Bouwpatronen 2017

Wat nog terug gehaald kon worden na verlies van alles in de link (dit is geen complete back up)

Dynagram en Diagram

Langzamerhand is er al het één en ander aan bod gekomen over dynagram en diagram.

Gaan we naar de 5 lagen dan is bouwpatroon laag een midden tussen grondpatroon laag en gram laag. Dit te samen met de contouren (tijdruimte en ruimtetijd) die ordende rol spelen, maakt dat er veel mogelijkheden ontstaan over hoe/waar je begrippen in een gram kan plaatsen. Waar we van het grondpatroon verschillende restricties gebruiken (d.m.v. cruciale configratieve componenten) om te kunnen onderzoeken in een alles met alles samenhangende werkelijkheid, herhalen we niet alleen deze restricties in de bouwpatronen maar dienen we ze nog verder te verhelderen en/of uit te breiden.

De bouwpatronen brengen vele mogelijkheden met zich mee. Twee belangrijke bouwpatronen zijn dynagram en diagram. Een dynagram is geen diagram op de kop en/of vice versa. Dat impliceert wederom dat je scherp dient te krijgen vanuit welk referentie kader en/of optiek je de werkelijkheid onderzoekt.

Dat vraagt om dynagram en diagram in eerste instantie strikt van elkaar te scheiden.

Kosmo-morf en Antropomorf.

Onder anderen beschreven we al een verschil bij de assen in relatie tot onze menselijke vermogens.

Waar in we zowel in een dynagram als in een diagram een polaire 3 ledigheid verhouding zien.

Dynagram (blauw), heeft een kosmo-morfe referentie kader:

Hemel- geest-het immaterieel- zuid- discentrisch- boven

Mens- ziel- midden-bemiddeld- midden

Aarde- lichaam- het materiële- noord- concentrisch- onder

Diagram (rood), heeft een antropomorfe referentie kader:

Hoofd- denken- noord- concentrisch- boven

Borst-voelen-midden-bemiddeld-midden

Buik-willen-zuid-concentrisch-onder

Kosmo-morf: Wanneer je de mens als een midden ziet tussen hemel en aarde. Niet als een midden tussen 2 gescheiden werelden waarin hij/zij zich om geeft, maar als een derde mede lid volledig verbonden met zijn omgeving (subject betrokken) worden dynamieken van de kosmos ook als dynamieken van hen zelf. Door dat de mens zich zelf te midden van deze kosmo-morfe referentie kader kan plaatsen, brengt het tijdsbesef met zich mee.

De zon komt op, de zon is hoog aan de hemel, de zon gaat onder, de zon zit diep achter de aarde.

Antropomorf: Ons hoofd, borst, buik zijn leden van ons lichaam. Ons lichaam brengt ruimte besef met zich mee. Door het lichaam ontstaat de mogelijkheid om je te onderscheiden van je omgeving (object betrokken) . En kan je vervolgens 'vrij' bewegen in een ruimte.

De mens kan zich alle windrichtingen (oost, noord, zuid, west) op verplaatsen en in die zin uit verschillende routes kiezen.

We maken hier onderscheid tussen twee verschillende referentie kaders. Al hoewel deze goed te onderscheiden zijn dienen we ook hier te herhaling dat ze te onderscheiden zijn maar niet te scheiden.

Tijd en ruimte, subject betrokken en object betrokken worden in relatie tot dynagram en diagram hier onder verder uitgelegd.

Tijd en ruimte

De assen blijven in een dynagram en diagram hetzelfde, ze worden herhaald.

Maar zoals we net zagen dat zowel het kosmo-morfe referentiekader als het antropomorfe reverentiekader de polaire as een belangrijke rol speelt, is er wel een verschil met het noord en zuid van een dynagram in vergelijking met het noord en zuid van een diagram en visa versa.

Bij de contouren zagen we al verandering ondanks dat alle vier van de contouren in beide velden uitgewerkt kunnen worden.

