Netwerk‎ > ‎

Bouwpatronen voor 2017

Opmerking en belangrijk!

 

De groene teksten zijn oude teksten nog niet theorieboek comptabel. Alleen het onderwerp sluit deels aan.

De schoen veter bestaat deels uit een opsomming van begrippen gerelateerd aan het dynagram en diagram.

Dynagram:
tijd
gedachte gang
verhaal
cosmomorf
subject betrokken
beeld
synthetisch

Diagram:
ruimte
geeft te denken
woord
antropomorf
object
begrip
analytisch


Wat overgaat naar hoe je beide begrippen in een dynagram en diagram zou plaatsen.

De schoenveter zelf is ook weer opgebouwd in een bepaald ritme hou hier rekening mee. (vooral wanneer je het op de schop gaat gooien) 



Moet nog allemaal beter gestructureerd worden.Ik heb daar al wel ideen over. Grondpatroon uitleg staat voor mij nog als prioriteit nummer 1.

idee Grof weg:

  • dynagram en diagram
  • basis dynamiek van beide, diagram in dien mogelijk verder vereenvoudigd.
  • Beide spiraal door denken

  • opsomming begrippen gerelateerd aan dynagram en diagram (referentie kader)
  • Het kosmomorf en antropomorf kan net zo leidend zijn voor een keuze van een gram als tijd en ruimte dat kunnen zijn

  • (evt in weven of) erna dezelfde begrippen in een dynagram en diagram, verschil duidelijk zicht baar te maken. Wat er gebeurt als je bijvoorbeeld subject betrokken en object betrokken in een dynagram plaatst en wanneer je ze in een diagram zou plaatsen.


Bijv. De door wel bekende begrippen uit het diagram. (Waar in ze op gesplitst worden in 2 routes.)

In proces en dynagram:
Object betrokken op oost. (Naar Buiten)
Subject betrokken op west. (Naar Binnen)
Beelden op zuid.
Begrippen  op noord.

Wat weer geeft dat je naar een object betrokken proces je  vervolgens het proces aan gaat deze vindingen tot beeld te brengen.
En vanuit een subject betrokken proces je het proces aan gaat deze vindingen tot begrip te brengen. Als 4 processen die met elkaar in een cyclisch proces aan gaan. 
De beweging van stijgen en dalen blijven in takt.

De begrippen komen dan in het dynagram niet op posities/ of in betrekking te staan met 2 te onderscheiden routes maar als een mogelijk proces. Waarin je het een na het ander kan laten opvolgen. In het diagram komen ze dan wel als twee onderscheiden routes te staan.  

Dus de koppeling tussen stijgen en dalen (pijlen naar boven en na beneden) te samen met sympathische en antipatiche (pijlen links om en rechts om.)

Niet op elkaar leggend maar ze in eerste instantie  strikt gescheiden aan te bieden.

Zo is het interessant, Hoe dezelfde begrippen een diagram anders komen te staan dan in een dynagram.
En juist het verschil tussen positie en proces versterkt.

Zie stukje hoofstuk Bouwpatronen
Analyseren en synthiseren.
Waarin dat ook zo mooi zichtbaar wordt.
Ik wilde nog juist het verschil tussen dynagram en diagram. Verder zichtbaar maken door dezelfde begrippen in een dynagram en in een diagram te plaatsen.

Bijv ook dus de begrippen object betrokken en subject betrokken. Maar het kunnen er ook nog meer worden die dit zo mooi kunnen.

Door eerst streng het verschil te laten zien.

En vervolgens ook voorbeelden te geven waarin er mee gespeeld word. 
Om in dien van toepassing er ook mee te kunnen spelen. (Zoals dus enkele dynagrammen waarin linksom en rechts om wel voorkomen). Waar Mijn laatste mail juist weer over ging. (Speels in de uitwerking) 

Om zo andere
Te laten weten/te leren wat alle mogelijkheden zijn als je een gram maakt. Wat je allemaal rekening mee dient te houden als je een keuze tussen dynagram of  diagram maakt en/of juist achteraf kunt onderzoeken wat je hebt gedaan. 

Wat er allemaal mee speelt en ook hoe je er allemaal mee kan spelen. 
voor mij is het duidelijk dat  het onderscheid nog helder zichtbaar gemaakt dient te worden.
Het stond nog op mijn lange to do lijst.
Helaas gaat het me niet meer lukken, maar graag had ik het hoofdstuk bouwpatronen onder de schop genomen.

Hier ligt nog veel werk zoals je net al las wat nog ingebracht moet worden. Maar ook wat er ligt is veel werk o uit te pluizen wat nog bruikbaar is en wat weg kan. 
Het hoofdstuk bouwpatronen is veel 'oud'. Dit deel van de slang is gemaakt nog voor alle inzichten en definities van de inleiding en het hoofdstuk Grondpatroon.
Groene teksten zijn oud met veel gesmurf. Dat (bijna) niet te lezen is waar het om gaat. Gaat het om verhoudingen, wisselwerkingen, betrekkingen? enz. 
Blauwe teksten zijn al pogingen om deze te doen ontwarren maar sommigen zijn ook al verouderd. 

Dus veel werk te doen voor de geen die zich voelt geroepen.
Maar ik zou het ook niet aanraden om mensen het op de schop te laten gooien als ze de hoofdstukken inleiding en Grondpatroon nog niet van binnen en buiten uit kennen, kunnen enz . 
Dus dat mag nog even blijven rusten.

 

Algemeen, Bouwpatronen

In de bouwpatronen worden de mogelijke ordeningen van het grondpatroon verder gedefinieerd maar zodanig dat ze toch blijven beantwoorden aan het grondpatroon. Elk bouwpatroon kent ook een eigen structuur en ordening.

De (tot nu toe) 5 systeem dynamische bouwpatronen zijn:

  • Dynagram, de tijd is primair, in een tijdruimte veld, gedachte gang, blauw gekleurd (afbeelding)
  • Diagram, de ruimte is primair, in een ruimtetijd veld, geeft te denken, rood gekleurd (afbeelding)
  • Duogram, een diagram in een dynagram, 2 onderscheiden velden ineen, die met elkaar een tegenstelling vormen, teneinde de wisselwerking tussen een diagram en een dynagram te kunnen onderzoeken, (rood en blauw gekleurd) (afbeelding)
  • Dictogram,  (dicto)grammen die ontstaan van uit een onderzoeksveld. In dit onderzoeksveld kan naar aanleiding van een onderzoeksvraag bepaalde ervaringen ter sprake gebracht worden. Metaforisch gezien een 'sprekend veld' waarin men kan lopen en werken, voor zover de bronpunten bepaald worden. In een dictogram wordt hetgeen aan de orde is gekomen (ter sprake komt) in beeld en tot begrip gebracht in 2 gescheiden grammen (dynagram of diagram), die met elkaar een tegendeel vormen.
  • Hologram, bestaat uit een diagram en een dynagram waarin de bronpunten deels gescheiden zijn en deels samenvallen. De wisselwerking tussen een tijdruimte veld en een ruimtetijd veld wordt zichtbaar. Weergegeven in hologram kleuren, elk bronpunt heeft een eigen kleur en/of kleuren combinatie.


