Bouwpatronen voor 2017

Opmerking en belangrijk!

De groene teksten zijn oude teksten nog niet theorieboek comptabel. Alleen het onderwerp sluit deels aan.

De schoen veter bestaat deels uit een opsomming van begrippen gerelateerd aan het dynagram en diagram.

Dynagram:

tijd

gedachte gang

verhaal

cosmomorf

subject betrokken

beeld

synthetisch

Diagram:

ruimte

geeft te denken

woord

antropomorf

object

begrip

analytisch

Wat overgaat naar hoe je beide begrippen in een dynagram en diagram zou plaatsen.

De schoenveter zelf is ook weer opgebouwd in een bepaald ritme hou hier rekening mee. (vooral wanneer je het op de schop gaat gooien)

Moet nog allemaal beter gestructureerd worden.Ik heb daar al wel ideen over. Grondpatroon uitleg staat voor mij nog als prioriteit nummer 1.

idee Grof weg:

  • dynagram en diagram

  • basis dynamiek van beide, diagram in dien mogelijk verder vereenvoudigd.

  • Beide spiraal door denken

  • opsomming begrippen gerelateerd aan dynagram en diagram (referentie kader)

  • Het kosmomorf en antropomorf kan net zo leidend zijn voor een keuze van een gram als tijd en ruimte dat kunnen zijn

  • (evt in weven of) erna dezelfde begrippen in een dynagram en diagram, verschil duidelijk zicht baar te maken. Wat er gebeurt als je bijvoorbeeld subject betrokken en object betrokken in een dynagram plaatst en wanneer je ze in een diagram zou plaatsen.

Bijv. De door wel bekende begrippen uit het diagram. (Waar in ze op gesplitst worden in 2 routes.)

In proces en dynagram:

Object betrokken op oost. (Naar Buiten)

Subject betrokken op west. (Naar Binnen)

Beelden op zuid.

Begrippen op noord.

Wat weer geeft dat je naar een object betrokken proces je vervolgens het proces aan gaat deze vindingen tot beeld te brengen.

En vanuit een subject betrokken proces je het proces aan gaat deze vindingen tot begrip te brengen. Als 4 processen die met elkaar in een cyclisch proces aan gaan.

De beweging van stijgen en dalen blijven in takt.

De begrippen komen dan in het dynagram niet op posities/ of in betrekking te staan met 2 te onderscheiden routes maar als een mogelijk proces. Waarin je het een na het ander kan laten opvolgen. In het diagram komen ze dan wel als twee onderscheiden routes te staan.

Dus de koppeling tussen stijgen en dalen (pijlen naar boven en na beneden) te samen met sympathische en antipatiche (pijlen links om en rechts om.)

Niet op elkaar leggend maar ze in eerste instantie strikt gescheiden aan te bieden.

Zo is het interessant, Hoe dezelfde begrippen een diagram anders komen te staan dan in een dynagram.

En juist het verschil tussen positie en proces versterkt.

Zie stukje hoofstuk Bouwpatronen

Analyseren en synthiseren.

Waarin dat ook zo mooi zichtbaar wordt.

Ik wilde nog juist het verschil tussen dynagram en diagram. Verder zichtbaar maken door dezelfde begrippen in een dynagram en in een diagram te plaatsen.

Bijv ook dus de begrippen object betrokken en subject betrokken. Maar het kunnen er ook nog meer worden die dit zo mooi kunnen.

Door eerst streng het verschil te laten zien.

En vervolgens ook voorbeelden te geven waarin er mee gespeeld word.

Om in dien van toepassing er ook mee te kunnen spelen. (Zoals dus enkele dynagrammen waarin linksom en rechts om wel voorkomen). Waar Mijn laatste mail juist weer over ging. (Speels in de uitwerking)

Om zo andere

Te laten weten/te leren wat alle mogelijkheden zijn als je een gram maakt. Wat je allemaal rekening mee dient te houden als je een keuze tussen dynagram of diagram maakt en/of juist achteraf kunt onderzoeken wat je hebt gedaan.

Wat er allemaal mee speelt en ook hoe je er allemaal mee kan spelen.

voor mij is het duidelijk dat het onderscheid nog helder zichtbaar gemaakt dient te worden.

Het stond nog op mijn lange to do lijst.

Helaas gaat het me niet meer lukken, maar graag had ik het hoofdstuk bouwpatronen onder de schop genomen.

