen met de spil functie van de tijdruimte.

In een tijdruimte vormt de tijd de ruimte.





Ruimtetijd


In een ruimtetijd (diagram) staan 4  door ruimte verbonden coördinaten in het verlengde van een dynamisch kruis en 4 door  tijd verbonden coördinaten in het verlengde van een statisch kruis. Op deze 8 coördinaten met een 9de midden zetelen 8 bronpunten in een ruimtetijd verhouding. Het 9de midden valt hier samen met de spil functie van de ruimtetijd.

In een ruimtetijd vormt de ruimte de tijd.







Contouren in een tijdruimte en ruimtetijd.

De bronpunten staan in relatie tot de cruciale verbanden, die we contouren noemen.

We spreken over 4 contouren:

  • Proces, met een tijd verband en een of-of verband.
  • Inhoud, met een ruimte verband en een en-en verband.
  • Positie, met een ruimte verband en een of-of verband.
  • Betrekking, met een tijd verband en een en-en verband.


Tijdruimte, processen en inhouden
Van uit een functioneel mythische visie staat het proces primair.

We preken over processen en inhouden in een tijdruimte. In een tijdruimte (dynagram) is de tijd primair (de ruimte ontstaat hier uit de dynamiek van de tijd). Van uit een functioneel mythische visie staat het proces primair.

  • Processen zijn tijd gerelateerd.
  • Processen hebben een tijd verband en een of-of verband.
  • Processen zijn subject betrokken
  • Een proces voltrekt zich met een mate van zekerheid door een tijdscontinuüm.
  • Een proces loopt met een mate van zekerheid door een tijdscontinuüm.

Het proces vormt de inhoud waardoor de ruimte ontstaat.

  • Inhouden zijn ruimte gerelateerd.
  • Inhouden, heeft een ruimte verband en een en-en verband.
  • Inhouden, zijn object betrokken
  • Een inhoud betrekt met een mate van zekerheid een ruimte discontinuüm.
  • Een inhoud staat met een mate van zekerheid in een ruimte discontinuum.

De ruimte ontstaat hier uit de dynamiek van de tijd.

  • De stroming vormt een bedding voor het water.
Processen en inhouden vormen een samenhangend geheel, in deze een dynagram, gekenmerkt door een statisch kruis in een dynamisch veld.

  • een proces beeldt een heel kwadrant.
  • een inhoud beeldt een heel punt

Mythische denkwijze, proces primair:
  • Begint bij het bepalen van proces, in welke beweging dan ook, wat in principe vooraf gaat aan het bepalen van inhouden (vorm).
  • Denkend van uit een tijd perspectief, waardoor wordt geordend.
  • Verhoudt zich tot een dynagram.


Ruimtetijd, posities en betrekkingen
Van uit een functioneel ontologische visie staat de positie primair.


We spreken over posities en betrekkingen in een ruimtetijd. In een ruimtetijd (diagram) is de ruimte primair (de tijd ontstaat hier uit de dynamiek van de ruimte).
  • Posities zijn ruimte gerelateerd.
  • Posities hebben een ruimteverband en een of-of verband.
  • Posities zijn object betrokken.
  • Een positie bestaat met een mate van waarschijnlijkheid op een bepaalde plaats in de ruimte, in een ruimte discontinuum.
De onderlinge posities vormen een betrekking waardoor de tijd ontstaat.
  • Betrekkingen zijn tijd gerelateerd.
  • Betrekkingen hebben een tijds verband en een en-en verband.
  • Betrekkingen zijn subjectbetrokken.
  • Een betrekking voltrekt zich met een mate van waarschijnlijkheid op een bepaald moment in de tijd, door een tijds continuüm.
De tijd ontstaat hier uit de dynamiek van de ruimte.
  • De bedding vervormt de stroming van het water.
Posities en betrekkingen vormen een onsamenhangend geheel, in deze een diagram, gekenmerkt door een dynamisch kruis in een statisch veld.
  • een positie beeldt een heel punt
  • een betrekking beeldt een heel kwadrant

Ontologische denkwijze, positie primair
  • begint bij het bepalen van posities, in welke vorm dan ook, wat in principe vooraf gaat aan het bepalen van betrekkingen (beweging).
  • Denkende van uit een ruimte perspectief, waarin wordt gestructureerd.
  • Verhoudt zich tot een diagram.



Statisch en dynamisch gerelateerd aan ruimte en tijd


Statisch en dynamisch veld gerelateerd aan de tijd.



  • Een dynamisch veld verhoudt zich met haar processen tot de tijd.
  • Processen in de tijd vormen met elkaar een recursief verband, weer gegeven in een ruit. Een recursief verband brengt processen in een cyclische dynamiek (na elkaar).
  • Een statisch veld verhoudt zich met zijn betrekkingen tot de tijd.
  • Betrekkingen in de tijd vormen met elkaar een discursief verband, weer gegeven in een vierkant. Een discursief verband houdt betrekkingen in een cyclische statiek (tegelijkertijd).