Het dynagram is een tijdruimte veld (met processen en inhouden)

Het diagram een ruimtetijd veld (me posities en betrekkingen)

De contouren zorgen meer voor de ordening en de assen voor structuur. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld processen en inhouden in een diagram te zien en posities en betrekkingen in een dynagram. Maar dan dient men wel (onderliggend) vast te houden of aan een kosmo-morfe reverentiekader (dynagram) of aan een antropomorfe reverentiekader (diagram).

De 8 bronpunten hebben ieder een eigen specifieke dynamiek. Deels zijn deze 8 dynamieken het zelfde (overeenkomstig) in een tijdruimte als in een ruimtetijd veld en deels zijn ze door de contouren verschillend de 8 dynamieken in een tijdruimte zijn anders dan die van in een ruimtetijd. Ze worden ook door de contouren anders geordend.

Het verschil tussen dynagram en diagram wordt dan ook voor een deel bepaalt door hun relatie met tijd en ruimte.

We onderscheiden hier tijd (rechterzijde) en ruimte (linkerzijde), het ene is niet bepalender dan het andere. Ze zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden.

Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een dynamische tijd structuren.(structuur: moet hetzelfde blijven)

Bronpunten (cruciale coördinaten) hebben een vaste structuur in relatie tot elkaar. Doordat elk bronpunt een unieke dynamiek heeft en door de assen. Bronpunten hebben een variabele ordening in relatie tot resonanties en de contouren; ruimtetijd (diagram) en tijdruimte (dynagram).

Deze variabele ordening kan een cruciale verband (positie, betrekking, inhoud of proces) weergeven van de bronpunten in het grondpatroon. Afhankelijk van de ingevoegde en te onderzoeken data kunnen plekken en functies in een gram variëren.

De assen, te samen met de contouren en de bronpunten vormen een samenhangend complex van web en matrix van ruimte en tijd, ordening en structuur.

We spreken van cruciale contouren in de bouwpatronen met doorgaans een vaste structuur:

een dynagram processen en inhouden in een tijdruimte

een diagram positie en betreking in een ruimtetijd

We spreken van alternatieve verbanden in de grammen met variabele ordening:

De ordening van data en de hiermee samenhangende begrippen kunnen op grond van onderzoek en gevonden inherente dynamieken en functties vairieren.

Cruciale configuratieve componenten verhouden zich meer tot structuur in relatie tot de alternatieve configuratieve componenten die zich dan meer tot de ordening verhouden. Van de cruciale configuratieve componenten verhouden de assen en de bronpunten zich meer tot structuur en de contouren en resonaties meer tot ordening.

Tijd en ruimte in een gram geven voor een deel de werkelijkheid weer zoals we die vanuit een subject betrokken optiek kunnen visualiseren. Daarmee komt een stukje werkelijkheid in beeld. Evenwel moeten we niet vergeten dat we altijd te maken hebben met een model waarin we dit stukje werkelijkheid in beeld hebben gebracht. Een model is niet de werkelijkheid, maar de wijze waarop en waarmee we naar de werkelijkheid kunnen kijken.

Tijd

Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)

Hoe laat de zon op komt en onder gaat hangt altijd af waar je bent en wanneer je er bent. Uiteindelijk kun je het verloop (proces) modelmatig verdelen in vieren.

de zon is in een 'overgang' opkomend

de zon staat op zijn 'hoogte punt'

de zon is in een 'overgang' neergaand

de zon staat op zijn 'diepte punt'

Of het nou maanden duurt of één dag, het proces blijft hetzelfde voor de waarnemer, kijkend vanuit de aarde.

(meer subject betrokken, mythisch functioneel)

We nemen hier het voorbeeld van het proces van de dagloop, maar je kunt het ook uitwerken voor het proces van de seizoenen in de jaarloop.

ochtend overeenkomend met de lente

middag overeenkomend met de midzomer

avond overeenkomend met de herfst

midnacht overeenkomend met de midwinter

De tijdsloop van de uren in een dag loopt gelijk aan de tijdsloop van de zon in een dag, maar de zon komt niet elke dag op hetzelfde uur op en gaat niet elke dag op hetzelfde uur onder (behalve rond de evenaar).

Overeenkomend met de tijdsloop loopt het proces cyclisch door, waarin zonsopgang, zon hoogte punt, zonsondergang en zon diepte punt zich verhouden tot een ordening waar in we processen structuren of een structuur waar in we processen ordenen.

