Research dynamics



https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/opleiding/research-dynamics/research-dynamics-tegendelige-tegenstellende-dynamiek-onderzoek-voordracht.jpg
https://sites.google.com/a/artes-sophiae.com/artes-sophiae/opleiding/research-dynamics/research-dynamics-tegendelige-tegenstellende-dynamiek-onderzoek-voordracht.jpg

Tegendelige en tegenstellende dynamiek tussen onderzoek en voordracht.

De wijze waarop je onderzoek doet, is mede afhankelijk van de gekozen methode. Binnen artesS verband onderscheiden we de empirische cyclus in samenhang met het ontologische paradigma, de fenomenologische cyclus / het mythische paradigma en de action research cyclus / functionele paradigma.

In bovenstaande dynagram wordt de action research methode met haar vier fasen: 
open dating, axial dating, conceptual dating, functional dating,

in verband gebracht met de vier facetten van kennisverwerving:
data, informatie, intelligentie, competentie.

Vanuit de artesS optiek dient men de stappen in de action research methode systeem dynamisch in te richten middels de configuratieve componenten van het grondpatroon (zie theorieboek). Tevens wordt de action research methode verbonden met de techniek van het in kaart brengen van de geest (mind-mapping). 

De techniek van mind-mapping wordt binnen artesS vierledig gedifferentieerd: schema, plaatje, model, patroon. In samenhang hiermee, elders beschreven als mind mapping, design mapping, conceptual mapping, functional mapping.

Het betreffen even zovele, zich steeds verdiepende, niveaus waarop mogelijke verbanden in kaart worden gebracht. De te vormen kaarten / grammen betreffen het pogen om de werkelijkheid in beeld en tot begrip te brengen, derhalve vormt een kaart van de geest slechts de wijze waarop en niet zozeer de werkelijkheid zelve. 

Stapsgewijs dien je je data in de open dating fase te verzamelen al of niet op grond van een vraagstelling en of hypothese. De kunst is nu om deze data zodanig te ordenen dat er een mindmap ontstaat. Een mindmap heeft nog een schematisch karakter, het betreft een eerste poging tot ordening van de voorhanden gegevens, data. 

In deze eerste poging tot ordening, dien je mogelijke raakvlakken tussen een veelheid aan data zodanig af te grenzen, dat je zicht krijgt op een mogelijke klasse van begrippen, die al of niet met elkaar zouden kunnen samenhangen. 

Vervolgens dien je de bepalende begrippen zodanig te definiëren, af te grenzen en te omschrijven, dat je bij wijze van spreken er een bouwsteen en of hoeksteen mee verwerft, op grond waarvan je een mogelijke kaart / gram kunt inrichten. 

Een goed gedefinieerde begrip vormt in deze een belangrijke coördinaat, die we enerzijds kunnen omschrijven als een knooppunt, in dit begrip komt iets wezenlijks tot stand en anderzijds kunnen omschrijven als een bronpunt, met dit begrip als bron kunnen we een mogelijk functioneel conceptueel veld in werking stellen.

Wanneer je een logische klasse van al of niet samenhangende relevante begrippen in je onderzoek op het spoor bent gekomen, dan wordt het nu zaak te gaan onderzoeken hoe deze bepalende begrippen zich tot elkaar kunnen verhouden. Wanneer twee bepalende begrippen zich tot elkaar zouden kunnen verhouden dan dien je nog te bepalen op welke mogelijke as die twee begrippen vervolgens gepositioneerd kunnen worden. Er staan in een gram diverse assen ter beschikking, zie het grondpatroon. 

Met het zoeken naar bepalende assen beland je in de axial dating fase, je zoekt welke bronpunten eventueel zich zodanig tot elkaar kunnen verhouden dat ze al of niet op een polaire as, een duale as, een impuls as, een plaats as, gepositioneerd kunnen worden. Met vier assen kun je al 8 mogelijke bepalende begrippen zodanig ordenen, dat je informatie genereert, immers data op zich dienen nog aan betekenis te winnen, in een bepaald axiaal verband kunnen ze mogelijk informatief worden.

Data, zodanig ordenen over mogelijke assen, impliceert al dat ze in een onderling axiaal verband wellicht aan betekenis winnen, ze kunnen elkaar versterken, aanvullen, opeen volgen, af wisselen en wel zodanig dat ze met elkaar een mogelijk verband kunnen gaan vormen. Daarmee belanden we in de fase van een hypothetisch concept: conceptual dating.

In deze fase dienen mogelijke verbanden tussen mogelijk relevante begrippen op mogelijke axiale posities nader onderzocht te worden op mogelijke contouren, samenhangende verbanden. In het kunnen contoureren ontstaat een mogelijk conceptueel kader waarin en waardoor je iets begint te begrijpen, te snappen; je inzicht verwerft omtrent een mogelijke samenhang. Deze samenhang evenwel dien je nog nader te onderzoeken op haar coherentie en of consistentie. In hoeverre vormt dit mogelijk concept een mogelijk functioneel verband. Kun je op een intelligente en inzichtelijke wijze er een sluitend verhaal van 'breien'.