Statisch en dynamisch kruis aan de ruimte gerelateerd.


  • Een statisch kruis verhoudt zich met haar inhouden tot de ruimte.
  • Inhouden in de ruimte vormen met elkaar een statisch verband. Bijvoorbeeld, de straten in een stad vormen een statisch verband.
  • Een dynamisch kruis verhoudt zich met zijn posities tot de ruimte.
  • Posities in de ruimte vormen met elkaar een dynamisch verband. Bijvoorbeeld, je kunt van straat x naar straat y wandelen.

Processen en inhouden vormen een 'samenhangend geheel'
(gedachte gang), in deze een dynagram, gekenmerkt door een statisch kruis in een dynamisch veld. 

Posities en betrekkingen vormen een 'onsamenhangend geheel'
(geeft te denken), in deze een diagram, gekenmerkt door een dynamisch kruis in een statisch veld. 

Beide grammetjes vormen een visueel model van mogelijke waarschijnlijkheidspatronen in respectievelijk een relatieve ruimtetijd / diagram en of een relatieve tijdruimte / dynagram.



Assen en contouren aan elkaar relateren

De assen en contouren zijn onderlingen relaties tussen tijd/ruimte en ledige/delige wisselwerkingen.

Tijd en ruimte primair.

Alle mogelijke verbanden en verhoudingen zijn tijd en/of ruimte gerelateerd en in wisselwerking met ledig en delig.

Ter herinnering:
Bij de assen spelen de ledige en delige verhoudingen een belangrijke rol in de wisselwerking tussen kwaliteit en kwantiteit.
  • Het ledige heeft in de verhouding een meer kwalitatief karakter. In 'kwaliteit' speelt de verbindende factor van de leden een rol.
  • Het delige heeft in de verhouding een meer kwantitatief karakter. In 'kwantiteit' speelt de scheidende factor van de delen een rol

Bij de contouren spelen tijd en ruimte verbanden een belangrijke rol in de wisselwerking tussen kwaliteit en kwantiteit.

  • De tijd heeft in het verband een meer kwalitatief karakter
  • De ruimte heeft in het verband een meer kwantitatief karakter

Systeem dynamisch cruciale verhoudingen (assen) samenbrengen met systeem dynamisch cruciale verbanden (contouren).

Tijd primair in tijdruimte veld.

Van uit een functioneel mythische visie is het proces primair en het proces krijgt vorm in de tijd. Deze processen verhouden zich tot elkaar in een dynamisch veld (web). Deze 4 processen in een dynamisch veld verhouden zich tot een statisch kruis met 4 inhouden.

4 processen:
  • 2 processen verhouden zich tot elkaar in een polaire dynamiek (en-en)
  • 2 processen verhouden zich tot elkaar in een  duale dynamiek (of-of).
4 inhouden:
  • 2 inhouden kunnen elkaar tegelijkertijd impulseren (en-en)
  • 2 inhouden kunnen op de ene of andere plaats bevinden (of-of).
Wanneer je de ruimte en tijd van de assen en ruimte en tijd van de coördinaten met elkaar verbind hebben de duale as en plaats as een interessante verhouding.
  • 2 processen (tijd) hebben een duale verhouding (tijd)
  • 2 inhouden (ruimte,) hebben een plaats verhouding (ruimte)
De duale en plaats as worden gekenmerkt door een na elkaar (of-of verhouding).
Het functioneel mythische veld krijgt door dit na elkaar een meer ontologisch karakter.

Een statisch kruis heeft een 'tegelijkertijd' verband (en-en), een meer mythisch karakter.
In een tijdruimte (functioneel mythisch veld) staan 2 processen en 2 inhouden in een 'na elkaar' verhouding en krijgt door dit 'na elkaar' een meer ontologisch karakter.




Ruimte primair in ruimtetijd veld

Van uit een functioneel ontologische visie is de positie primair en deze posities vormen de ruimte. Deze posities verhouden zich tot elkaar in dynamisch kruis. Deze 4 posities op het dynamische kruis verhouden zich tot een statisch veld (matrix) met 4 betrekkingen.

4 posities:
  • 2 posities verhouden zich tot elkaar in een polaire dynamiek (en-en)
  • 2 posities verhouden zich tot elkaar in een duale dynamiek (of-of).



4 betrekkingen:
  • 2 betrekkingen kunnen elkaar tegelijkertijd impulseren(en-en)
  • 2 betrekkingen kunnen op de ene of andere plaats bevinden (of-of).
Wanneer je de ruimte en tijd van de assen en ruimte en tijd van de coördinaten met elkaar verbind hebben de polaire as en impuls as een interessante verhouding.
  • 2 posities (ruimte) hebben een polaire verhouding (ruimte)
  • 2 betrekkingen (tijd) hebben een impuls verhouding (tijd)
De polaire as en de impuls as worden gekenmerkt door een tegelijkertijd (en-en verhouding).
Het functioneel ontologische veld krijgt door dit tegelijkertijd een meer mythisch karakter.