Dynagram en Diagram


Tijd en ruimte, diagram en dynagram

Langzamerhand is er al  het één en ander aanbod gekomen over dynagram en diagram.
De assen blijven in een dynagram en diagram hetzelfde, ze worden herhaald.
Maar bij de contouren zagen we al verandering ondanks dat alle vier van de contouren in beide velden uitgewerkt kunnen worden.
  • Het dynagram is een tijdruimte veld (met processen en inhouden)
  • Het diagram een ruimtetijd veld (me posities en betrekkingen)
De 8 bronpunten hebben ieder een eigen specifieke dynamiek.  Deels zijn deze 8 dynamieken het zelfde (overeenkomstig) in een tijdruimte als in een ruimtetijd veld en deels zijn ze door de contouren verschillend de 8 dynamieken in een tijdruimte zijn anders dan die van in een ruimtetijd. Ze worden ook door de contouren anders geordend.
Het verschil tussen dynagram en diagram wordt dan ook voor een groot deel beplaadt door hun relatie met tijd en ruimte.



Tijd en ruimte

Wellicht zijn ruimte en tijd, massa en energie, deeltjes en golven slechts secundaire eigenschappen die afgeleid kunnen worden van het hele al en of de hele ongedeelde werkelijkheid, die wij slechts deels kennen als ruimte en tijd, etc.



We onderscheiden hier tijd (rechterzijde) en ruimte (linkerzijde), het ene is niet bepalender dan het andere. Ze zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden.

Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken  zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)

Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en
raak-vlakken  zich in een dynamische tijd structuren.(structuur: moet hetzelfde blijven)

Bronpunten (cruciale coördinaten) hebben een vaste structuur in relatie tot elkaar. Doordat elk bronpunt een unieke dynamiek heeft en door de assen. Bronpunten hebben een variabele ordening in relatie tot resonanties en de contouren; ruimtetijd  (diagram) en tijdruimte (dynagram).

Deze variabele ordening kan een cruciale verband (positie, betrekking, inhoud of proces) weergeven van de bronpunten in het grondpatroon.  Afhankelijk van de ingevoegde en te onderzoeken data kunnen plekken en functies in een gram variëren.

De assen, te samen met de contouren en de bronpunten vormen een samenhangend complex van web en matrix van ruimte en tijd, ordening en structuur. 

Diagram en dynagram zijn twee te onderscheiden systeem dynamische velden waarin de waarschijnlijkheidsfuncties tussen :
  • processen en inhouden zich laten structureren als een samenhangend geheel (dynagram). Primaire tijd.
  • posities en betrekkingen aan de orde gesteld kunnen worden als een .....(diagram) Primaire ruimte.
We spreken van cruciale contouren in de bouwpatronen met doorgaans een vaste structuur:
  • een dynagram processen en inhouden in een tijdruimte
  • een diagram positie en betreking in een ruimtetijd

We spreken van alternatieve verbanden in de grammen met variabele ordening:

De ordening van data en de hiermee samenhangende begrippen kunnen op grond van onderzoek en gevonden inherente dynamieken en functties vairieren.

Cruciale configuratieve componenten verhouden zich meer tot structuur in relatie tot de alternatieve configuratieve componenten die zich dan meer tot de ordening verhouden. Van de cruciale configuratieve componenten verhouden de assen en de bronpunten zich meer tot structuur en de contouren en resonaties meer tot ordening.

(((in een diagram hebben positie en betrekking doorgaans een vaste plek (structuur/cruciale contouren), zo ook inhoud en proces in het dynagram. De positionering  ordening van data en de hiermee samenhangende begrippen kunnen op grond van onderzoek en de gevonden inherente dynamieken en functies variëren)))

De bronpunten hebben in relatie tot elkaar een structuur (dmv assen) in een diagram of dynagram. Evenwel met dit verschil dat dezelfde bronpunten (N, Z, O, W) in een diagram op een andere plek/(com)positie staan dan in een dynagram (noord in het diagram boven en in het dynagram beneden). In het diagram worden de bronpunten o.a.  geordend in relatie tot ruimte en in het dynagram in relatie tot de tijd.
Hierdoor kunnen diagram en dynagram ten opzichte van elkaar enerzijds duidelijk onderscheiden worden en anderzijds zien we de overeenkomende coördinaten (bronpunten)  met hun dynamieken verbanden.



Tijd en ruimte in een gram geven voor een deel de werkelijkheid weer zoals we die vanuit een subject betrokken optiek kunnen visualiseren. Daarmee komt een stukje werkelijkheid in beeld. Evenwel moeten we niet vergeten dat we altijd te maken hebben met een model waarin we dit stukje werkelijkheid in beeld hebben gebracht. Een model is niet de werkelijkheid, maar de wijze waarop en waarmee we naar de werkelijkheid kunnen kijken. 


Tijd


Tijd, is een dynamiek van het veld waardoor alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken  zich in een statische ruimte ordenen. (ordening: moet samenhangend zijn)

Hoe laat de zon op komt en onder gaat hangt altijd af waar je bent en wanneer je er bent. Uiteindelijk kun je het verloop (proces) modelmatig verdelen in vieren.
  • de zon is in een 'overgang' opkomend
  • de zon staat op zijn 'hoogte punt'
  • de zon is in een 'overgang'  neergaand
  • de zon staat op zijn 'diepte punt'

Of het nou maanden duurt of één dag, het proces blijft hetzelfde voor de waarnemer, kijkend vanuit de aarde.
(meer subject betrokken, mythisch functioneel)

We nemen hier het voorbeeld van het proces van de dagloop, maar je kunt het ook uitwerken voor het proces van de seizoenen in de jaarloop.
ochtend overeenkomend met de lente
middag overeenkomend met de midzomer
avond overeenkomend met de herfst
midnacht overeenkomend met de midwinter

De tijdsloop van de uren in een dag loopt gelijk aan de tijdsloop van de zon in een dag, maar de zon komt niet elke dag op hetzelfde uur op en gaat niet elke dag op hetzelfde uur onder (behalve rond de evenaar).