Sluitend impliceert dat de gekozen relevante begrippen ertoe doen, dat ze elkaar niet uitsluiten, maar insluiten, dat ze zodanig op elkaar aansluiten dat hierdoor een sluitend verhaal ontstaat. Dat impliceert ook dat waar nodig de begrippen nog opnieuw gepositioneerd dienen te worden afhankelijk van de onderscheiden optieken, referentiekaders, contexten, klassen en nog mogelijke andere relevante begrippen.

Het is een wikken en wegen zodat er een intelligent design vermag te ontstaan waaruit iets spreekt. Uiteindelijk ontstaat er zodanig zicht op hetgeen met elkaar een samenhangend conceptueel verband kan vormen, dat we mogen spreken van een model waarin de contouren nader geëxpliciteerd kunnen worden.

Dit nader expliciteren vraagt om een systeem dynamische validering op grond waarvan het model al of niet compatible wordt met andere modellen en wel zodanig dat ze met elkaar een samenhangend systeem dynamisch patroon vormen met een fractale structuur. Fractalen herhalen steeds op een unieke wijze hetgeen ze deels doen overeenkomen en deels doen verschillen.

Uiteindelijk dienen de relevante begrippen op de betreffende coördinaten van een systeem dynamisch veld, in deze de te onderscheiden bouwpatronen en of grammen (dia gram / dynagram / etc.) zodanig gepositioneerd te zijn, dat ze in samenhang een integraal resonerend veld vormen. Een bepaalde logische klasse van relevante begrippen is zodanig axiaal gepositioneerd, dat de bepalende begrippen op de onderscheiden coördinaten met elkaar een conceptueel verband vormen in een functioneel systeem dynamisch veld, cq patroon, een geheel van analoge veldjes en of grammen.

Pas dan kunnen we een mogelijk model opnemen in het geheel aan modellen, daarmee snijdt het systemische mes aan twee kanten. Enerzijds brengen we complexe fenomenen in een beeldlogisch geordend veld tot begrip en anderzijds kunnen we vanuit systeem dynamisch geordende veldjes de complexe werkelijkheid onderzoeken. Enerzijds integreren we kennis tot behapbare visuele modellen en anderzijds kunnen we van daaruit de werkelijkheid viseren om nog onvermoede verbanden te achterhalen en aan het licht te brengen.

Zodra het model iets vermag te belichten mag het geprojecteerd worden om hetgeen aan het licht is gebracht uit te lichten en hier vangt de presentatie aan. Op de wand staat een model geprojecteerd die de toehoorders van de voordracht gaat inlichten omtrent hetgeen in het model aan het licht is gebracht.

Evenwel is het model, hoe ingenieus systeem dynamisch onderbouwd en gevalideerd, voor de toehoorder en toeschouwer slechts nog een schema. Met andere woorden het resoneert nog niet in de toehoorder als een resonerend veld, het moet nog tot klinken worden gebracht en wel middels de presentatie die geduldig stap voor stap de toehoorder moet uitnodigen deel te gaan nemen aan wat zich wil ontvouwen.

Daartoe moet de degene die de voordracht houdt de bepalende begrippen weer tot leven wekken. Dat wil zeggen hij hoeft nu niet meer, sterker nog, hij mag nu niet meer in het wilde weg beginnen. Hij dient een helder gedefinieerd vertrekpunt te bepalen van waaruit hij de voordracht stapsgewijs en puntsgewijs wil opbouwen, daartoe nut zij/hij het in beeld gebrachte model als een kaart waarop zij/hij de route wil uitzetten voor de opbouw van haar/zijn voordracht.

Wat zijn de bepalende coördinaten die een bronpunt gaan vormen voor het op te bouwen verhaal, welke volgorde dient er in acht genomen te worden, wil het begrijpelijk worden voor de toehoorder, welke combinaties mogen nader belicht worden om de specifieke verhoudingen tussen de bepalende begrippen te kunnen beelden, welke interne en externe linken kunnen het verhaal zodanig tot klinken brengen dat het in de toehoorder evenzeer gaat resoneren, zodat er een vonk mag overslaan dan wel een vuur vermag te ontbranden, waarmee de toehoorder geïnspireerd zijns of haars weegs kan gaan. 

Uiteindelijk beoogt systeem dynamiek het schetsen van een functioneel verband waarin mens en werkelijkheid elkaar ten dienste staan opdat ze met elkaar bouwen aan een constructieve harmonische interferentie.

Om in de leergang systeem dynamiek de benodigde competenties te definiëren, wordt in dit dynagram aangegeven waartoe de leerling, gezel en meester uitgenodigd mogen worden als het gaat om het vormgeven aan een onderzoek, annex presentatie.
Comments