Een dynamisch kruis heeft een 'na-elkaar' verband (of-of), een meer ontologisch karakter.
In een ruimtetijd (functioneel ontologisch veld) staan 2 posities en 2 betrekkingen in een 'tegelijkertijd' verhouding en krijgt door dit 'tegelijkertijd' een meer mythisch karakter. 
 



Mythische ordening en ontologische structuur.



  • Processen en betrekkingen verhouden zich tot de tijd.
  • Inhouden en betrekkingen verhouden zich tot een ledig includerend verband  (vanwege hun en-en relatie).
  • Posities en inhouden verhouden zich tot de ruimte.
  • Processen en posities verhouden zich tot een delig excluderend verband (vanwege hun of-of relatie).
  • Inhoud en betrekking verhouden zich tot elkaar in een statische ordening (functioneel mythisch).
  • 4 inhouden verhouden zich tot 4 betrekkingen. 2 inhouden en 2 betrekkingen staan op het verlengde van de impuls as en 2 inhouden en 2 betrekkingen staan op het verlengde van de plaats as.
  • Proces en positie verhouden zich tot elkaar in een dynamische structuur (funtioneel ontologisch).
  • 4 processen verhouden zich tot 4 posities. 2 processen en 2 posities staan in het verlengde van de duale as en 2 processen en 2 posities staan op het verlengde van de polaire as.

De 4 assen en de 8 coördinaten vormen te samen een functioneel patroon waarin positie, betrekking, proces en inhoud ieder op zich naar gelang de te onderzoeken data ieder afzonderlijk of in samenhang met ieder ander kunnen oplichten.

De contouren over de assen heen plaatsen


De continue wisselwerking tussen functioneel mythische ordening en functioneel ontologische structuur, tussen het ene en het andere, vinden we ook verder in de relatie tussen de assen en de contouren.

Een verhouding is een verbijzondering van een verband. Een verband kan leiden tot een verhouding, in dier voege is het verband meer algemeen en de verhouding meer bijzonder.

Wanneer we de contouren over de assen heen plaatsen:


  • Tijd in of-of: 'duale as verhouding' en een 'proces verband'.

We kunnen een relatie zien tussen 'de verhouding van de duale as' en één van de 'contouren' (verbanden). De duale as en 'proces' (als contour), hebben beide een relatie met tijd en zijn beide delig. De duale as heeft een of-of verhouding in de tijd en een 'proces' heeft een of-of verband in de tijd.

  • Ruimte in en-en: 'polaire as verhouding' en een 'inhoud verband'.

We kunnen een relatie zien tussen 'de verhouding van de polaire  as' en één van de 'contouren' (verbanden). De polaire as en 'inhoud' (als contour), hebben beide een relatie met ruimte en zijn beide ledig. De polaire as heeft een en-en verhouding in de ruimte  en een 'inhoud' heeft een en-en verband in de ruimte.

  • Tijd in en-en: 'Impuls as verhouding' en een 'betrekking verband'.
We kunnen een relatie zien tussen 'de verhouding van de impuls as' en één van de 'contouren' (verbanden). De impuls as en 'betrekking' (als contour), hebben beide een relatie met tijd en zijn beide ledig. De impuls as heeft een en-en verhouding in de tijd  en een betrekking heeft een en-en verband in de tijd.
  • Ruimte in of-of: 'Plaats as verhouding' en een 'positie verband'.

We kunnen een relatie zien tussen 'de verhouding van de plaats as' en één van de 'contouren' (verbanden). De plaats as en 'positie' (als  contour), hebben beide een relatie met ruimte en zijn beide delig. De plaats as heeft een of-of verhouding in de ruimte  en een 'positie' heeft een of-of verband in de ruimte.

Combineren we dat met 4 aspecten van de persoonlijkheid kunnen we het volgende formuleren:

  • Proces heeft en Wordings tendens en de Wordings-functie heeft een tendens om processen te vormen.
  • Inhoud heeft een Zijns tendens en de Zijns-functie heeft een tendens om inhouden te vormen
  • Positie heeft een Ik tendens en de Ik-functie heeft een tendens om te positioneren
  • Betrekking heeft een Zelf tendens en de Zelf-functie heeft een tendens om te betrekken


Wanneer we de verbanden over de assen plaatsen zien we overeenkomsten tussen de assen en de verbanden maar er zijn ook verschillen:

Meer kosmo-morf?:

  • Proces (subject betrokken) met een tijds continuum  staat in relatie tot een Wordings tendens (object betrokken) met een tijds discontinuum (doorlopend karakter, duale as)
  • Inhoud (object betrokken) met een ruimte discontinuum staat in relatie tot een Zijns (subject betrokken) tendens met een ruimte continuum (doorlopend karakter, polaire as)

Meer antropomorf?