Overeenkomend met de tijdsloop loopt het proces cyclisch door, waarin zonsopgang, zon hoogte punt, zonsondergang en zon diepte punt zich verhouden tot een ordening waar in we processen structuren positie waar we een proces positioneren.
of een structuur waar in we processen ordenen.

opmerking: ordening en structuur (compositie en configuratie en) zijn meer algemene begrippen, positie heeft ook betekenis bij de contouren. Liever positie, betrekking, proces en inhoud  hier niet als algemeen gebruiken om verwarring te voorkomen.


De uren van de dag, verhouden zich tot een bepaalde maat. In dit geval een afgesproken vaste tijd: een uur met 60 min en een dag met 24 uur. De klokken tijd krijgt een vaste inhoud en de daaraan verbonden structuur positionering (plek):
09:00 het 'midden' van de ochtend.
15:00 het 'midden' van de middag
21:00 het 'midden' van de avond
03:00 het 'midden'  van de nacht.

De klokkentijd als inhoud kunnen we verbinden met de processen in een dag.
Het ochtend proces loopt van 03:00 tot 09:00 met als 'overgangspunt' 06:00, als start van de ochtend
Het dag proces loopt van 09:00 tot 15:00 met als 'hoogte punt' 12:00, als start van de middag
Het avond proces loopt van 15:00 tot 21:00 met als 'overgangspunt' 18:00, als start van de avond
Het nacht proces loopt van 21:00 tot 03:00 met als 'dieptepunt' 00:00, als start van de midnacht.

Koppelen we deze modelmatig aan de assen:
De zon op zijn hoogte punt en de zon op zijn diepte punt vormen samen een polaire dynamiek. Ze staan tegenover elkaar en beiden zijn ze omslagmomenten. De een kan niet zonder de ander bestaan. In het model op de ruimte-as zijn ze er tegelijkertijd, waar het aan de ene kant donker is, is het aan de andere kant licht. Dit geldt in de werkelijkheid alleen voor de poolnacht en de pooldag.
Zonsopgang en zonsondergang zijn overgangen;  in hun beweging zijn ze duaal, ze kunnen niet tegelijkertijd plaats vinden, maar alleen na elkaar.


Modelmatig nemen we de betekenis van de horizon waaraan opkomst en neergang van de zon af te lezen is over in de functie van de horizontale as. Deels komt de horizontaal overeen met de horizon, maar deels ook niet, met name daar waar de horizon als opkomst en ondergang van de zon variabel is (afhankelijk van waar je bent en wanneer je er bent).

De tijds zones op de aarde verlopen verticaal over de horizontale as van oost naar west. Aan het oosten verbinden we met de opkomst van het licht de toekomende tijd en aan het westen verbinden we met het donker worden de verleden tijd.

Met de opkomst en ondergang van de zon (als proces) die niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden, geven we aan de horizontaal de functie van de duale as.

Met het hoogte punt en diepte punt van de zon (als proces) die modelmatig op de verticale as geplaatst worden geven we aan de verticaal de functie van de polaire as. Hoogte punt en diepte punt impliceren een tweeheid die zich kenmerkt door een insluitende, ledige verhouding. Het hoogte punt impliceert het diepte punt en vice versa.

Met het fenomeen van de horizon verschijnt op aarde het direct waarneembare fenomeen van de tijd en de daaraan gerelateerde overgangen in de dagloop.

Daarmee hangt ook samen dat door de horizon de werking van de tijd verschijnt, de zon komt op, ergens aan de horizon en de zon gaat onder, ergens aan die zelfde horizon. Ontstaan, verschijnen, vergaan en verdwijnen ontstaan als fenomenen in een zintuiglijk waarneembare fenomenale werkelijkheid. Met de werking van het licht verschijnt de horizon die aan de dag treedt en met de nacht terug treedt.

Het is deze in vieren gedeelde horizon (ochtend – middag – avond – midnacht), gerelateerd aan de vier windrichtingen, noord en zuid op de verticaal en oost en west op de horizontaal, die van oudsher beschouwd werden als samenhangend met de 4 secundaire en 4 primaire kwaliteiten, de vier elementen, met in hun midden de quinta essentia, de ether werking (zie Ernst Marti, Das Aetherische).


Ruimte


Ruimte, is een statiek van het veld waarin alle coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken  zich in een dynamische tijd structuren.(structuur
: moet hetzelfde blijven)

Vanuit een subject betrokken optiek maakt het uit waar je staat en van waaruit je kijkt: naar het noorden of naar het zuiden.

Bekijken we de aarde van uit een object betrokken optiek dan maakt het niet uit waar je op aarde staat aangezien je jezelf buiten de aarde denkt. Waar je je ook bevindt, blijft het noorden en het zuiden zich bevinden waar we ze modelmatig hebben gepositioneerd in het diagram (rood).

Uiteindelijk kunnen je de posities  modelmatig verdelen in vieren:

  • Oost punt, rechts,
  • Zuid punt, onder
  • West punt, links
  • Noord punt, boven

In de werkelijkheid kunnen we met het noorden bedoelen het verlengde van de lengte as van de aarde, het middelpunt van het noordelijk halfrond en
de magnetische pool. Ze liggen niet op dezelfde plek.
Zo spreken we ook over het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond (verticaal) gescheiden door de evenaar (horizontaal). Waar oost en west zich bevinden is afhankelijk waar je je bevindt, maar je oriënteert je wel op het noorden. De kompas naald wijst het magnetische noorden aan en de poolster staat in het noorden in het verlengde van de aard as. Zo is voor de waarnemer op het noordelijk halfrond, kijkend naar het zuiden, het oosten links. Voor de waarnemer op het zuidelijk halfrond, kijkend naar het noorden, het oosten rechts.

De kompas naald werd van oudsher weergegeven met de kleur blauw voor het noorden en de kleur rood voor het zuiden. Aangezien de magnetische noordpool van de aarde de zuidpool van de kompas naald aantrekt, wijst rood het noorden aan en blauw het zuiden. Een wisselwerking tussen noord en zuid impliceert dat er geen noorden is zonder zuiden. Waarmee we komen op de ruimte as met haar polaire dynamiek. De twee magnetische polen vormen de twee uitersten van een tweeledigheid, waarin het noorden de concentrische dynamiek laat zien en het zuiden de discentrische dynamiek.