Hier ligt nog veel werk zoals je net al las wat nog ingebracht moet worden. Maar ook wat er ligt is veel werk o uit te pluizen wat nog bruikbaar is en wat weg kan.

Het hoofdstuk bouwpatronen is veel 'oud'. Dit deel van de slang is gemaakt nog voor alle inzichten en definities van de inleiding en het hoofdstuk Grondpatroon.

Groene teksten zijn oud met veel gesmurf. Dat (bijna) niet te lezen is waar het om gaat. Gaat het om verhoudingen, wisselwerkingen, betrekkingen? enz.

Blauwe teksten zijn al pogingen om deze te doen ontwarren maar sommigen zijn ook al verouderd.

Dus veel werk te doen voor de geen die zich voelt geroepen.

Maar ik zou het ook niet aanraden om mensen het op de schop te laten gooien als ze de hoofdstukken inleiding en Grondpatroon nog niet van binnen en buiten uit kennen, kunnen enz .

Dus dat mag nog even blijven rusten.

Algemeen, Bouwpatronen

In de bouwpatronen worden de mogelijke ordeningen van het grondpatroon verder gedefinieerd maar zodanig dat ze toch blijven beantwoorden aan het grondpatroon. Elk bouwpatroon kent ook een eigen structuur en ordening.

De (tot nu toe) 5 systeem dynamische bouwpatronen zijn:

  • Dynagram, de tijd is primair, in een tijdruimte veld, gedachte gang, blauw gekleurd (afbeelding)

  • Diagram, de ruimte is primair, in een ruimtetijd veld, geeft te denken, rood gekleurd (afbeelding)

  • Duogram, een diagram in een dynagram, 2 onderscheiden velden ineen, die met elkaar een tegenstelling vormen, teneinde de wisselwerking tussen een diagram en een dynagram te kunnen onderzoeken, (rood en blauw gekleurd) (afbeelding)

  • Dictogram, (dicto)grammen die ontstaan van uit een onderzoeksveld. In dit onderzoeksveld kan naar aanleiding van een onderzoeksvraag bepaalde ervaringen ter sprake gebracht worden. Metaforisch gezien een 'sprekend veld' waarin men kan lopen en werken, voor zover de bronpunten bepaald worden. In een dictogram wordt hetgeen aan de orde is gekomen (ter sprake komt) in beeld en tot begrip gebracht in 2 gescheiden grammen (dynagram of diagram), die met elkaar een tegendeel vormen.

  • Hologram, bestaat uit een diagram en een dynagram waarin de bronpunten deels gescheiden zijn en deels samenvallen. De wisselwerking tussen een tijdruimte veld en een ruimtetijd veld wordt zichtbaar. Weergegeven in hologram kleuren, elk bronpunt heeft een eigen kleur en/of kleuren combinatie.

Dynagram en Diagram

Tijd en ruimte, diagram en dynagram

Langzamerhand is er al het één en ander aanbod gekomen over dynagram en diagram.

De assen blijven in een dynagram en diagram hetzelfde, ze worden herhaald.

Maar bij de contouren zagen we al verandering ondanks dat alle vier van de contouren in beide velden uitgewerkt kunnen worden.

  • Het dynagram is een tijdruimte veld (met processen en inhouden)

  • Het diagram een ruimtetijd veld (me posities en betrekkingen)

De 8 bronpunten hebben ieder een eigen specifieke dynamiek. Deels zijn deze 8 dynamieken het zelfde (overeenkomstig) in een tijdruimte als in een ruimtetijd veld en deels zijn ze door de contouren verschillend de 8 dynamieken in een tijdruimte zijn anders dan die van in een ruimtetijd. Ze worden ook door de contouren anders geordend.

Het verschil tussen dynagram en diagram wordt dan ook voor een groot deel beplaadt door hun relatie met tijd en ruimte.

Tijd en ruimte

Wellicht zijn ruimte en tijd, massa en energie, deeltjes en golven slechts secundaire eigenschappen die afgeleid kunnen worden van het hele al en of de hele ongedeelde werkelijkheid, die wij slechts deels kennen als ruimte en tijd, etc.

We onderscheiden hier tijd (rechterzijde) en ruimte (linkerzijde), het ene is niet bepalender dan het andere. Ze zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden.

Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een dynamische tijd structuren.(structuur: moet hetzelfde blijven)

Bronpunten (cruciale coördinaten) hebben een vaste structuur in relatie tot elkaar. Doordat elk bronpunt een unieke dynamiek heeft en door de assen. Bronpunten hebben een variabele ordening in relatie tot resonanties en de contouren; ruimtetijd (diagram) en tijdruimte (dynagram).