  • Positie (object betrokken) met ruimte discontinuum staat in relatie tot een Ik (object betrokken) tendens met een ruimte discontinuum (sprong karakter plaats as)
  • Betrekking (subject betrokken) met een tijds continuum  staat in relatie tot een Zelf (subject betrokken) tendens met een tijd continuum (sprong karakter impuls as)

Bij de contouren zijn de ruimte en tijd verbanden bepalender dan de ledige en delige verbanden. De contouren worden gefixeerd door tijd en ruimte.
Bij de assen zijn de ledige en delige verhoudingen bepalender dan de ruimte en tijd verhoudingen. De assen worden gefixeerd door ledige en delige.


Wisselwerking tussen functioneel mythisch en functioneel ontologisch

  • het dynamische kruis (meer ontologisch door of-of verband) verhoudt zich tot proces en inhoud (meer mythisch aangezien de tijd hier primair is)
  • het statische kruis (meer mythisch door en-en verband) verhoudt zich tot positie en betrekking (meer ontologisch aangezien de ruimte hier primair is)


Alternatieve verbanden

In een gram kunnen alternatieve coördinaten in een mogelijke alternatieve verband gebracht worden. Toch blijven deze alternatieve verbanden in relatie tot de contouren staan.

Bijvoorbeeld. In deze 'casus gram' (link) staan alle 12 maanden (inhouden) in een jaarloop (proces). Dit proces wordt gekoppeld aan 'de maanden waarin de dagen korter worden' en 'aan de maanden waarin de dagen langer worden'. Het proces is in het grondpatroon aanwezig maar wordt niet in deze 'casus gram' letterlijk benoemd.

Bijvoorbeeld: Dictogram. De volgorde van wanneer wie wat verteld kan 'kriskras' door het veld gaan. Dit verloopt in een alternatief tijdsverband. Die per veld weer kan verschillen.

Bijvoorbeeld: Een bloem vormig alternatief proces: link gram 
 
Onderlinge verbonden en/of gescheidenheid tussen cruciale  configuratieve componenten en alternatieve configuratieve componenten, zijn een fundamenteel kenmerk van systeem dynamiek. Al blijven de alternatieve cc altijd in het bereik en in relatie tot cruciale cc. In elke gram kan er verscheidene wisselwerkingen zichtbaar worden:

bijvoorbeeld:

Cruciale posities en alternatieve betrekkingen en cruciale betrekkingen en alternatieve posities.

Zo ook cruciale processen en alternatieve inhouden en cruciale inhouden en alternatieve processen.


We kunnen dit ook algemener zien.

De onderlinge verbondenheid en/of gescheidenheid van noodzakelijke structuur en mogelijke ordening en vice versa. En ook noodzakelijke ordening en mogelijke structuur en vice versa, deze paradoxale wisselwerkingen zijn fundamenteel kenmerk van systeem dynamiek en daarmee zijn 'werkelijkheid' ... (eventueel verplaatsen naar inleiding)




Ster verbanden

Een veel voorkomend alternatief verband zijn 3 hoek / 6 ster/ 12 ster verbanden. De begrippen op de punten en lijnen van de ster blijven geordend aan het grondpatroon en een (bij de te onderzoeken data passend) bouwpatroon. Zo zijn er stervormige grammen in een diagram, dynagram, duogram dictogram en hologram mogelijk uit te werken.

Een ster bestaat uit driehoeks verbanden.

  • De begrippen op de 3 punt coördinaten van het 3 hoekverband hebben een overeenkomst. Het geen wat ze met elkaar verbind.
  • In een 6 ster verband staan 2 maal een 3 hoekverband met elkaar in wisselwerking.
  • In een 12 ster verband staan 4 maal een 3 hoeksverband met elkaar in wisselwerking.

Voorbeelden:

Dynagram, Stress, Interne stressor reacties

Diagram, Transforming your organisation

Duogram,

Dictogram, Sophia in Beeld 2013-02-15

Hologram, Holograms

Bijvoorbeeld: Hologram, windroos in relatie tot elementen in kleuren: (Link)

Elementen: Vuur, lucht, water en aarde staan met elkaar in verband.

De 4 wind -streken/-richtingen: oost, zuid, west en noord staan met elkaar in verband.

De 4 in/uitwerkingen:  zuidoost, zuidwest, noordwest en noordoost staan met elkaar in verband.

In het midden op diagram  in een ruimtetijd veld.

In de periferie op dynagram in een tijdruimte veld.

De groene driehoek heeft een verband met oost dynamieken

De roze driehoek heeft een verband met zuid dynamieken

De gele driehoek heeft een verband met west dynamieken

De blauwe driehoek heeft een verband met noord dynamieken



Verbanden in relatie tot de te onderzoeken data

Binnen de gevonden woorden van de te onderzoeken data zoek je naar bepaalde verbanden, die  permanent en semi permanent kunnen zijn. Je zoekt een dynamiek tussen het ene en  het andere(n) woord(en).