Modelmatig geven we in het diagram (rood) deze polaire dynamiek weer op de verticale as met eveneens aan het noorden een concentrische dynamiek en aan het zuiden een discentrische dynamiek. Ook in een dynagram blijft deze verticale as dezelfde functie houden maar met dit verschil dat het concentrische noorden beneden komt te staan en het discentrische zuiden boven komt te staan. Het verschil leggen we in het volgende hoofdstuk/deel verder uit.



NO, ZW, NW, ZO, relatie betrekking

Het combineren van tijd en ruimte

Wanneer we tijd en ruimte, subject en object betrokken bijeenbrengen in een gram krijgen we het volgende plaatje waar in we de cyclus van de seizoenen van beide halfronden polair in beeld brengen.


Zowel het dynagram (blauw) op het zuidelijk halfrond als op het noordelijk halfrond geeft de subjectbetrokken positie weer van de waarnemer (rood poppetje).
Op het noordelijk halfrond ziet de waarnemer de zon links  opkomen in het oosten en rechts ondergaan in het westen. De zon gaat van links naar rechts.
Op het zuidelijk halfrond ziet de waarnemer de zon rechts opkomen in het oosten en links ondergaan in het westen. De zon gaat van rechts naar links.

Ondanks het verschil in noord en zuid voor de waarnemers (op het noordelijk en zuidelijk halfrond) blijft de ochtend aan het oosten verbonden en het westen aan de avond. Zo ook respectievelijk de opkomst en ondergang van de zon in de dagloop en wat betreft de jaarloop zien we een zelfde dynamiek: lente met een stijgend zonneboog en de herfst met een dalende zonneboog.

Stijgen (verschijnen) en dalen (verdwijnen) van de zonnebaan plaatsen we op de horizontale as, daar waar we ook proces en tijd in beeld brengen.

Op de vertikale as zien we wel een verschil: voor het noordelijk halfrond verbinden we de zomer aan het zuiden en voor het zuidelijk halfrond wordt de zomer aan het noorden gekoppeld. Wel blijven de zomers warm (gerelateerd aan de zonne stand tussen steenbokskeerkring en kreeftskeerkring) en de winters koud (gerelateerd aan zowel de koude noord-pool als de koude zuid-pool), c.q. mede afhankelijk van lichtinval: schuine stand van de aard-as en de positie van de aarde in een baan om de zon).

Aangezien de jaarloop modelmatig in maanden en dagen wordt verdeeld, is het willekeurig op welke datum de seizoenen plaats vinden. Tussen het noordlijk en zuidelijk halfrond zien we een spiegeling. Als voor de waarnemer op het noordelijk halfrond in maart de lente begint, begint op het zuidelijk halfrond voor de waarnemer de herfst enz.

Zo zie je tussen werkelijkheid en model deels overeenkomsten en deels verschillen. Wanneer we modelmatig werken, hebben we de contouren (proces, inhoud, positie en betrekking) gekoppeld aan de bronpunten (windstreken en windrichtingen: Oost, Zuid, West, Noord). De werkelijkheid is complexer dan het model. Het model is niet de werkelijkheid, maar probeert een aantal dynamieken (functies) uit de werkelijkheid consistent en coherent weer te geven en te onderzoeken.

Dynagram en Diagram



Het functionele paradigma is pas mogelijk bij de wederkerigheid van, Zelf-functie en Ik-functie, Wordings-functie en Zijns-functie, tijd en ruimte,  van mytisch en ontologische van, van ordening en structuur.
Structuur is het systeem, de ordening is de dynamiek.
In een dynagram en diagram vind je structuur en ordening.

  • Dynagram, karakteriseert een mate van beweging (ordening) die de vorm (structuur) constitueert.
  • Diagram, karakteriseert een mate van vorm (structuur) die beweging (ordening) mogelijk maakt.

Toch zijn er onderling verschillen:

Dynagram:


  • De tijd is primair, in een tijdruimte veld
  • De configuratieve componenten verhouden zich meer tot de tijd (configuratie dynamiek, proces)
  • Tijd wordt ruimte, een dynagram, karakteriseert een mate van beweging (ordening/tijd) die de vorm (structuur/ruimte) constitueert.
  • Verhoudt zich meer tot de ordening ,geeft daardoor de gedachte gang weer.
  • Dynagram geeft een gedachtegang weer, brengt het reeds vermoede via beelden en betrekkingen (processen?/configuratie?) tot begrip.
  • Verhaal geeft een gedachte gang weer.
  • Van uit een functioneel mythisch referentie kader.
    • kosmo - morf
    • subject betrokken
    • primair synthetisch maar ook analytisch.
    • Praxis

Link naar dynagrammen op site

Diagram:


  • De ruimte is primair, in een ruimtetijd veld.
  • De con-figuartiev componenten verhouden zich meer tot de ruimte (compositie, statiek, positie)
  • Ruimte wordt tijd, een diagram, karakteriseert een mate van vorm (structuur) die beweging (ordening) mogelijk maakt.
  • Verhoudt zich meer tot de structuur, geeft daar door te denken.
  • Geeft te denken, brengt het nog onvermoede via begrippen en posities in beeld.
  • Woorden geven nog te denken.
  • Vanuit een functioneel ontologisch referentie kader.
    • Antropomorf
    • Object betrokken.
    • Primair Analytisch sec ook synthetisch.
    • Theoria
Link naar diagrammen op site




Te onderscheiden bewegingen in dynagram en diagram



Basis voorbeelden dynagram en diagram

Het verschil tussen dynagram en dyagram zien we het sterkste over de duale as.

Oost en west in een tijdruimte staan ze in relatie tot processen. Het stijgende en het dalende.

Oost en west in relatie tot een ruimtetijd staan ze in relatie tot posities. Van tegendeel en tegenstelling.



Dynagram basis voorbeeld


Oost:     Versnellen         stijgen                 lente        
Zuid:     Exploderen        verspreiden         zomer
West:    Vertragen          dalen                   herfst
Noord:   Imploderen        verzamelen         winter











Diagram basis voorbeeld



Tegendeel,
Tegenstelling,
Polariteit
Relativiteit
Negatie













Door dat bij het diagram de ruimte primair is en de tijd secundair.  Zijn  er verschillende  te denken routes mogelijk. Toch is het van belang om 2 belangrijke routes van het diagram weer te geven. De antipatische en de sympatische route.