De uren van de dag, verhouden zich tot een bepaalde maat. In dit geval een afgesproken vaste tijd: een uur met 60 min en een dag met 24 uur. De klokken tijd krijgt een vaste inhoud en de daaraan verbonden structuur :

09:00 het 'midden' van de ochtend.

15:00 het 'midden' van de middag

21:00 het 'midden' van de avond

03:00 het 'midden' van de nacht.

De klokkentijd als inhoud kunnen we verbinden met de processen in een dag.

Het ochtend proces loopt van 03:00 tot 09:00 met als 'overgangspunt' 06:00, als start van de ochtend

Het dag proces loopt van 09:00 tot 15:00 met als 'hoogte punt' 12:00, als start van de middag

Het avond proces loopt van 15:00 tot 21:00 met als 'overgangspunt' 18:00, als start van de avond

Het nacht proces loopt van 21:00 tot 03:00 met als 'dieptepunt' 00:00, als start van de midnacht.

Koppelen we deze modelmatig aan de assen:

De zon op zijn hoogte punt en de zon op zijn diepte punt vormen samen een polaire dynamiek. Ze staan tegenover elkaar en beiden zijn ze omslagmomenten. De een kan niet zonder de ander bestaan. In het model op de ruimte-as zijn ze er tegelijkertijd, waar het aan de ene kant donker is, is het aan de andere kant licht. Dit geldt in de werkelijkheid alleen voor de poolnacht en de pooldag.

Zonsopgang en zonsondergang zijn overgangen; in hun beweging zijn ze duaal, ze kunnen niet tegelijkertijd plaats vinden, maar alleen na elkaar.

Modelmatig nemen we de betekenis van de horizon waaraan opkomst en neergang van de zon af te lezen is over in de functie van de horizontale as. Deels komt de horizontaal overeen met de horizon, maar deels ook niet, met name daar waar de horizon als opkomst en ondergang van de zon variabel is (afhankelijk van waar je bent en wanneer je er bent).

De tijds zones op de aarde verlopen verticaal over de horizontale as van oost naar west. Aan het oosten verbinden we met de opkomst van het licht de toekomende tijd en aan het westen verbinden we met het donker worden de verleden tijd.

Met de opkomst en ondergang van de zon (als proces) die niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden, geven we aan de horizontaal de functie van de duale as.

Met het hoogte punt en diepte punt van de zon (als proces) die modelmatig op de verticale as geplaatst worden geven we aan de verticaal de functie van de polaire as. Hoogte punt en diepte punt impliceren een tweeheid die zich kenmerkt door een insluitende, ledige verhouding. Het hoogte punt impliceert het diepte punt en vice versa.

De horizon in 4:

Met het fenomeen van de horizon verschijnt op aarde het direct waarneembare fenomeen van de tijd en de daaraan gerelateerde overgangen in de dagloop.

Daarmee hangt ook samen dat door de horizon de werking van de tijd verschijnt, de zon komt op, ergens aan de horizon en de zon gaat onder, ergens aan die zelfde horizon. Ontstaan, verschijnen, vergaan en verdwijnen ontstaan als fenomenen in een zintuiglijk waarneembare fenomenale werkelijkheid. Met de werking van het licht verschijnt de horizon die aan de dag treedt en met de nacht terug treedt.

Het is deze in vieren gedeelde horizon (ochtend – middag – avond – midnacht), gerelateerd aan de vier windrichtingen, noord en zuid op de verticaal en oost en west op de horizontaal, die van oudsher beschouwd werden als samenhangend met de 4 secundaire en 4 primaire kwaliteiten, de vier elementen, met in hun midden de quinta essentia, de ether werking (zie Ernst Marti, Das Aetherische).

Ruimte

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een dynamische tijd structuren.(structuur: moet hetzelfde blijven)

Vanuit een subject betrokken optiek maakt het uit waar je staat en van waaruit je kijkt: naar het noorden of naar het zuiden.

Bekijken we de aarde van uit een object betrokken optiek dan maakt het niet uit waar je op aarde staat aangezien je jezelf buiten de aar