Deze variabele ordening kan een cruciale verband (positie, betrekking, inhoud of proces) weergeven van de bronpunten in het grondpatroon. Afhankelijk van de ingevoegde en te onderzoeken data kunnen plekken en functies in een gram variëren.

De assen, te samen met de contouren en de bronpunten vormen een samenhangend complex van web en matrix van ruimte en tijd, ordening en structuur.

Diagram en dynagram zijn twee te onderscheiden systeem dynamische velden waarin de waarschijnlijkheidsfuncties tussen :

  • processen en inhouden zich laten structureren als een samenhangend geheel (dynagram). Primaire tijd.

  • posities en betrekkingen aan de orde gesteld kunnen worden als een .....(diagram) Primaire ruimte.

We spreken van cruciale contouren in de bouwpatronen met doorgaans een vaste structuur:

  • een dynagram processen en inhouden in een tijdruimte

  • een diagram positie en betreking in een ruimtetijd

We spreken van alternatieve verbanden in de grammen met variabele ordening:

De ordening van data en de hiermee samenhangende begrippen kunnen op grond van onderzoek en gevonden inherente dynamieken en functties vairieren.

Cruciale configuratieve componenten verhouden zich meer tot structuur in relatie tot de alternatieve configuratieve componenten die zich dan meer tot de ordening verhouden. Van de cruciale configuratieve componenten verhouden de assen en de bronpunten zich meer tot structuur en de contouren en resonaties meer tot ordening.

(((in een diagram hebben positie en betrekking doorgaans een vaste plek (structuur/cruciale contouren), zo ook inhoud en proces in het dynagram. De positionering ordening van data en de hiermee samenhangende begrippen kunnen op grond van onderzoek en de gevonden inherente dynamieken en functies variëren)))

De bronpunten hebben in relatie tot elkaar een structuur (dmv assen) in een diagram of dynagram. Evenwel met dit verschil dat dezelfde bronpunten (N, Z, O, W) in een diagram op een andere plek/(com)positie staan dan in een dynagram (noord in het diagram boven en in het dynagram beneden). In het diagram worden de bronpunten o.a. geordend in relatie tot ruimte en in het dynagram in relatie tot de tijd.

Hierdoor kunnen diagram en dynagram ten opzichte van elkaar enerzijds duidelijk onderscheiden worden en anderzijds zien we de overeenkomende coördinaten (bronpunten) met hun dynamieken verbanden.

Tijd en ruimte in een gram geven voor een deel de werkelijkheid weer zoals we die vanuit een subject betrokken optiek kunnen visualiseren. Daarmee komt een stukje werkelijkheid in beeld. Evenwel moeten we niet vergeten dat we altijd te maken hebben met een model waarin we dit stukje werkelijkheid in beeld hebben gebracht. Een model is niet de werkelijkheid, maar de wijze waarop en waarmee we naar de werkelijkheid kunnen kijken.

Tijd

  • Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn) Hoe laat de zon op komt en onder gaat hangt altijd af waar je bent en wanneer je er bent. Uiteindelijk kun je het verloop (proces) modelmatig verdelen in vieren. de zon is in een 'overgang' opkomend

  • de zon staat op zijn 'hoogte punt'

  • de zon is in een 'overgang' neergaand

  • de zon staat op zijn 'diepte punt'

Of het nou maanden duurt of één dag, het proces blijft hetzelfde voor de waarnemer, kijkend vanuit de aarde.(meer subject betrokken, mythisch functioneel)

We nemen hier het voorbeeld van het proces van de dagloop, maar je kunt het ook uitwerken voor het proces van de seizoenen in de jaarloop.

ochtend overeenkomend met de lente

middag overeenkomend met de midzomer

avond overeenkomend met de herfst

midnacht overeenkomend met de midwinter

De tijdsloop van de uren in een dag loopt gelijk aan de tijdsloop van de zon in een dag, maar de zon komt niet elke dag op hetzelfde uur op en gaat niet elke dag op hetzelfde uur onder (behalve rond de evenaar).

Overeenkomend met de tijdsloop loopt het proces cyclisch door, waarin zonsopgang, zon hoogte punt, zonsondergang en zon diepte punt zich verhouden tot een ordening waar in we processen structuren positie waar we een proces positioneren. of een structuur waar in we processen ordenen.

opmerking: ordening en structuur (compositie en configuratie en) zijn meer algemene begrippen, positie heeft ook betekenis bij de contouren. Liever positie, betrekking, proces en inhoud hier niet als algemeen gebruiken om verwarring te voorkomen.