Wat hier onder wordt nog niet in andere delen van de tekst in andere woorden beschreven,(inleiding veld, grondpatroon assen verbanden enz) Wat hier van nog bruikbaar voor de verhouding tussen tegendelen en tegenstelling? Of de uitleg van deze? 


Een symmetrische betrekking kunnen we omschrijven als een tegendelige en tegenstellende betrekking, waarin de een het tegendeel vormt van de ander, er is geen subject zonder object en vice versa.
De een kan zich ook tot de ander verhouden in een tegenstelling, het subject is niet het object en het object is niet het subject. Door de tegenstelling kunnen ze elkaar wederzijds uitsluiten. In dier voege is de symmetrische betrekking een wederkerige eliminerende betrekking. Eliminerend wil zeggen, de een kan de ander teniet doen. Waar een object is, is er geen subject en vice versa waar een subject is, is er geen object. Voor een juist begrip dienen beiden gescheiden te worden om een subject object relatie te definiëren.

In een systeemdynamisch verband situeren we deze wederkerige eliminerende betrekking op de horizontale as en duiden haar als de duale as, bestaande uit twee grootheden zonder hun midden. Deze as geeft de uitsluitende dynamiek weer, het ene komt na het andere voor. Deze uitsluitende dynamiek wordt pas mogelijk door de overeenkomstwerking, de een is de ander. Door de overeenkomstwerking wordt de symmetrische dynamiek pas mogelijk tot uiting komende in de dynamiek tussen tegendeel en tegenstelling (aemulatio, de twist tussen het ene en het andere).


Een dynamische eenheid van polaire tegenstellingen ontvouwt zich uit de cirkelvormige beweging als een heen en weergaande oscillerende beweging tussen 2 uiterste punten in een dynamiek van vertragen rond de polen en een versnelling langs de opstijgende en indalende tendensen, de dynamische verhouding tussen tegendelen en tegenstellingen.

Tegen stellingen en tegen delen/ verschijnen en verdwijnen
Alle afzonderlijke delen manifesteren zich als leden van een en dezelfde werkelijkheid, delen en leden, evenals posities en betrekkingen, zijn onverbrekelijk verbonden (als elkaars tegendelen). Daar waar ze verschijnen vormen ze elkaars tegendeel, daar waar ze verdwijnen vormen ze elkaars tegenstelling in zowel de werkelijkheid als in het denken over de werkelijkheid als tussen kennen en de werkelijkheid.

Vergelijken we het kennen met een metafoor als het licht, dan is licht én metafoor voor zichtbaar en denkbaar maken én fysische werkelijkheid en gedraagt licht zich als een grootheid die zich beweegt middels fotonen en of zich gedraagt als golven en of vice versa.



De basis beweging spiralend doordenken


Uitleggen: de regels van de analogie (M.Foucault)

....



Met betrekking tot het begrip analogia goed helder uit leggen wat er hier wordt bedoeld. Let op tekst boven in (overeenkomstige coordinaten en systeem veld link):

Kwalitatieve systeem dynamiek is vormgeven aan analoog (overeenkomst en verschil) denken.  Denken van uit een statische 'grondsteen' (frame map) waardoor modellen met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Structuur en ordening in beeld gebracht om vervolgens ze tot begrip te brengen. De modellen vormen een en-en relatie, ze zijn onderling met elkaar te verbinden. Er ontstaat een midden die mogelijke verbanden aan het licht kan brengen.

Kwantitatieve systeem dynamiek is vormgeven aan causaal (oorzaak en gevolg patronen) denken.
Denken in verschillende dynamische 'bouwstenen' (mind-maps) waardoor modellen min of meer  op zich zelf staan. Ordening en structuur in begrip gebracht om vervolgens ze in beeld te brengen. De modellen vormen een of-of relatie, ze zijn onderling niet met elkaar te verbinden. Er ontstaat een tussen die nog bemiddeld dient te worden.

Verschil of overeenkomst van betekenis  van eerder al gebruikte begrippen, helder weer even om uiteindelijke verwarring te voorkomen.  





Dynagram spiraal gedachte gang



Ontwikkeling -worden-
Dynamiek - vervloeiing
Inwikkeling -zijn-
Statiek - verstarring









Diagram te denken spiraal



Antipathia
Analogia
sympathia
Convenietia
Aemulation








Dynagram en diagram irt denken, verhaal, woorden


'Gedachtegang' en 'Geeft te denken'


Gedachtegang


Het dynagram beeldt een gerichte gedachtegang.

Processen en inhouden vormen een samenhangend geheel, in deze een dynagram, gekenmerkt door een statisch kruis in een dynamisch veld.  (gedachte gang)

  • Blauw wordt doorgaans getypeerd als een koude kleur. Koud wordt gekarakteriseerd door een concentrische dynamiek.
  • In een dynagram (dynamisch veld) geven we een 'gedachte gang' weer.  Een gedachte gang is rond wanneer het een en ander zodanig heeft verbonden dat het insluitend op zichzelf staat. Een gedachte gang krijgt hier mee een concentrisch karakter (blauw).
  • Verhoudt zich meer tot de ordening, geeft daardoor de gedachte gang weer.
  • Dynagram geeft een gedachtegang weer, brengt het reeds vermoede via beelden en betrekkingen (processen?) tot begrip.
  • Verhaal geeft een gedachte gang weer

Posities bronpunten in het dynagram hangen samen met de gedachte gang die je in kaart wil brengen.


Geeft te denken


Het diagram beeldt meerdere te denken richtingen.

Posities en betrekkingen vormen een onsamenhangend geheel, in deze een diagram, gekenmerkt door een dynamisch kruis in een statisch veld.  (nog te denken)

  • Rood wordt doorgaans getypeerd als een warme kleur.Warm wordt gekarakteriseerd door een discentrische dynamiek.
  • In een diagram (statisch veld) exploreren we hetgeen 'nog te denken' valt. Een diagram geeft te denken omdat de samenhang tussen de begrippen op meerder manieren uitgedacht kunnen worden. Het geen nog te denken valt krijgt hiermee een discentrisch karakter (rood).
  • Verhoudt zich meer tot de structuur, geeft daar door te denken.
  • Geeft te denken, brengt het nog onvermoede via begrippen en posities in beeld.
  • Woorden geven nog te denken.

Posities bronpunten in het diagram hangen samen met een mogelijke kaart op grond waar van je verschillende denk operaties kan oefenen.