In de te onderzoeken data zijn nog vele andere verbanden mogelijk, binnen systeem dynamiek beperken we tot de contouren en alternatieve verbanden. 

Tijdens het onderzoek kun je je afvragen wat het overeenkomstige verband is tussen deze woorden. Bijvoorbeeld,  gaat het hier meer om een tijd verband of meer om een ruimte verband. Binnen systeem dynamiek hanteren we tijd gerelateerde en ruimte gerelateerde verbanden (contouren) maar of bepaalde data zo uitgesplitst kunnen worden hangt mede af van hun eigen aard en/of werkelijkheid.

Een belangrijke vraag die je je kan stellen is: tot welke logische klasse behoren deze woorden?

Met logische klasse bedoelen we bijvoorbeeld:

Lente, zomer, herfst, winter. Ze behoren tot de logische klasse van 4 seizoen. Deze seizoenen hebben een cyclisch tijd verband. Zo volgen elkaar,  na elkaar op, in een specifieke volgorde. Ze zijn of-of in de tijd.

Afhankelijk  je begrippen, de context, referentie kader en de nog verdere te onderzoeken data met hun coördinaten, verhoudingen, verbanden en raak-vlakken. Kan binnen 1 gram en bij meerdere verschillende grammen, dezelfde logische klasse in een ander verband komen te staan.


Onderscheid tussen strak in de regel en speels in de uitwerking.

Link?: Gram Inleiding, opbouw van een systeem dynamisch veld.
Contouren en Resonantie staan in het verlengde van de impuls as. Verbindende(en-en) , tijd verhouding. Meer ordening.
Assen en bronpunten staan in het verlengde van de plaats as. Scheidende (of-of) , ruimte verhouding. Meer structuur.

Dit zien we terug bij gemaakte grammen en te maken grammen. Waar de assen en bronpunten zorgen voor structuur en herhaling en deze in de regel strenger zijn. Zorgen contouren en resonantie voor ordening en verandering en zijn deze meer spelenderwijs uit te werken.

Ter herinnering:
Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken  zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn).

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken    zich in een dynamische tijd structureren.(structuur: moet hetzelfde blijven).


De cruciale verbanden die aan tijd en ruimte gerelateerd zijn zijn net als tijd en ruimte, wel te onderscheiden maar niet te scheiden.
  • Proces heeft een positie in de ruimte
  • Positie heeft een proces in de tijd
  • Inhoud heeft een betrekking in de ruimte
  • Betrekking heeft een inhoud in de tijd

Proces heeft een positie in de ruimte: Processen vinden primair hun aanvang in en vanuit een tijdsgerelateerde dynamiek. Een proces kan een dermate krachtige `entiteit´ vormen dat ze vergelijkbaar wordt met wat de ontologie positie noemt. Zo een proces heeft een eigenstandigheid en of beter eigendurendheid. Een positie is primair gerelateerd aan een ruimte gerelateerde statiek, vandaar dat we kunnen spreken van de eigenstandigheid van een positie. 

Positie heeft een proces in de tijd: Positie vinden primair hun aanvang in en vanuit een ruimtegerelateerde statiek. Een positie kan een dermate zachte 'entiteit' vromen dat hij vergelijkbaar wordt met wat de mythologie proces noemt. Zo een positie verliest zijn eigenstandigheid en of beter eigendurendheid. Een proces is primair gerelateerd aan een tijd gerelateerde dynamiek, vaandaar dat we kunnen spreken van een on-eigenstandigheid van een proces.

Inhoud heeft een betrekking in de ruimte/tijd: Inhouden vinden  primair hun aanvang in en vanuit een ruimtegerelateerde statiek. Een inhoud kan dermate zachte 'entiteit' vormen dat hij vergelijkbaar wordt met wat de onthologie betrekking noemt. Zo een inhoud verliest zijn eigenstandigheid en/of beter eigendurendheid. Een betrekking is primair gerelateerd aan een tijd gereleerde dynamiek, vandaar dat we kunnen spreken van een on-eigenstandigheid van een betrekking.

Betrekking heeft een inhoud in de tijd/ruimte: Betrekkingen vinden primair hun aanvang in en vanuit een tijdgerelateerde dynamiek. Een betrekking kan een dermate krachtige 'entiteit 'vormen dat ze vergelijkbaar wordt met wat de mythologie inhoud noemt. Zo een betrekking heeft een eigenstandigehied en of beter een eigendurendheid. Een inhoud is primair gerelateerd aan een ruimte gerelateerde statiek, vandaar dat we kunnen spreken van de eigenstandigheid van een inhoud. 