De uren van de dag, verhouden zich tot een bepaalde maat. In dit geval een afgesproken vaste tijd: een uur met 60 min en een dag met 24 uur. De klokken tijd krijgt een vaste inhoud en de daaraan verbonden structuur positionering (plek):

09:00 het 'midden' van de ochtend.

15:00 het 'midden' van de middag

21:00 het 'midden' van de avond

03:00 het 'midden' van de nacht.

De klokkentijd als inhoud kunnen we verbinden met de processen in een dag.

Het ochtend proces loopt van 03:00 tot 09:00 met als 'overgangspunt' 06:00, als start van de ochtend

Het dag proces loopt van 09:00 tot 15:00 met als 'hoogte punt' 12:00, als start van de middag

Het avond proces loopt van 15:00 tot 21:00 met als 'overgangspunt' 18:00, als start van de avond

Het nacht proces loopt van 21:00 tot 03:00 met als 'dieptepunt' 00:00, als start van de midnacht.

Koppelen we deze modelmatig aan de assen:

De zon op zijn hoogte punt en de zon op zijn diepte punt vormen samen een polaire dynamiek. Ze staan tegenover elkaar en beiden zijn ze omslagmomenten. De een kan niet zonder de ander bestaan. In het model op de ruimte-as zijn ze er tegelijkertijd, waar het aan de ene kant donker is, is het aan de andere kant licht. Dit geldt in de werkelijkheid alleen voor de poolnacht en de pooldag.

Zonsopgang en zonsondergang zijn overgangen; in hun beweging zijn ze duaal, ze kunnen niet tegelijkertijd plaats vinden, maar alleen na elkaar.

Modelmatig nemen we de betekenis van de horizon waaraan opkomst en neergang van de zon af te lezen is over in de functie van de horizontale as. Deels komt de horizontaal overeen met de horizon, maar deels ook niet, met name daar waar de horizon als opkomst en ondergang van de zon variabel is (afhankelijk van waar je bent en wanneer je er bent).

De tijds zones op de aarde verlopen verticaal over de horizontale as van oost naar west. Aan het oosten verbinden we met de opkomst van het licht de toekomende tijd en aan het westen verbinden we met het donker worden de verleden tijd.

Met de opkomst en ondergang van de zon (als proces) die niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden, geven we aan de horizontaal de functie van de duale as.

Met het hoogte punt en diepte punt van de zon (als proces) die modelmatig op de verticale as geplaatst worden geven we aan de verticaal de functie van de polaire as. Hoogte punt en diepte punt impliceren een tweeheid die zich kenmerkt door een insluitende, ledige verhouding. Het hoogte punt impliceert het diepte punt en vice versa.

Met het fenomeen van de horizon verschijnt op aarde het direct waarneembare fenomeen van de tijd en de daaraan gerelateerde overgangen in de dagloop.

Daarmee hangt ook samen dat door de horizon de werking van de tijd verschijnt, de zon komt op, ergens aan de horizon en de zon gaat onder, ergens aan die zelfde horizon. Ontstaan, verschijnen, vergaan en verdwijnen ontstaan als fenomenen in een zintuiglijk waarneembare fenomenale werkelijkheid. Met de werking van het licht verschijnt de horizon die aan de dag treedt en met de nacht terug treedt.

Het is deze in vieren gedeelde horizon (ochtend – middag – avond – midnacht), gerelateerd aan de vier windrichtingen, noord en zuid op de verticaal en oost en west op de horizontaal, die van oudsher beschouwd werden als samenhangend met de 4 secundaire en 4 primaire kwaliteiten, de vier elementen, met in hun midden de quinta essentia, de ether werking (zie Ernst Marti, Das Aetherische).

Ruimte

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken zich in een dynamische tijd structuren.(structuur: moet hetzelfde blijven)Vanuit een subject betrokken optiek maakt het uit waar je staat en van waaruit je kijkt: naar het noorden of naar het zuiden.Bekijken we de aarde van uit een object betrokken optiek dan maakt het niet uit waar je op aarde staat aangezien je jezelf buiten de aarde denkt. Waar je je ook bevindt, blijft het noorden en het zuiden zich bevinden waar we ze modelmatig hebben gepositioneerd in het diagram (rood).Uiteindelijk k