 
Verhaal en woorden


Verhaal



Verhaal geeft een gedachte gang weer

Een gedachte gang is rond wanneer het een en ander zodanig heeft verbonden dat het insluitend op zichzelf staat. Een gedachte gang krijgt hier mee een concentrisch karakter.











Woorden


Woorden geven nog te denken.
 
Geeft te denken omdat de samenhang tussen de begrippen op meerder manieren uitgedacht kunnen worden. Het geen nog te denken valt krijgt hiermee een discentrisch karakter.









Dynagram en diagram irt mens, kosmos, subject en object


Evt gram met stofwisseling en geestwisseling


Cosmo-morf en antropomorf  
Suggestie: 
de termen antropomorf en kosmomorf op een ander plekje in resp diagram en dynagram plaatsen (allebei boven of onder het grammetje)? Met name om eerst de basisbegrippen subject en object toe te kunnen lichten in dia en dynagram. Nadat de subject object relatie zichtbaar en hanteerbaar is gemaakt, kunnen de termen antropomorf en kosmomorf aan de orde worden gesteld. Daarop volgend de termen subject betrokken en object betrokken?

let op onderliggende structuur bij de stets van 4.  cosmomorf en antropomorf meer 'web', subject en object meer 'matrix'.
Ik neem graag alles onder 'resonanties', (na de uitleg van het grondpatroon) Bij de start van bouwpatronen diagram en dynagram op de schop. Heb hier al wel ideeën over...
Grond patroon heeft nog prioriteit nummer 1.




Dynagram kent zijn wortels vanuit een mythische optiek.
Het subject staat centraal. 
Met de optiek dat de kosmos verbonden is met het subject .
Het object komt meer buiten spel.
Het subjectivering van de kosmos.  
En de dynamieken/statieken van de kosmos worden in het subject gewaar. En andersom de dynamieken /statieken van het subject ziet hij/zij terug in de kosmos.
Bij de mythische mens is zo wel het subject als het object een 'wie'

Diagram kent zijn wortels vanuit een onthologische optiek.
Het object staat centraal. 
Met  de optiek dat de mens gescheiden is van met het object.
Het subject komt meer buiten spel.
Het objectiveren van de mens.
En de dynamieken/statieken van de mens worden objectief waargenomen.
Bij de ontologische mens is zowel het object als het subject een 'wat'







Cosmo-morf

Functioneel mythische optiek Dynagram
subject betrokken

Hemel - geest
mens - ziel
aarde- lichaam

(hemel-mens-aarde, als overkoepelend stuk)

(Meerledige verhoudingen

Dit verbindend patroon is op te bouwen uit 2 of meerledige structuren, in het diagram en het dynagram zijn ze feitelijk 2 ledig/delig, 4 ledig/delig en 8 ledig/delig opgebouwd, met een uitstap naar 16 ledig en of 64 ledig enzovoorts. )








Antropomorf

Hemel
-Hoofd- (aardse hemel)
Mens - Borst- mens
Aarde- Buik- (hemelse aarde)

Functioneel ontologische  optiek Diagram
object betrokken











(3 ledige verhouding
Een meerledige verhoudingsstructuur die ook ruimte kan bieden aan de drieledige verhoudingsstructuur en ze bijgevolg aan de orde kan stellen, bijvoorbeeld:

Een 3 ledige dynamiek, van these, antithese en synthese.

Of een drieledige dynamiek met betrekking tot mythisch (onmiddellijke subject object verhouding), ontologisch (middellijke object subject verhouding) en functioneel (de polaire en duale dynamiek tussen subjecten, tussen objecten en tussen subjecten en objecten).

Of een drieledige dynamiek tussen denken, voelen en willen, enzovoorts.

Meerledige verhouding, 1 is geen ding, 2 is een half ding, 3 is een heelding. Van het oude en moderne wereld. De wed van 3 van de interactie van alle verschijnselen.

Bevestigen, ontkennen, verzoenen. Basis formules.)



Subject  betrokken en
object betrokken


En-en verhouding/verband- ledige verhouding/verband- includerend- onmiddelijke verhouding- subject betrokken

of-of verhouding/verband, -delige verhouding/verband- excluderend- middelijke verhouding- objectbetrokken

Subject en object verhouden zich tot elkaar als delen en leden van een en dezelfde werkelijkheid.

Binnen het functionele paradigma en bijgevolg binnen systeemdynamiek komt de subject object verhouding aan de orde als een en-en betrekking en of als een of-of betrekking.

 

Subject en object worden in een systeem dynamische wisselwerking deelnemers van en aan elkaars ontwikkeling en inwikkeling, subject en object werken complementair en zijn complementair symmetrisch werkende deelnemers.


In systeemdynamisch verband inter-acteren subject en object in twee onderscheiden routes, te weten een subjectbetrokken participerende route en een objectbetrokken opponerende route, de eerste leidend naar beeldvorming en de tweede leidend naar begripsvorming.

Subject  betrokken

Een subjectbetrokken participerende route leidend naar beeldvorming.

In een subject betrokken route is het subject leidend en het object lijdend, dat wil zeggen dat het object zich moet richten naar het subject.


Een subject betrokken benadering poogt een waar genomen systeem via beelden en fenomenen in kaart te brengen, mogelijk uit te werken in een dynagram.

Voorbeeld: De maker van een mogelijke dynagram poogt beelden en fenomenen in kaart te brengen.


Object betrokken

Objectbetrokken opponerende route
leidend naar begripsvorming.

In een object betrokken route is het object leidend en het subject lijdend, dat wil zeggen dat het subject zich moet richten naar het object.


Een object betrokken benadering poogt een waar te nemen systeem via begrippen en feiten in kaart te brengen, mogelijk uit te werken in een diagram.

Voorbeeld: De maker van een mogelijke diagram poogt begrippen en feiten objectief in kaart te brengen.


Subject en object zijn wel te onderscheiden, maar niet te scheiden, niet te onderscheiden maar wel te scheiden, zie hier hun paradoxale interactie, die vraagt om een systeem dynamisch geordend ont-moetingsveld.

Aangezien begripsvorming en beeldvorming op een systeemdynamische wijze zich tot elkaar kunnen verhouden, dienen wij de subject object relatie nader te omschrijven in een functioneel verband.

Groen schuingedrukte tekst ook gebruikt in hoofdstuk 'gram'  onder kopje Gram als een subject en object betrokken instrument
Voorbeeld : De maker van een gram en een gram verhouding zicht tot elkaar als twee delen en als twee leden wanneer de maker en de gram een eenheid vormen. Die met elkaar meer kunnen dan elk afzonderlijk.