Nog te onderzoeken vraag:  proces heeft een positie in werkelijkheid Of alleen  in systeem dynamiek krijgt proces een positie en positie een proces aangezien op elk con-figuratief component, ruimte en tijd deels samen vallen door middel van beeld en begrip en configuratie en compositie.

We onderscheiden de verbanden tussen tijd en ruimte. Waarin tijd verbonden coördinaten een heel kwadrant beeldt en ruimte verbonden coördinaten een heel punt beeldt.

  • een proces en beeldt een heel kwadrant.
  • een inhoud beeldt een heel punt
  • een positie beeldt een heel punt
  • een betrekking beeldt een  heel kwadrant

We maken hier weer onderscheid tussen ruimte en tijd die niet te scheiden is. De te onderzoeken data met de daar bij behorende woorden (incl dynamieken) zullen niet zo strak te scheiden zijn.
Zo zullen er processen zijn met een meer puntig karakter en posities met een meer kwadrantig kararakter (zo ook voor betrekkingen en inhouden).


Nu is de verdeling tussen positie en betrekking, gerelateerd aan het diagram, en proces en inhoud, gerelateerd aan het dynagram zeer wel een helder uitgangspunt binnen systeem dynamiek. Het maakt helder of je vanuit een ruimte perspectief of vanuit een tijdsperspectief wil denken. Uiteindelijk echter is er geen ruimte zonder tijd en geen tijd zonder ruimte. Vandaar dat we het diagram relateren aan de ruimtetijd (ruimte wordt tijd) en het dynagram aan de tijdruimte (tijd wordt ruimte).

Dat maakt dat enerzijds het vertrekpunt helder gesteld kan worden maar laat anderzijds onverlet dat uiteindelijk het ruimteperspectief en het tijdsperspectief binnen het verband van een systeem, toch dynamisch kunnen interacteren, zodat in beide grammen met posities en betrekkingen, processen en inhouden gewerkt kan worden. Ondanks alle mogelijke wisselwerkingen, blijft het uitgangspunt als een kritische toetssteen staan.

Elke ontwikkeling tendeert naar verbinding en of afscheiding, verdwijning en of verschijning.

De dualiteit tussen verbinden en afscheiden verhoudt zich tot de polariteit van verdwijnen en verschijnen.

Zo ook tussen delen en leden, posities en betrekkingen, inhouden en processen, vorming en werking.

In diagram en dynagram hebben alle 4 assen een en de zelfde plek in een systeem dynamisch veld. De tijd en ruimte coördinaten zijn gerelateerd aan tijdruimte en ruimtetijd. Maar ook kunnen deze coördinaten elk op zich een ruimte of tijd functie toebedeeld worden ( proces, inhoud, positie,betrekking).

In een dynagram staat de tijd primair. Globaal verhoudt een dynagram zich meer tot processen en inhouden. Maar ook hier in kunnen posities en betrekkingen een functie krijgen. Zo kunnen ook processen bijvoorbeeld zowel op het dynamisch als statische kruis worden uitgewerkten/of in een combinatie van die twee. Zo kunnen inhouden op een zelfde wijze uitgewerkt worden

In het dynagram staan 4 coordinaten in het verlengde van het statische kruis. Deze vormen altijd een 4 deligheid of ledigheid. Vuur-lucht-water-aarde (betrekking), actie-reactie-interactie-transactie (proces). Aangezien het hier over dynagrammen gaat blijft de tijd en het proces een grote rol spelen. Binnen een dynagram kunnen deze coördinaten een mogelijke nog te denken verhouding weer geven.

In een diagram staat de ruimte primair. Globaal verhoudt een diagram zich meer tot posities en betrekkingen. Maar ook hier in kunnen processen en inhouden een functie krijgen. Zo kunnen posities bijvoorbeeld zowel op het dynamische als het statische kruis worden uitgewerkt en/of in een combinatie van die twee. Zo kunnen betrekkingen op een zelfde wijze uitgewerkt worden.

In een diagram staan de betrekkingen in het verlengde van statisch kruis. Deze is niet cyclisch van aard maar bestaat uit twee wegen een sympathische en een antipathische weg. Maar ook hier kunnen mogelijke processen in worden weer gegeven.

Niet alleen de contouren bepalen of een gram uitgewerkt wordt in een dynagram of diagram. Een meer kosmo-morfe optiek of een meer antropomorfe optiek kunnen net zo doorslag gevend zijn.









Coördinaten en Bronpunten

Algemeen, coördinaten en bronpunten

Ter herinnering:

Coördinaten

Coördinaat, is een knooppunt in een ruimtetijd en/of tijdruimte veld
.

In een gram plaatsen we woorden/begrippen in relatie tot de te onderzoeken data op en/of gerelateerd aan coördinaten.

Er zijn vele coördinaten mogelijk met vele onderlinge relaties.

Systeem dynamiek poogt de vele mogelijke data te herleiden tot een beperkt aantal coördinaten waarmee je toch alle mogelijke wisselwerkingen, dynamieken, verbanden en verhoudingen, tussen gegeven data kunt onderzoeken. De kunst is dan hoe je al die data terug kan brengen tot een beperkt aantal kardinale coördinaten, in deze 8/9 bronpunten.

Cruciale coördinaten, bronpunten:

De 8/9 bronpunten zijn de cruciale coördinaten. Waarbij het woord cruciaal een dubbele betekenis heeft. Ze staan in het verlengde van de 2 kruizen en ze zijn voor systeem dynamiek cruciaal. Ze zijn leden/delen van het grondpatroon en zonder dit grondpatroon worden grammen niet compatibel.

Deze bronpunten hebben ieder een eigen specifieke interne dynamiek, beeldend in de tijd en begrijpend in de ruimte. Aan deze bronpunten verbinden we de volgende begrippen : Oost, Zuidoost, Zuid, Zuidwest, West, Noordwest, Noord, Noordoost. 

  • O, droog, met een  autonoom
  • Z, warm, met een  discentrisch
  • W, nat,  met een heteronoom
  • N, koud, met een concentrisch
  • ZO, vuur element, met een  autonoom discentrische dynamiek
  • ZW, lucht element, met een heteronoom discentrische dynamiek
  • NW, water element, met een  heteronoom concentrische dynamiek
  • NO, aarde element, met een autonoom concentrische dynamiek 

9de midden

Het midden functioneert op twee wijzen tussen de 8 bronpunten:

  • Als midden tussen de 8 bronpunten kan het midden zelf een bepalende bronpunt worden. Afhankelijk van de ingebrachte data kan het midden, positie, inhoud, betrekking of proces zijn. Bij gevolg kan het midden een 9de bronpunt vormen. Dit midden krijgt dan een specifieke bemiddelende functie.
  • Als midden kan het ook een logische klasse weergeven doordat het centrale begrip de overkoepelende term wordt, die de andere begrippen onderbrengt of de centrale spil vormt waaruit de andere begrippen voortkomen. Bijvoorbeeld: windrichtingen, elementen en etmaal.

Dit centrum als bronpunt heeft een spil functie ten opzichte van de andere (8) bronpunten. In deze spil functie kan iets verschijnen of verdwijnen, een midden of een tussen vormen. De 8 anderen bronpunten hebben een veld functie.

Te samen vormen deze 9 coördinaten (bronpunten) de basis om een systeem dynamisch veld (gram) in te richten en te leren lezen.


Configuratie en compositie van de bronpunten

Binnen elk afzonderlijk systeem dynamisch veld spelen configuraties en composities een rol.  De mogelijke verbanden en verhoudingen van de bronpunten zijn uitgelegd, in relatie tot de assen en tot de contouren. De 8/9 bronpunten worden in een tijdruimte (dynagram) en/of ruimtetijd (diagram) aan de orde gesteld.

De 8/9 kardinale coördinaten verhouden zich tot ordening en structuur, tot configuratie en compositie het zijn 8/9 bronpunten. 

ter herinnering:

  • Spreken we van een mogelijke configuratie spreken we van een mogelijke ordening, nog vorm te krijgen in de tijd: een ordening wordt, ontstaat. Binnen een configuratie van leden. (meer dynagram)
  • Spreken we van een mogelijke compositie, spreken we feitelijk van een mogelijke structuur, vorm gekregen in de ruimte: een structuur is, staat. Binnen een compositie spreken we nog aanvankelijk van delen. (meer diagram)

Het spreekt delen kunnen leden worden en leden weer delen. Het hoe kan worden bepaald door de aard van de mechaniek en of organiek om maar een voorbeeld te noemen. Afhankelijk wat in het geheel leidend is compositie of configuratie. Uiteindelijk gaat het om een complexe wisselwerking van zowel compositie als configuratie binnen een samenhangend nader te bepalen (systeem dynamisch) veld en of geheel.

Hoe je het ook draait of keert uiteindelijk kunnen coördinaten een samenhangend veld vormen, mits die coördinaten op zo een wijze in de ruimte `staan´ dat we kunnen gaan spreken van een bepaalde compositie en op zo een wijze in de tijd `lopen´ dat we kunnen spreken van een bepaalde configuratie. Compositie en configuratie van en tussen coördinaten doen een samenhangend veld vermoeden, zo mogelijk systematisch uit te werken, mits het dynamisch ingericht kan worden als een archetypisch veld. Het komt dus erop aan uit te zoeken of coördinaten, verbanden en verhoudingen zodanig gespecificeerd kunnen worden tot bijvoorbeeld posities en betrekkingen in het diagram en processen en inhouden in het dynagram en mogelijk nog andere specificaties.

Ook de bronpunten verhouden zich tot configuratie en compositie, mede door de assen en contouren.