Subject en object verhouden zich tot elkaar deels als objecten / delen en deels verhouden ze zich tot elkaar als subjecten / leden.

Voorbeeld: De maker van een gram en een gram zelf verhouden zich tot elkaar als objecten. Ze zijn 2 gescheiden delen. De maker van een gram en een gram verhouden zich tot elkaar als 2 subjecten. Ze zijn 2 verbonden leden. Ze zijn los van elkaar de een is de ander niet. Ook zijn ze verbonden ze beïnvloeden elkaar.

Een subject benoemen we als een waarnemend systeem, anderzijds kan het object ook een waarnemend systeem worden.

Voorbeeld: De maker van een gram leest een gram bekijkt zijn begrippen en beelden. Anderzijds is het met een gram mogelijk om de werkelijkheid en waarschijnlijkheid te onderzoeken. Het wordt een waarnemend systeem.

Een object benoemen we als een waar te nemen systeem, anderzijds kan het subject ook een waar te nemen systeem worden.

Voorbeeld: Een gram kunnen we benoemen als een waar te nemen systeem. We kunnen zien hoe hij er uit ziet en wat het kan. Anderzijds kan de maker ook een waar te nemen systeem worden. Je kunt zien hoe hij te werk gaat.

Een waarnemend systeem verhoudt zich tot een waar te nemen systeem zoals een waar te nemen systeem zich ook weer kan verhouden tot een waarnemend systeem.

Voorbeeld: De maker (waarnemend) verhoudt zich tot een gram (waar te nemen) zoals een gram (waar te nemen systeem) zich weer kan verhouden tot zijn maker (waarnemend systeem)


Een object betrokken benadering poogt een waar te nemen systeem via begrippen en feiten in kaart te brengen, mogelijk uit te werken in een diagram.

Voorbeeld: De maker van een mogelijke diagram poogt begrippen en feiten objectief in kaart te brengen.


Een subject betrokken benadering poogt een waar genomen systeem via beelden en fenomenen in kaart te brengen, mogelijk uit te werken in een dynagram.

Voorbeeld: De maker van een mogelijke dynagram poogt beelden en fenomenen in kaart te brengen.


subjectbetrokken: lichaams vermogen (kruizen), zielsvermogen, geestvermogen,

De vraag is of juist een subjectbetrokkendynagram zich niet het beste leent voor een kwantitatieve systeem dynamische uitwerking en een objectbetrokken diagram voor een kwalitatieve systeem dynamische benadering.

Dynagram en diagram irt tot Beeld, begrip, synthetiseren en analyseren.


Beeld en begrip


Enigszins simplificerend verhouden beeldvorming en begripsvorming zich respectievelijk tot het wilsvermogen en het denkvermogen, anderzijds verhouden denkvermogen en wilsvermogen zich ook tot beeldvorming en begripsvorming. We zien hier de polaire insluitende dynamiek tussen denken en willen, begripsvorming en beeldvorming, het ene is niet zonder het andere, ze kunnen onderscheiden worden, maar niet gescheiden. Het tegendelige denken en willen ontvouwt zich in een dynamiek tussen polariteit en relativiteit en vormen in begripsvorming en beeldvorming elkaars tegenstelling.

Klopt het dat dit grammetje ook nog verwerkt moet worden in de schoenveter, daar staat zowel bij dia als dynagram nog alleen maar positie en betrekking, inmiddels hebben we proces en inhoud toegevoegd als een van de contouren.

De groene teksten zijn oude teksten nog niet web boek comptabel. Alleen het onderwerp sluit deels aan. Hier staan bijvoorbeeld verhoudingen en verbanden nog door elkaar.
De schoen veter bestaat deels uit een opsomming van begrippen gerelateerd aan het dynagram en diagram.

Dynagram:
tijd
gedachte gang
verhaal
cosmomorf
subject betrokken
beeld
synthetisch

Diagram:
ruimte
geeft te denken
woord
antropomorf
object
begrip
analytisch


Wat overgaat naar hoe je beide begrippen in een dynagram en diagram zou plaatsen.


Moet nog allemaal beter gestructureerd worden.Ik heb daar al wel ideen over. Grondpatroon uitleg staat voor mij nog als prioriteit nummer 1.

idee Grof weg:

Basis
  • dynagram en diagram
  • basis dynamiek van beide
  • Beide spiraal door denken

  • opsomming begrippen gerelateerd aan dynagram en diagram (referentie kader)

  • (evt in weven of) erna dezelfde begrippen in een dynagram en diagram, verschil duidelijk zicht baar te maken. Wat er gebeurt als je bijvoorbeeld subject betrokken en object betrokken in een dynagram plaatst en wanneer je ze in een diagram zou plaatsen.


Subvraag als we de schoenveter in zijn geheel willen nutten, waar gaan we die plaatsen op de website?  Als we de schoenveter als eerste benoemen in de tekst staat daar al dat daar de link komt waarin je hem uiteindelijk totaal ziet. Voor het plaatsen van de schoenveter in zijn geheel. Maar daar zijn we nog lang niet. Er moet nog veel gesleutel worden aan de volgorde, grammetjes en teksten.


Begrip en beeld, beeld en begrip zijn de twee keerzijden van een en dezelfde werkelijkheid, ze kunnen zowel duaal als polair intermediëren. Duaal gezien zijn beeld en begrip elkaars tegendelen, een beeld is geen begrip en een begrip is geen beeld. Ze vormen beiden een keerzijde van een en dezelfde werkelijkheid. Als tegendelen van een en dezelfde werkelijkheid kunnen ze ook een tegenstelling vormen waarin de een de ander kan elimineren of uitsluiten. Dat maakt dat er tussen begrip en beeld duidelijk een onoverbrugbare kloof bestaat. Je kunt of een beeld of een begrip van de werkelijkheid vormen. In dat opzicht dient men de beeldvorming streng te scheiden van de begripsvorming.

In en vanuit het functionele paradigma kunnen beeld en begrip zich echter ook tot elkaar verhouden in een polaire dynamiek waarin ze elkaar complementair kunnen aanvullen in een wederkerige constituerende betrekking. Beeld en begrip laten ieder op hun eigen wijze iets van diezelfde werkelijkheid zien. In dit opzicht is de strenge scheiding tussen beeld en begrip juist een voorwaarde teneinde ruimte te scheppen voor de weerspiegeling tussen de onderscheiden domeinen van theoria en praxis, idee en feit, concept en fenomeen, begrip en beeld. Deze weerspiegeling nu maakt het mogelijk om een glimp op te vangen van een werkelijkheid die noch begrip noch beeld is, maar een complementaire ´realiteit´ die evenzeer kan verschijnen als verdwijnen.


Beeld

Proces en inhoud
De ruimte ontstaat uit de dynamiek van de tijd.
  • De stroming vormt een bedding voor het water.
Beeldvorming komt tot stand op een subject betrokken route waarin het subject in relatie tot het object enerzijds participerend en verbindend (synthetisch) en anderzijds analytisch te werk gaat.







Begrip


Positie en betrekking
De tijd ontstaat hier uit de dynamiek van de ruimte.
  • De bedding vervormt de stroming van het water.

Begripsvorming komt tot stand op een objectbetrokken route waarin het subject in relatie tot het object enerzijds opponerend en onderscheidend  (analytische) en anderzijds synthetisch te werk gaat.







Ondanks het verschil tussen begrip en beeld dienen we ons wel te realiseren dat ze beiden, weliswaar op onderscheiden wijzen, deze ene werkelijkheid willen begrijpen dan wel verstaan. Door alle onderscheiden optieken en dito disciplines `vergeten´ we, dat het uiteindelijk maar over één werkelijkheid gaat, of we hem nu bijvoorbeeld mathematisch begripslogisch denken dan wel fenomenologisch beeldlogisch trachten in beeld te brengen.

Anderzijds is de grens tussen beeld en begrip niet altijd zo scherp te trekken, aangezien 1 begrip wel meer betekenissen kan hebben en in dito beelden kan worden weergegeven, evenzo kan 1 beeld door meerdere begrippen omschreven worden. Blijkbaar zijn er vele gradaties en of overgangen mogelijk tussen het domein van het begrippelijke en het domein van het beeldelijke. Niettemin wordt het van belang om in een systeem dynamisch verband de begripsvorming deels strak te scheiden en of deels te onderscheiden van de beeldvorming.

Even zovele begrippen en of beelden voor twee onderscheiden domeinen die een systeemdynamisch instrument behoeven om ze met elkaar in gesprek te brengen. Immers in en vanuit het niets tussen begrip en beeld verschijnt het diagram en het dynagram als twee onderscheiden dimensies van de ruimtetijd en de tijdruimte, ze behoren tot een en dezelfde werkelijkheid die wij dienen te onderscheiden en te verbinden. Tussen beeld en begrip zit een realiteit die we slechts kunnen viseren via een super positionele betrekking middels diagrammen en of dynagrammen. Aangezien beeld en begrip de twee keerzijden vormen van die ene en dezelfde werkelijkheid kunnen ze elkaar weerspiegelen en precies die weerspiegeling kan via een systeemdynamisch instrument in kaart gebracht worden.

Synthetiseren en analyseren




Synthetisch

Samenvoegen
zoals een verhaal woorden samenvoegt
En een beeld mogelijke begrippen.


Het samen voegen van mogelijke leden tot een rond geheel.









Analytisch


Scheiden Ontleden of delen
zoals woorden  een verhaal ontleed
En  begrippen  een mogelijk beeld.

Het in kaart brengen van mogelijke delen











Dynagram en diagram irt Subject betrokken en object betrokken irt praxis en theoria

Subject en object betrokken irt synthetiseren en analyseren

Binnen het functionele paradigma en bijgevolg binnen systeemdynamiek komt de subject object verhouding aan de orde als een en-en betrekking en of als een of-of betrekking.


Subject betrokken

Analytisch
Divergeren
Synthetisch
Convergeren











Object betrokken


Analytisch
Excluderend
Synthetisch
Includeren









Praxis en theoria


Praxis

Incompleet
Compleet
Fenomeen
Concept










Theoria


Compleet
Incompleet
Idee
Feit















Licht en donker in relatie tot dynagram en diagram

2 begrippen 'licht' en 'donker' verwerken in een dynagram en diagram  'gram'

Licht en donker

Licht als voorbeeld van tegenstelling en tegen delen deeltjes en golfjes
Daarmee is licht het ultieme voorbeeld van een fenomeen waarin deeltjes en golven verschijnen als tegendelen en waarin deeltjes en golven verdwijnen in hun tegenstelling, want waar de een is, is de ander niet, een golf is geen deeltje en een deeltje is geen golf. Toch vormen ze als onverbrekelijke tegendelen het fenomeen licht. Maar wat is dan licht?

Het midden tussen supra luminale en sub luminale grootheden en of het midden tussen deeltjes en golven, daar waar deeltjes zich kunnen verdichten tot massa en golven zich kunnen bundelen tot energie?

Licht manifesteert zich in deze tweeledig, ze is deel en lid ineen, foton en golf, terwijl de een niet de ander is. In haar meerledigheid vormt ze interferentiepatronen.

In hoeverre zijn deze interferentiepatronen in de vorm van denkbare diagrammen en of dynagrammen niet ook de inkomst en uitkomst van datzelfde licht. Zonder dat denken kan immers geen licht geworpen worden op de werkelijkheid en of kan deze werkelijkheid niet oplichten in denkbare concepten en of beelden. Welke analogie speelt er tussen denken en licht?

Wellicht kenmerkt licht als manifestatie van werkelijkheid en denkbare werkelijkheid zich door haar dynamische beweeglijkheid, tussen lichtheid en of dichtheid, tussen diagrammen en dynagrammen.

Zo kan de dynamiek van ´het licht´ binnen systeemdynamiek als een metafoor functioneren voor een werkelijkheid waarin lichtheid en dichtheid, linksom en of rechtsom draaiend (spin), opwaarts en neerwaarts bewegend (up en down), tegengesteld en of tegendelig , polair en ofduaal, enige karakteristieken en of functies zijn die op een of andere wijze in het systeem dynamische veld zijn in te huizen.


Licht en donker in relatie tot dynagram proces en diagram positie



Dynagram licht en donker in relatie tot processen


licht en donker 'lopende' in een dynagram proces

Verschijnen en verdwijnen
Immateriële en materiële











Diagram licht en donker in relatie tot posities



Licht en donker 'staande' op diagram posities

Licht
verdwijnen
Stof
verschijnen
Geest
Donker








 



Licht en donker in relatie tot inhouden en betrekkingen


Dynagram licht en donker in relatie tot inhouden


 
Licht
Donker
Plasma
Gasvomig
Vloeibaar
Vast








Diagram licht en donker in relatie tot betrekkingen



Licht
Donker
Massa
Energie
Quanta
Golfjes




Comments