Deze bronpunten staan in configuratie en in compositie met elkaar. Door dat elk bronpunt een eigen specifieke dynamiek heeft en door de assen meer tot een vaste compositie (structuur).  Door de contouren (en resonanties) meer tot een variabele configuratie (ordening).

In relatie tot hun eigen specifieke dynamiek: De 8/9 bronpunten hebben ieder een eigen specifieke dynamiek waardoor ze kunnen beantwoorden aan een noodzakelijke structuur. Ongeacht of ze in een tijdruimte veld of een ruimtetijd veld staan. Ze blijven beantwoorden aan een noodzakelijke structuur van het grondpatroon. 
De dynamieken van bronpunten oost en noord verhouden zich meer tot compositie en de dynamieken van bronpunten west en zuid verhouden zich meer tot configuratie.

 In relatie tot de assen; Oost verhoudt zich tot West over de horizontaal (configuratie, meer in de tijd) en Noord verhoudt zich tot Zuid over de verticaal (compositie, meer in de ruimte). 
  • Bronpunten  en assen zorgen voor noodzakelijke structuur van het grondpatroon.
  • Bronpunten en assen zijn fluctuerend rond een vast punt, homeostase.
Bij de bronpunten ligt de nadruk meer op homeostase. Ze zijn fluctuerend rond een vast punt, het 9de centrum bronpunt. Ook kan elk bronpunt weer een centrum zijn waar alternatieve coördinaten om heen fluctueren. De bronpunten zijn dan ook een vast punt.

In relatie tot de contouren: Het onderscheid tussen een tijdruimte en ruimtetijd is een verschil van de mogelijke ordening van het grondpatroon, dit verschil is mede afhankelijk van de cruciale verbanden (de contouren). De bronpunten verhouden zich  onderling tot elkaar: hoe ze in de tijd lopen (configuratie) en hoe ze in de ruimte staan (compositie).

Kleur en herkenning

Door de mogelijkheid dat processen, posities, inhouden en betrekkingen in beide grammen uitgewerkt kunnen worden, hebben we de grammen in de schoenveter tot nu toe zwart gekleurd. Gaande de uitwerking van de schoenveter ben je langzamerhand wakker geworden aan  verschillen en overeenkomsten tussen dynagram en diagram.

De configuratieve componenten worden grafisch vorm gegeven door:
de dynagrammen (tijdruimte) in blauw te kleuren
de diagrammen (ruimtetijd) in rood te kleuren.

Voor de beginnende leerling zal dit helpend kunnen zijn om systeem dynamisch te leren denken en werken.

Niet alleen de kleuren blauw en rood van een gram brengen inbeeld of het gaat om een dia of dynagram. Ook de compositie van de vier wind-streken/richtingen (bronpunten) kunnen tot begrip brengen over welke gram het gaat. Zij hebben onderling een vaste structuur (o.a. door middel van de assen, in een systeem dynamisch veld. Het oosten staat altijd tegenover het westen. Het zuiden staat altijd tegenover het noorden).
Deze bronpunten, oost, zuid, west en noord hebben in een dynagram een andere ordening dan in een diagram. Een dyngram heeft het zuiden boven en het noorden onder. Het diagram heeft het noorden boven en het zuiden onder. Dit door dat het dynagram zich meer verhoudt tot de tijdruimte en het diagram zich meer verhoudt tot de ruimtetijd.


Het lezen van de onderliggende configuratieve componenten zal voor een gevorderde leerling al voldoende zijn om te herkennen of je met een diagram of een dynagram van doen hebt. Toch blijft het van belang om met behulp van kleur te zien vanuit welk referentiekader jij of de ander denkt. Immers als je met begrippen en beelden werkt, heb je altijd te maken met een referentiekader. De kleur kan dan ondersteunend werken om dit zichtbaar te maken.

  • Blauw wordt doorgaans getypeerd als een koude kleur. Koud wordt gekarakteriseerd door een concentrische dynamiek.
  • In een dynagram (dynamisch veld) geven we een 'gedachte gang' weer.  Een gedachte gang is rond wanneer het een en ander zodanig heeft verbonden dat het insluitend op zichzelf staat. Een gedachte gang krijgt hier mee een concentrisch karakter (blauw).

  • Rood wordt doorgaans getypeerd als een warme kleur.Warm wordt gekarakteriseerd door een discentrische dynamiek.
  • In een diagram (statisch veld) exploreren we hetgeen 'nog te denken' valt. Een diagram geeft te denken omdat de samenhang tussen de begrippen op meerder manieren uitgedacht kunnen worden. Het geen nog te denken valt krijgt hiermee een discentrisch karakter (rood).

Bronpunten

We spreken van 8 bronpunten (met 9de midden).

Deze 8/9 bronpunten worden geordend door door middel van de contouren.
  • Rechts in het blauw in een tijdruimte veld.
  • Links in het rood in een ruimtetijd veld.




 
Comments